Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BT2560Zaaknummer 10/01941
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 15 november 2011
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/01941
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Art. 437 Sv. Verdachte wordt n-o verklaard nu geen schriftuur houdende middelen is ingediend.
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem heeft bij arrest van 26 april 2010 de verdachte ter zake van "Een gedraging in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd", veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het hof beslist ten aanzien van verschillende inbeslaggenomen voorwerpen, een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Deze zaak hangt samen met zaaknummer 10/01944. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Volledige tekst
Nr. 10/01941
Mr. Aben
Zitting 20 september 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem heeft bij arrest van 26 april 2010 de verdachte ter zake van "Een gedraging in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd", veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het hof beslist ten aanzien van verschillende inbeslaggenomen voorwerpen, een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Deze zaak hangt samen met zaaknummer 10/01944. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2011:BT2560 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2011:BT2560 Hoge Raad, 15 november 2011 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.