Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2011

ECLI:NL:PHR:2011:BT1874Zaaknummer 11/01053 E

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
20 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01053 E
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.

Conclusie inzake:

[Verdachte](1)

1. De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, bij arrest van 26 mei 2010 wegens "Opzettelijke overtreding van het voorschrift, gesteld bij artikel 10.60 van de Wet milieubeheer, begaan door een rechtspersoon" veroordeeld tot een geldboete van € 4.000,-, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

2. Op 3 juni 2010 heeft mr. B.J.M. Veldhoven, advocaat te Rotterdam, cassatie ingesteld.

3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 11 maart 2011 overeenkomstig art. 530, derde lid, Sv uitgereikt aan iemand die verklaarde in dienstbetrekking te zijn van de verdachte en bereid te zijn de brief te bezorgen. De door het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden verstreek op 10 mei 2011. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan de verdachte ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in het cassatieberoep worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Deze zaak hangt samen met de zaak tegen dezelfde verdachte onder nummer 11/01052 E, waarin ik vandaag eveneens concludeer.

Volledige tekst

Nr. 11/01053 E

Mr. Machielse

Zitting 6 september 2011

Conclusie inzake:

[Verdachte](1)

1. De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, bij arrest van 26 mei 2010 wegens "Opzettelijke overtreding van het voorschrift, gesteld bij artikel 10.60 van de Wet milieubeheer, begaan door een rechtspersoon" veroordeeld tot een geldboete van € 4.000,-, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

2. Op 3 juni 2010 heeft mr. B.J.M. Veldhoven, advocaat te Rotterdam, cassatie ingesteld.

3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 11 maart 2011 overeenkomstig art. 530, derde lid, Sv uitgereikt aan iemand die verklaarde in dienstbetrekking te zijn van de verdachte en bereid te zijn de brief te bezorgen. De door het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden verstreek op 10 mei 2011. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan de verdachte ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in het cassatieberoep worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Deze zaak hangt samen met de zaak tegen dezelfde verdachte onder nummer 11/01052 E, waarin ik vandaag eveneens concludeer.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.