Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 22 november 2011

ECLI:NL:PHR:2011:BT1865Zaaknummer 11/00478

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
22 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00478
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Art. 437 Sv. Geen schriftuur houdende middelen ingediend. Verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.

Conclusie inzake:

[Verdachte](1)

1. Het Gerechtshof te Arnhem heeft verdachte bij arrest van 27 januari 2010 voor 1. "Als leider deelnemen aan een organisatie die het oogmerk heeft het plegen van misdrijven", 3. "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod" en 5. "Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd" en "Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar. Voorts heeft het hof beslist ten aanzien van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

2. Mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, heeft namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.

3. De aanzegging van art. 435 lid 1 Sv is op 2 maart 2011 betekend. Binnen de in art. 437 lid 2 Sv genoemde termijn van twee maanden is in de zaak van verdachte geen schriftuur ontvangen.

Het cassatieberoep is derhalve niet ontvankelijk.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Deze zaak hangt samen met de zaken 11/00461 ([medeverdachte 2]), 11/00477 ([medeverdachte 4]) en 10/00882 ([medeverdachte 3]), waarin ik vandaag ook concludeer.

Volledige tekst

Nr. 11/00478

Mr. Machielse

Zitting 6 september 2011

Conclusie inzake:

[Verdachte](1)

1. Het Gerechtshof te Arnhem heeft verdachte bij arrest van 27 januari 2010 voor 1. "Als leider deelnemen aan een organisatie die het oogmerk heeft het plegen van misdrijven", 3. "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod" en 5. "Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd" en "Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar. Voorts heeft het hof beslist ten aanzien van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

2. Mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, heeft namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.

3. De aanzegging van art. 435 lid 1 Sv is op 2 maart 2011 betekend. Binnen de in art. 437 lid 2 Sv genoemde termijn van twee maanden is in de zaak van verdachte geen schriftuur ontvangen.

Het cassatieberoep is derhalve niet ontvankelijk.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Deze zaak hangt samen met de zaken 11/00461 ([medeverdachte 2]), 11/00477 ([medeverdachte 4]) en 10/00882 ([medeverdachte 3]), waarin ik vandaag ook concludeer.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.