Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 27 september 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BR2096Zaaknummer 10/04522
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 27 september 2011
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/04522
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Verdachte niet-ontvankelijk.
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1 Het Gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte bij arrest van 2 april 2010 voor 1. "poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen", 2. "medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie" en 3. "diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar en zes maanden. Voorts heeft het hof benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet ontvankelijk verklaard, de vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 2] toegewezen en aan verdachte twee betalingsverplichtingen opgelegd ten behoeve van de benadeelde partijen, een en ander zoals nader bepaald in het arrest.
2 Mr. Sassen, advocaat te Amsterdam, heeft namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
3 De aanzegging van art. 435 lid 1 Sv is op 27 oktober 2010 aan verdachte uitgereikt. Er is echter binnen de in art. 437 lid 2 Sv genoemde termijn van twee maanden geen schriftuur in deze zaak ontvangen.
Het cassatieberoep is daarom niet ontvankelijk.
4 Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met de zaak 10/04338 ([medeverdachte]), waarin ik vandaag ook concludeer.
Volledige tekst
Nr. 10/04522
Mr. Machielse
Zitting 21 juni 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1 Het Gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte bij arrest van 2 april 2010 voor 1. "poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen", 2. "medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie" en 3. "diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar en zes maanden. Voorts heeft het hof benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet ontvankelijk verklaard, de vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 2] toegewezen en aan verdachte twee betalingsverplichtingen opgelegd ten behoeve van de benadeelde partijen, een en ander zoals nader bepaald in het arrest.
2 Mr. Sassen, advocaat te Amsterdam, heeft namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
3 De aanzegging van art. 435 lid 1 Sv is op 27 oktober 2010 aan verdachte uitgereikt. Er is echter binnen de in art. 437 lid 2 Sv genoemde termijn van twee maanden geen schriftuur in deze zaak ontvangen.
Het cassatieberoep is daarom niet ontvankelijk.
4 Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met de zaak 10/04338 ([medeverdachte]), waarin ik vandaag ook concludeer.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2011:BR2096 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2011:BR2096 Hoge Raad, 27 september 2011 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.