Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 8 februari 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BM8030Zaaknummer 08/05111 E
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 8 februari 2011
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/05111 E
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Profijtontneming. HR: n-o betrokkene in het cassatieberoep nu het middel is gericht op vernietiging van de bestreden uitspraak voor het geval dat de cassatiemiddelen in de hoofdzaak gegrond zouden worden bevonden. HR wijst op art. 557.4 en art. 511i Sv (vgl. HR LJN ZD1016).
Conclusie inzake:
[Veroordeelde = betrokkene]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft het door de veroordeelde uit - kort gezegd - het begaan van overtredingen van voorschriften gesteld bij de Drank- en Horecawet verkregen voordeel vastgesteld op € 13.043,08 en aan de veroordeelde ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.000,-.
2. Deze zaak hangt samen met de tegen veroordeelde gewezen strafzaak, met nummer 08/05110E. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens veroordeelde hebben mrs. F.G.L. van Ardenne en M. Molendijk, beiden advocaat te Rotterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel stelt dat aan de ontnemingszaak de grondslag komt te ontvallen door vernietiging van de strafzaak in cassatie.
5. In de aan de onderhavige zaak ten grondslag liggende strafzaak heb ik geconcludeerd tot vernietiging van het arrest van het Hof en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. Uit de door mij voorgestane gegrondheid van de middelen in de strafzaak vloeit voort dat aan het in de onderhavige zaak vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel de grondslag komt te ontvallen.
6. Weliswaar voorziet art. 511i Sv in vervallen van ontnemingsuitspraak indien veroordeling in de strafzaak uiteindelijk achterwege blijft, maar deze bepaling voorziet niet in het geval dat de grondslag, zoals zich in casu kan voordoen als alleen het eerste middel in de strafzaak slaagt, ten dele vervalt. Daarom meen ik dat de veroordeelde bij het middel belang heeft.
7. Het middel slaagt.
8. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Volledige tekst
Nr. 08/05111 E
Mr. Vellinga
Zitting: 8 juni 2010
Conclusie inzake:
[Veroordeelde = betrokkene]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft het door de veroordeelde uit - kort gezegd - het begaan van overtredingen van voorschriften gesteld bij de Drank- en Horecawet verkregen voordeel vastgesteld op € 13.043,08 en aan de veroordeelde ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.000,-.
2. Deze zaak hangt samen met de tegen veroordeelde gewezen strafzaak, met nummer 08/05110E. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens veroordeelde hebben mrs. F.G.L. van Ardenne en M. Molendijk, beiden advocaat te Rotterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel stelt dat aan de ontnemingszaak de grondslag komt te ontvallen door vernietiging van de strafzaak in cassatie.
5. In de aan de onderhavige zaak ten grondslag liggende strafzaak heb ik geconcludeerd tot vernietiging van het arrest van het Hof en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. Uit de door mij voorgestane gegrondheid van de middelen in de strafzaak vloeit voort dat aan het in de onderhavige zaak vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel de grondslag komt te ontvallen.
6. Weliswaar voorziet art. 511i Sv in vervallen van ontnemingsuitspraak indien veroordeling in de strafzaak uiteindelijk achterwege blijft, maar deze bepaling voorziet niet in het geval dat de grondslag, zoals zich in casu kan voordoen als alleen het eerste middel in de strafzaak slaagt, ten dele vervalt. Daarom meen ik dat de veroordeelde bij het middel belang heeft.
7. Het middel slaagt.
8. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2011:BM8030 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2011:BM8030 Hoge Raad, 8 februari 2011 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.