Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 21 december 2010

ECLI:NL:PHR:2010:BO1578Zaaknummer 09/01850

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
21 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01850
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

Conclusie inzake:

[Verzoeker = verdachte]

1. Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te Amsterdam, zittinghoudende te 's-Gravenhage, van 17 april 2009.(1)

2. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.

3. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/02257, 09/02259 en 09/01850. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.

Volledige tekst

Nr. 09/01850

Mr. Hofstee

Zitting: 12 oktober 2010

Conclusie inzake:

[Verzoeker = verdachte]

1. Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te Amsterdam, zittinghoudende te 's-Gravenhage, van 17 april 2009.(1)

2. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.

3. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/02257, 09/02259 en 09/01850. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.