Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 20 april 2010

ECLI:NL:PHR:2010:BL6675Zaaknummer 07/11527

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
20 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/11527
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Stukken van het geding in het ongerede geraakt. In cassatie moet het ervoor worden gehouden dat het dossier niet meer beschikbaar zal komen. Aangezien de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst, kan zij niet in stand blijven. De HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en verklaart de inleidende dagvaarding nietig.

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam wegens "valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf met aftrek.

2. Namens de verdachte heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het eerste middel klaagt dat de redelijke termijn in cassatie overschreden is.

4. Verdachte heeft op 13 november 2006 beroep in cassatie ingesteld.(1) De stukken van het geding, althans wat daarvan nog beschikbaar was, zijn op 30 maart 2009, derhalve twee jaar en ruim viereneenhalve maand later, bij de Hoge Raad ingekomen. De Hoge Raad zal naar verwachting niet binnen twee jaar na het cassatieberoep uitspraak hebben gedaan. Gelet echter op het tweede middel, kan de Hoge Raad volstaan met de vaststelling dat de redelijke termijn overschreden is.

5. Het tweede middel klaagt dat er geen proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep is vastgesteld en ondertekend en dat de door het Hof gegeven beslissingen niet zijn vastgelegd in een verkort arrest, doch in een uittreksel, dat bovendien niet ondertekend is.

6. Het middel treft doel. Aan de Hoge Raad is ingevolge het bepaalde in art. 434, eerste lid, Sv slechts toegezonden een ongetekend uittreksel van het arrest van het Hof, een afschrift aantekening mondeling vonnis van de uitspraak van de Politierechter te Alkmaar van 31 januari 2001, en een (door de verdachte niet getekend) afschrift van de akte cassatie.

7. In het dossier bevindt zich voorts een schrijven d.d. 22 oktober 2008 van mw. Mr. B.F. de Poorter, voorzitter strafsector gerechtshof Amsterdam. Deze brief houdt in dat het strafdossier inzake verdachte wegens een interne verhuizing in het ongerede is geraakt. Bij deze stand van zaken kan het bestreden arrest in cassatie niet worden getoetst. Het kan dus niet in stand blijven.

8. De Hoge Raad kan de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoen en de inleidende dagvaarding nietig verklaren, aangezien na verwijzing of terugwijzing van de zaak de rechter naar wie verwezen of teruggewezen zou worden niet in staat zou zijn te beraadslagen en beslissen op de grondslag van de tenlastelegging.(2)

9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter is vernietigd, en tot nietigverklaring van de inleidende dagvaarding.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Daar ga ik althans van uit. Onder de stukken bevinden zich slechts twee ongetekende afschriften van de cassatieakte, alsmede een "voor fotocopie conform" gestempelde akte waarop een originele handtekening van de griffier.

2 Vgl. HR 22 december 2009, LJN: BG4412; HR 6 november 2007, LJN: BB4965.

Volledige tekst

Nr. 07/11527

Mr. Vegter

Zitting: 2 maart 2010

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam wegens "valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf met aftrek.

2. Namens de verdachte heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het eerste middel klaagt dat de redelijke termijn in cassatie overschreden is.

4. Verdachte heeft op 13 november 2006 beroep in cassatie ingesteld.(1) De stukken van het geding, althans wat daarvan nog beschikbaar was, zijn op 30 maart 2009, derhalve twee jaar en ruim viereneenhalve maand later, bij de Hoge Raad ingekomen. De Hoge Raad zal naar verwachting niet binnen twee jaar na het cassatieberoep uitspraak hebben gedaan. Gelet echter op het tweede middel, kan de Hoge Raad volstaan met de vaststelling dat de redelijke termijn overschreden is.

5. Het tweede middel klaagt dat er geen proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep is vastgesteld en ondertekend en dat de door het Hof gegeven beslissingen niet zijn vastgelegd in een verkort arrest, doch in een uittreksel, dat bovendien niet ondertekend is.

6. Het middel treft doel. Aan de Hoge Raad is ingevolge het bepaalde in art. 434, eerste lid, Sv slechts toegezonden een ongetekend uittreksel van het arrest van het Hof, een afschrift aantekening mondeling vonnis van de uitspraak van de Politierechter te Alkmaar van 31 januari 2001, en een (door de verdachte niet getekend) afschrift van de akte cassatie.

7. In het dossier bevindt zich voorts een schrijven d.d. 22 oktober 2008 van mw. Mr. B.F. de Poorter, voorzitter strafsector gerechtshof Amsterdam. Deze brief houdt in dat het strafdossier inzake verdachte wegens een interne verhuizing in het ongerede is geraakt. Bij deze stand van zaken kan het bestreden arrest in cassatie niet worden getoetst. Het kan dus niet in stand blijven.

8. De Hoge Raad kan de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoen en de inleidende dagvaarding nietig verklaren, aangezien na verwijzing of terugwijzing van de zaak de rechter naar wie verwezen of teruggewezen zou worden niet in staat zou zijn te beraadslagen en beslissen op de grondslag van de tenlastelegging.(2)

9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter is vernietigd, en tot nietigverklaring van de inleidende dagvaarding.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Daar ga ik althans van uit. Onder de stukken bevinden zich slechts twee ongetekende afschriften van de cassatieakte, alsmede een "voor fotocopie conform" gestempelde akte waarop een originele handtekening van de griffier.

2 Vgl. HR 22 december 2009, LJN: BG4412; HR 6 november 2007, LJN: BB4965.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.