Conclusie · Civiel recht
Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BG1237Zaaknummer C07/132HR
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 19 december 2008
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C07/132HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
Onrechtmatige overheidsdaad. Geschil tussen varkenshouder en Staat over juistheid van registratie varkensrechten in kader van Wet herstructurering varkenshouderij (81 RO).
Conclusie
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eisers] wegens gebrek aan belang.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal
Volledige tekst
C07/132HR
mr J. Spier
Zitting 17 oktober 2008
Conclusie Inzake
[Eiser 1],
[Eiser 2]
[Eiser 3]
(hierna afzonderlijk te noemen: [eiser 1] respectievelijk [eiser 2] en [eiser 3] en gezamenlijk: [eisers])
tegen
Staat der Nederlanden
1. Deze zaak leent zich voor een verkorte conclusie omdat [eisers] belang missen bij hun klacht in het tijdig ingestelde cassatieberoep. Bespreking daarvan levert evenmin een zinvolle bijdrage aan de rechtsontwikkeling of rechtseenheid omdat de (enige) door het middel aan de orde gestelde rechtsvraag betrekking heeft op een inmiddels ingetrokken wet (Wet herstructurering varkenshouderij).
2. Inzet van de procedure was in appèl nog slechts de vraag of de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door de Whv vast te stellen zonder in dat kader voor [eisers] te voorzien in voor hen integrale vergoeding van de schade (rov. 1.9 van 's Hofs arrest). Aan deze vordering is ten grondslag gelegd dat zij varkensrechten hadden althans dat hen deze rechten in strijd met art. 1 Eerste Protocol EVRM integraal zijn ontnomen (rov. 1.10).
3. Volgens het in cassatie bestreden arrest van het Hof 's-Gravenhage van 21 december 2006 heeft het Hof ten aanzien van [eiser 2] en [eiser 3] geoordeeld dat de Whv hun gebruiksmogelijkheden van grondgebonden mestproductierechten beperkt. Van een "excessive burden" is evenwel geen sprake (rov. 6.1). [Eiser 1] had op de peildatum nog geen mestproductierechten zodat van een regulering, laat staan ontneming geen sprake is (rov. 6.2).
4. 's Hofs hiervoor genoemde oordelen worden in cassatie niet bestreden. Zij kunnen de afwijzing van de vordering zelfstandig dragen, zoals ook de Staat in zijn s.t. - door mr Duysens terecht niet bestreden - opmerkt (s.t. mr Scheltema onder 2.20 e.v.). Het middel richt zijn pijlen immers slechts op rov. 5.1 waar de problematiek van ontneming van eigendom aan de orde wordt gesteld.
5. Evenmin wordt bestreden de afhandeling in rov. 7 van het beroep op gewekte verwachtingen of toezeggingen.
Conclusie
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eisers] wegens gebrek aan belang.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ5772 http://psi.rechtspraak.nl/conclusieVoorCassatie
- ECLI:NL:HR:2008:BG1237 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2008:BG1237 Hoge Raad, 19 december 2008 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ5772 Gerechtshof 's-Gravenhage, 21 december 2006 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.