Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 10 mei 2005

ECLI:NL:PHR:2005:AS2477Zaaknummer 01294/04

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
10 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01294/04
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Verzoeken tot toevoeging van startinformatie aan dossier en tot oproeping als getuige van het hoofd informatievoorziening van de Belastingdienst. ’s Hofs oordeel dat de stukken onvoldoende aanknopingspunten bevatten voor een onderzoek naar de door de verdediging veronderstelde herkomst van de startinformatie – een spontane melding door de Belastingdienst aan de gemeentelijke sociale dienst van informatie uit een persoonsregister – en dat de verdediging zodanige aanknopingspunten ook niet heeft aangereikt, is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat door de verdediging ter onderbouwing van de verzoeken onder verwijzing naar HR NJ 2001, 33 enkel is aangevoerd dat volgens haar de startinformatie afkomstig is uit een persoonsregister in de zin van de WPR, waaraan de raadsman heeft toegevoegd dat hij niet weet uit welk persoonsregister deze startinformatie afkomstig is.

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft het Openbaar Ministerie ten aanzien van het als feit 2 aan verdachte tenlastegelegde, voor zover het gedragingen betreft gepleegd voor 3 augustus 1993, wegens verjaring niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging. Voorts is verdachte door het Hof wegens 1. medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en 2. medeplegen van enig gegeven verzwijgen met het oogmerk om aldus voor zichzelf bijstand of hogere bijstand te verkrijgen dan wel te behouden, meermalen gepleegd en enig gegeven verzwijgen met het oogmerk om aldus voor zichzelf bijstand of hogere bijstand te verkrijgen dan wel te behouden, meermalen gepleegd, veroordeeld tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van 60 uren, in plaats van 4 weken gevangenisstraf.

2. Namens verdachte heeft mr. G. Meijers, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Deze zaak hangt samen met de zaak [medeverdachte] onder griffienummer 01295/04 waarin ik heden eveneens concludeer.

4. De middelen zijn gelijkluidend aan die in de verwante zaak nr. 01295/04. De middelen behoeven niet tot cassatie te leiden op de gronden vermeld in de conclusie in die zaak, waarnaar ik kortheidshalve verwijs.

5. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.

Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Volledige tekst

Nr. 01294/04

Mr. Vellinga

Zitting: 11 januari 2005

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft het Openbaar Ministerie ten aanzien van het als feit 2 aan verdachte tenlastegelegde, voor zover het gedragingen betreft gepleegd voor 3 augustus 1993, wegens verjaring niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging. Voorts is verdachte door het Hof wegens 1. medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en 2. medeplegen van enig gegeven verzwijgen met het oogmerk om aldus voor zichzelf bijstand of hogere bijstand te verkrijgen dan wel te behouden, meermalen gepleegd en enig gegeven verzwijgen met het oogmerk om aldus voor zichzelf bijstand of hogere bijstand te verkrijgen dan wel te behouden, meermalen gepleegd, veroordeeld tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van 60 uren, in plaats van 4 weken gevangenisstraf.

2. Namens verdachte heeft mr. G. Meijers, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Deze zaak hangt samen met de zaak [medeverdachte] onder griffienummer 01295/04 waarin ik heden eveneens concludeer.

4. De middelen zijn gelijkluidend aan die in de verwante zaak nr. 01295/04. De middelen behoeven niet tot cassatie te leiden op de gronden vermeld in de conclusie in die zaak, waarnaar ik kortheidshalve verwijs.

5. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.

Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.