Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 11 mei 2004

ECLI:NL:PHR:2004:AO4100Zaaknummer 00459/03 P

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
11 mei 2004
Publicatiedatum
17 april 2025
Zaaknummer
00459/03 P
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

-

Conclusie inzake:

[betrokkene]

1. Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarbij verzoeker als maatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting is opgelegd aan de Staat te betalen een bedrag van € 54.776,72, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door honderddertig dagen hechtenis.

2. Bij arrest van gelijke datum heeft het Hof verzoeker in de onderliggende strafzaak tot straf veroordeeld. Ook tegen dat arrest is cassatieberoep ingesteld. Inzake dat cassatieberoep, bij de Hoge Raad bekend onder griffienummer 00458/03, concludeer ik heden eveneens.

3. Er is niet binnen de wettelijke termijn door een advocaat een schriftuur ingediend houdende namens verzoeker voorgestelde cassatiemiddelen. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv kan verzoeker in dit beroep daarom niet worden ontvangen.

4. Deze conclusie strekt ertoe dat verzoeker in dit cassatieberoep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

Volledige tekst

Griffienr. 00459/03 P

Mr. Wortel

Zitting:17 februari 2004

Conclusie inzake:

[betrokkene]

1. Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarbij verzoeker als maatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting is opgelegd aan de Staat te betalen een bedrag van € 54.776,72, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door honderddertig dagen hechtenis.

2. Bij arrest van gelijke datum heeft het Hof verzoeker in de onderliggende strafzaak tot straf veroordeeld. Ook tegen dat arrest is cassatieberoep ingesteld. Inzake dat cassatieberoep, bij de Hoge Raad bekend onder griffienummer 00458/03, concludeer ik heden eveneens.

3. Er is niet binnen de wettelijke termijn door een advocaat een schriftuur ingediend houdende namens verzoeker voorgestelde cassatiemiddelen. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv kan verzoeker in dit beroep daarom niet worden ontvangen.

4. Deze conclusie strekt ertoe dat verzoeker in dit cassatieberoep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.