Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 10 juli 2001
ECLI:NL:PHR:2001:ZD1854Zaaknummer 02948/00 E
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 10 juli 2001
- Publicatiedatum
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 02948/00 E
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
-
Conclusie inzake:
[verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
1. Verzoekster is door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij uitspraak van 19 mei 2000 ter zake van "overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 60, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, begaan door een rechtspersoon, zeven maal gepleegd" veroordeeld tot zeven geldboetes, elk van f. 500. Deze zaak hangt samen met de zaken met de griffienummers 00580/00 E, 1863/00 E, 2177/00, 2945/00 E en 2949/00 E.
2. Namens verzoekster heeft mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt erover dat de politierechter de bewijsverklaring ten onrechte heeft doen steunen op één enkele verklaring, niet afkomstig van een opsporingsambtenaar.
4. Nu het hof het vonnis van de politierechter heeft vernietigd, kan in cassatie niet met vrucht worden geklaagd over de motivering van de bewezenverklaring door de politierechter. Het middel is derhalve tevergeefs voorgesteld.
5. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 101a RO ontleende overweging. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Volledige tekst
Mr Jörg
Nr. 02948/00 E
Zitting 15 mei 2001
Conclusie inzake:
[verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
1. Verzoekster is door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij uitspraak van 19 mei 2000 ter zake van "overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 60, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, begaan door een rechtspersoon, zeven maal gepleegd" veroordeeld tot zeven geldboetes, elk van f. 500. Deze zaak hangt samen met de zaken met de griffienummers 00580/00 E, 1863/00 E, 2177/00, 2945/00 E en 2949/00 E.
2. Namens verzoekster heeft mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt erover dat de politierechter de bewijsverklaring ten onrechte heeft doen steunen op één enkele verklaring, niet afkomstig van een opsporingsambtenaar.
4. Nu het hof het vonnis van de politierechter heeft vernietigd, kan in cassatie niet met vrucht worden geklaagd over de motivering van de bewezenverklaring door de politierechter. Het middel is derhalve tevergeefs voorgesteld.
5. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 101a RO ontleende overweging. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 56 (oud) WED
- Artikel 437 Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 101a RO
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2001:ZD1854 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2001:ZD1854 Hoge Raad, 10 juli 2001 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.