Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 21 september 1999
ECLI:NL:PHR:1999:ZD4168Zaaknummer 110.971
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 21 september 1999
- Publicatiedatum
- 15 mei 2026
- Zaaknummer
- 110.971
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
-
Conclusie inzake:
[verzoeker]
Edelhoogachtbaar College,
1. Verzoeker is door het gerechtshof te Amsterdam wegens incest veroordeeld tot twee jaren gevangenisstraf. Deze zaak hangt samen met zaak 110.975 waarin heden eveneens wordt geconcludeerd.
2. Namens verzoeker heeft mr. G. Spong, advocaat te 's- Gravenhage, één middel van cassatie
voorgesteld.
3. Het middel klaagt over het ontbreken van het proces- verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 18 maart 1998 bij de stukken van het geding.
4. Het in het middel bedoelde proces-verbaal is op mijn verzoek door de griffie van het hof nagestuurd; een kopie daarvan is naar steller van het middel gezonden. Thans mist het middel dus feitelijke grondslag.
5. Het middel kan derhalve niet tot cassatie leiden. Gronden waarop Uw Raad gebruik zou behoren te maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Volledige tekst
Nr. 110.971
Zitting 25 mei 1999
Mr Van Dorst
Conclusie inzake:
[verzoeker]
Edelhoogachtbaar College,
1. Verzoeker is door het gerechtshof te Amsterdam wegens incest veroordeeld tot twee jaren gevangenisstraf. Deze zaak hangt samen met zaak 110.975 waarin heden eveneens wordt geconcludeerd.
2. Namens verzoeker heeft mr. G. Spong, advocaat te 's- Gravenhage, één middel van cassatie
voorgesteld.
3. Het middel klaagt over het ontbreken van het proces- verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 18 maart 1998 bij de stukken van het geding.
4. Het in het middel bedoelde proces-verbaal is op mijn verzoek door de griffie van het hof nagestuurd; een kopie daarvan is naar steller van het middel gezonden. Thans mist het middel dus feitelijke grondslag.
5. Het middel kan derhalve niet tot cassatie leiden. Gronden waarop Uw Raad gebruik zou behoren te maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:1999:ZD4168 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:1999:ZD4168 Hoge Raad, 21 september 1999 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.