Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 1998
ECLI:NL:PHR:1998:ZD3897Zaaknummer 108.615
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 6 oktober 1998
- Publicatiedatum
- 15 mei 2026
- Zaaknummer
- 108.615
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
-
Conclusie inzake:
[verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
1. Verdachte is door het gerechtshof te Amsterdam veroordeeld wegens mishandeling van zijn vader, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend.
2. Namens verdachte heeft mr G. Spong, advocaat te 's- Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld, dat stelt dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat verdachte met kracht tegen het lichaam van zijn vader heeft gestompt of geslagen.
3. Het middel faalt. Weliswaar blijkt uit de bewijsmiddelen niet met zoveel woorden dat verdachte met kracht heeft gestompt of geslagen, maar wel blijkt dat de vader zich heeft verweerd met een stuk hout -kennelijk kon hij niet volstaan met zijn handen- en bovendien blijkt dat het middenhandsbeentje van de vader na de worsteling met verdachte was gebroken. Beide omstandigheden impliceren het gebruik van kracht. Mede gelet op de nadere bewijsoverweging heeft het hof de zinsnede "met kracht" dan ook uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden.
4. Het middel faalt en ook ambtshalve is er geen reden voor vernietiging. Ik concludeer dat het beroep wordt verworpen.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Volledige tekst
Nr. 108.615
Zitting 6 oktober 1998
Mr Fokkens
Conclusie inzake:
[verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
1. Verdachte is door het gerechtshof te Amsterdam veroordeeld wegens mishandeling van zijn vader, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend.
2. Namens verdachte heeft mr G. Spong, advocaat te 's- Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld, dat stelt dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat verdachte met kracht tegen het lichaam van zijn vader heeft gestompt of geslagen.
3. Het middel faalt. Weliswaar blijkt uit de bewijsmiddelen niet met zoveel woorden dat verdachte met kracht heeft gestompt of geslagen, maar wel blijkt dat de vader zich heeft verweerd met een stuk hout -kennelijk kon hij niet volstaan met zijn handen- en bovendien blijkt dat het middenhandsbeentje van de vader na de worsteling met verdachte was gebroken. Beide omstandigheden impliceren het gebruik van kracht. Mede gelet op de nadere bewijsoverweging heeft het hof de zinsnede "met kracht" dan ook uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden.
4. Het middel faalt en ook ambtshalve is er geen reden voor vernietiging. Ik concludeer dat het beroep wordt verworpen.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:1998:ZD3897 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:1998:ZD3897 Hoge Raad, 24 november 1998 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.