Conclusie · Strafrecht
Parket bij de Hoge Raad, 10 juli 1996
ECLI:NL:PHR:1996:47Zaaknummer 3507
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum conclusie
- 10 juli 1996
- Publicatiedatum
- 1 oktober 2024
- Zaaknummer
- 3507
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Soort
- Conclusie
Inhoudsindicatie
-
Conclusie inzake:
[verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
Het cassatieberoep richt zich tegen een beschikking van de rechtbank te Utrecht houdende de ongegrondverklaring van het door [klaagster] ingediende klaagschrift strekkende tot teruggave aan haar van een hoeveelheid onder [verdachte] inbeslaggenomen goederen. Blijkens de cassatie-akte is het beroep ingesteld namens voornoemde [verdachte] (de levensgezel van [klaagster]).
2. Ingevolge art. 552d lid 2 Sv staat tegen een beschikking als de onderhavige cassatieberoep alleen open voor het openbaar ministerie en voor de klager. Vgl. HR DD 79.022, 92.061 en 92.227. Nu de beschikking van de rechtbank is gegeven naar aanleiding van een door [klaagster] ingediend klaagschrift, had [klaagster] in cassatie kunnen komen, doch niet verzoeker. Verzoeker is daarom niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
3. Namens [klaagster] heeft mr D.F. Blackmon, advocaat te Amsterdam, vier middelen van cassatie voorgesteld. [klaagster] heeft echter geen cassatieberoep ingesteld. De middelen moeten derhalve onbesproken blijven.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Volledige tekst
Nr. 3507 Besch.
Parket, 10 juli 1996
Mr Van Dorst
Conclusie inzake:
[verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
Het cassatieberoep richt zich tegen een beschikking van de rechtbank te Utrecht houdende de ongegrondverklaring van het door [klaagster] ingediende klaagschrift strekkende tot teruggave aan haar van een hoeveelheid onder [verdachte] inbeslaggenomen goederen. Blijkens de cassatie-akte is het beroep ingesteld namens voornoemde [verdachte] (de levensgezel van [klaagster]).
2. Ingevolge art. 552d lid 2 Sv staat tegen een beschikking als de onderhavige cassatieberoep alleen open voor het openbaar ministerie en voor de klager. Vgl. HR DD 79.022, 92.061 en 92.227. Nu de beschikking van de rechtbank is gegeven naar aanleiding van een door [klaagster] ingediend klaagschrift, had [klaagster] in cassatie kunnen komen, doch niet verzoeker. Verzoeker is daarom niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
3. Namens [klaagster] heeft mr D.F. Blackmon, advocaat te Amsterdam, vier middelen van cassatie voorgesteld. [klaagster] heeft echter geen cassatieberoep ingesteld. De middelen moeten derhalve onbesproken blijven.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:1996:3 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:1996:3 Hoge Raad, 22 oktober 1996 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.