Conclusie · Strafrecht

Parket bij de Hoge Raad, 1 februari 1983

ECLI:NL:PHR:1983:AC7905Zaaknummer 74628

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
1 februari 1983
Publicatiedatum
26 april 2022
Zaaknummer
74628
Rechtsgebied
Strafrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Feitelijke leiding geven aan bestuurders van vrachtauto’s (personeel van B.V.) te lange rijtijden laten maken begaan door rechtspersoon, art. 3 Rijtijdenwet. Heeft verdachte als directeur van B.V. feitelijke leiding gegeven aan gedragingen?

Conclusie inzake:

[verdachte]

Edelhoogachtbare Heren,

In deze zaak waarin de Rechtbank requirant in appel heeft veroordeeld ter zake van het als leidinggever aansprakelijk zijn voor vijf overtredingen van de Rijtijdenwet enz. begaan door een (‘’zijn’’) rechtspersoon (waarbinnen door het personeel te lange rijtijden werden gemaakt) tot vijf geldboeten van telkens ƒ 4000,- (subsidiair telkens 16 dagen hechtenis), waarvan telkens ƒ 1500,- (subsidiair telkens 6 dagen hechtenis) voorwaardelijk (telkens proeftijd 2 jaar), tegen welk vonnis hij zich van beroep in cassatie heeft voorzien, is namens hem één middel van cassatie voorgesteld, waarin wordt aangevoerd, dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet zou kunnen volgen het bewijs, dat requirant als ‘’leidinggever’’ heeft gefungeerd. Ik meen, dat het middel faalt, aangezien de Rechtbank zulks, gelijk zij naar aanleiding van een desbetreffend verweer ook nog heeft gesteld, heeft kunnen afleiden uit de omstandigheid, dat requirant heeft verklaard (zie p. 6 van het vonnis) als directeur het algemeen beleid te bepalen enz., en voorts de opvatting heeft geuit, dat de rijtijdenwetgeving met de eisen van de praktijk niet te verenigen zou zijn. Ik verwijs voor een en ander nog naar HR 2 maart 1982, NJ 1982, no. 446, waar Uw Raad er kennelijk ook mee accoord gaat, dat uit een algemene bevoegdheid en verantwoordelijkheid het leiding geven aan het concrete handelen van een rechtspersoon wordt afgeleid. Vgl. in deze zin ook De Doelder en 't Hart, DD 1983, p. 45.

Het middel niet aannemelijk achtend concludeer ik tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,

Volledige tekst

Eb

Nr. 74.628

Zitting 1 februari 1983

Mr. Remmelink

Conclusie inzake:

[verdachte]

Edelhoogachtbare Heren,

In deze zaak waarin de Rechtbank requirant in appel heeft veroordeeld ter zake van het als leidinggever aansprakelijk zijn voor vijf overtredingen van de Rijtijdenwet enz. begaan door een (‘’zijn’’) rechtspersoon (waarbinnen door het personeel te lange rijtijden werden gemaakt) tot vijf geldboeten van telkens ƒ 4000,- (subsidiair telkens 16 dagen hechtenis), waarvan telkens ƒ 1500,- (subsidiair telkens 6 dagen hechtenis) voorwaardelijk (telkens proeftijd 2 jaar), tegen welk vonnis hij zich van beroep in cassatie heeft voorzien, is namens hem één middel van cassatie voorgesteld, waarin wordt aangevoerd, dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet zou kunnen volgen het bewijs, dat requirant als ‘’leidinggever’’ heeft gefungeerd. Ik meen, dat het middel faalt, aangezien de Rechtbank zulks, gelijk zij naar aanleiding van een desbetreffend verweer ook nog heeft gesteld, heeft kunnen afleiden uit de omstandigheid, dat requirant heeft verklaard (zie p. 6 van het vonnis) als directeur het algemeen beleid te bepalen enz., en voorts de opvatting heeft geuit, dat de rijtijdenwetgeving met de eisen van de praktijk niet te verenigen zou zijn. Ik verwijs voor een en ander nog naar HR 2 maart 1982, NJ 1982, no. 446, waar Uw Raad er kennelijk ook mee accoord gaat, dat uit een algemene bevoegdheid en verantwoordelijkheid het leiding geven aan het concrete handelen van een rechtspersoon wordt afgeleid. Vgl. in deze zin ook De Doelder en 't Hart, DD 1983, p. 45.

Het middel niet aannemelijk achtend concludeer ik tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.