Conclusie · Belastingrecht

Parket bij de Hoge Raad, 22 juni 1921

ECLI:NL:PHR:1921:3Zaaknummer 613

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
22 juni 1921
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
613
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Soort
Conclusie

Inhoudsindicatie

Oorlogswinstbelasting; de Raad van Beroep is bij een geschil over een navorderingsaanslag niet gebonden aan zijn eerdere uitspraak over de oorspronkelijke aanslag.

Volledige tekst

Nº 613

Belastingzaak

[X]

[Z]

Edele Hoog Achtbare Heeren!

Met den Minister is ondergetekende van oordeel, dat de bestreden uitspraak niet behoorlijk met redenen is omkleed, omdat de Raad verzuimd heeft vast te stellen op welk bedrag het inkomen van belanghebbende over 1914 en over 1915 moet worden aangenomen, waardoor niet blijkt of hetgeen als oorlogsverlies is aangenomen, werkelijk is vermindering van inkomen.

Ook de samenvatting van de verliezen over 1914 en 1915 is niet op de wet gegrond en de daartegen aangevoerde grief juist. Ten slotte wordt door requirante terecht bezwaar gemaakt tegen de door den Raad gevolgde methode om het bedrag van f 1620.45 i/z koerswinst af te trekken van het oorlogsverlies, terwijl dit bedrag reeds was begrepen in het bedrag, dat als vermeerdering van inkomen was aangenomen.

Ik acht mitsdien door den Raad van beroep art. 16 der wet van 19 Dec. 1914 S. 564 geschonden en concludeer tot vernietiging van de bestreden uitspraak en verwijzing der zaak naar den Raad van beroep Rotterdam II ten einde verder te worden behandeld en beslist met inachtneming van 's Hoogen Raads arrest.

R.B. Ledeboer ag

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.