Uitspraak · Belastingrecht

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba), 5 september 1993

ECLI:NL:ORBBNAA:1993:BU4826Zaaknummer 1992-051

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
5 september 1993
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1992-051
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Belastingjaar 1991 Geen beroep mogelijk tegen afwijzende beslissing van inspecteur op verzoek om toepassing van ex patriate regeling.

Volledige tekst

Beschikking van 5 september 1993, nr. 1992-051

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Curacao,

inzake:

belanghebbende

tegen

de Inspecteur der Belastingen

1. Het procesverloop.

1.1. Bij brief van 5 juni 1991 heeft de gemachtigde van A aan de inspecteur om toepassing verzocht van de aanschrijving van de minister van financiën d.d. 21 januari 1988 ten behoeve van haar werknemer S.

1.2. Bij brief van 30 januari 1992 heeft de inspecteur aan de gemachtigde bericht, dat S niet als “ex-patriate” in de zin van bedoelde aanschrijving kon worden aangemerkt, zodat het verzoek moest worden afgewezen.

1.3. Bij brief van 20 maart 1992 heeft de gemachtigde van A de inspecteur verzocht zijn afwijzende beslissing te herzien. Bij brief van 24 juni 1992 heeft de inspecteur evenwel te kennen gegeven dit verzoek niet in te willigen.

1.4. Vervolgens heeft de gemachtigde bij op 14 augustus 1992 bij de Raad ingekomen beroepschrift van deze laatste beslissing van de inspecteur beroep ingesteld. Hij heeft dit beroep gemotiveerd in een nader bij de Raad ingediend schriftuur.

1.5. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en de zaak is behandeld ter zitting van de Raad d.d. 14 mei 1993. Op die zitting hebben de gemachtigde van A en de inspecteur hun standpunten nader uiteengezet. De pleitnota van de gemachtigde bevindt zich onder de stukken.

2. De ontvankelijkheid van het beroep

2.1. Blijkens art. 1 lid 2 van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken, doet de Raad uitspraak op beroepschriften inzake belastingen, voorzover in de daartoe betrekkelijke algemene verordeningen beroep op de Raad is toegelaten.

2.. Evenwel is niet in enige “algemene verordening”, en met name ook niet in de Landsverordeningen op de loon- en/of inkomstenbelasting, een voorschrift aan te wijzen, dat beroep toelaat van de onderhavige beslissing van de inspecteur.

A zal in het ingestelde beroep dan ook niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

2.3. Een andere beslissing omtrent de ontvankelijkheid zou A overigens niet hebben gebaat.

Om voor de onderhavige regeling in aanmerking te komen is onder meer vereist, dat de betrokken werknemer uit het buitenland is aangetrokken. Aan dit vereist is bij S niet voldaan. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is immers gebleken dat A en S de in het geding zijnde arbeidsovereenkomst hebben gesloten, terwijl laatstgenoemde reeds op Curacao woonachtig was. Weliswaar stond hij toen op het punt zich metterwoon in Nederland te vestigen, maar het voornemen daartoe werd nog tijdens zijn “woonverblijf” op Curacao door het sluiten van de arbeidsovereenkomst met A achterhaald. Toen hij vervolgens naar Nederland vertrok, was dat uiteindelijk slechts voor vakantie- of andere doeleinden; naar S ter zitting uitdrukkelijk heeft verklaard, wist hij bij dat vertrek reeds, dat hij voor zijn werk bij A op Curacao zou terugkomen.

3. De beslissing.

De Raad verklaart A in haar beroep niet-ontvankelijk.

mrs. H. Warnink, J.K. Moltmaker en J.W. van den Berge

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.