Uitspraak · Belastingrecht

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba), 5 september 1993

ECLI:NL:ORBBNAA:1993:BU4759Zaaknummer 1992-032

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
5 september 1993
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1992-032
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting / Artikel 37 LIB / Belastingjaar 1987 De vereiste aangifte is niet gedaan. Omkering bewijslast.

5. De beslissing

De Raad verwerpt het beroep.

mrs. H. Wanink, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het procesverloop
  2. 3. Standpunten van partijen
  3. 4. De beoordeling
  4. 5. De beslissing

Beschikking van 5 september 1993, nr. 1992-032

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Aruba,

inzake:

belanghebbende

tegen

de Inspecteur der Belastingen

1. Het procesverloop

1.1. Aan X is voor het jaar 1987 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd naar een zuiver inkomen van 15.500,=. De aanslag, gedagtekend 1 juli 1991, werd ambtshalve opgelegd, omdat X geen aangifte had gedaan.

1.2. X heeft tegen deze aanslag een bezwaarschrift ingediend. Dat bezwaarschrift is op 2 augustus 1991 ter inspectie ontvangen.

1.3. Bij beschikking d.d. 6 september 1991 - ter post bezorgd op 3 april 1992 - heeft de Inspecteur de aanslag verminderd tot een naar een zuiver inkomen van 9.960,=.

1.4. Bij op 26 mei 1992 bij de Raad ingekomen beroepschrift is X van deze beschikking in beroep gekomen.

1.5. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en daarna is de zaak behandeld ter zitting van de Raad d.d. 11 mei 1993, alwaar X (in persoon) en de Inspecteur zijn verschenen en hun standpunten uiteen hebben gezet. De Inspecteur heeft een pleitnota overgelegd.

2. De ontvankelijkheid van het beroep.

2.1. X kan in zijn beroep worden ontvangen, nu het beroepschrift tijdig binnen de in art. 47 lid 1 LIB genoemde termijn is ingediend.

3. Standpunten van partijen

3.1. X heeft gesteld dat de Inspecteur in zijn verminderingsbeschikking ten onrechte is uitgegaan van een zuiver inko¬men van 9.960,= in plaats van 3.353,75.

3.2. De Inspecteur heeft aangevoerd, dat hij in de bezwaar fase met X een gesprek heeft gevoerd en dat deze hem toen enkele gegevens heeft verschaft met betrekking tot zijn inkomen in genoemd jaar. Naar aanleiding daarvan heeft hij het zuiver inkomen van X geschat op genoemd bedrag, welk bedrag is onder te verdelen naar inkomsten uit werkzaamheden voor C (1.000,=), uit onderstand (5.460,=) en uit losse jobs (3.500,=). Volgens de Inspecteur gaat het hier om een redelijke schatting en is X er niet in geslaagd het tegendeel aan te tonen.

4. De beoordeling

Omdat X in gebreke is gebleven tijdig aangifte te doen, rustte op hem de last aan te tonen, dat hij in genoemd jaar minder inkomsten gehad heeft dan de Inspecteur taxatief heeft vastgesteld. Daarin is X niet geslaagd; uit hetgeen hij heeft aangevoerd valt niet af te leiden, dat de schatting van de Inspecteur te hoog is. Het beroep moet worden verworpen.

5. De beslissing

De Raad verwerpt het beroep.

mrs. H. Wanink, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink

Wetsartikelen in deze uitspraak

  • Artikel 47 LIB

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.