Uitspraak · Ambtenarenrecht

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 20 juli 2022

ECLI:NL:ORBAACM:2022:70Zaaknummer CUR2021H00283

Instantie
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
20 juli 2022
Publicatiedatum
26 juli 2022
Zaaknummer
CUR2021H00283
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Ambtenarenrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Nu appellant heeft nagelaten binnen de gegeven termijn gronden tegen de aangevallen uitspraak in te dienen, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De Raad doet dan ook met toepassing van artikel 106, eerste lid, van de RAr zonder verder onderzoek uitspraak bij beschikking.

Beslissing

De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mrs. W.H. Bel, voorzitter en J. Sybesma en P. Klik, leden, en uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. RAAD VAN BEROEP
  2. Beschikking
  3. Procesverloop
  4. Overwegingen
  5. Beslissing

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN

CURAÇAO

Beschikking

op grond van artikel 106, eerste lid, van de RAr in het hoger beroep van:

[Appellant],

wonend te Curaçao,

appellant,

tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Curaçao (Gerecht) van26 augustus 2021, CUR202002295 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:

appellant,

en

de Regering van Curaçao

gemachtigde: mr. A.C. van Hoof en L.S. Davelaar, advocaten

Procesverloop

Appellant heeft de Regering bij brief van 5 maart 2019 verzocht hem weer als ambtenaar aan te stellen. Bij beslissing van 15 april 2020 heeft de Regering dit verzoek afgewezen. Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het bezwaar van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard.

Mr. B.L. Lie Atjam, advocaat, heeft als toenmalige gemachtigde van appellant op 24 september 2021 een pro-forma hoger beroepschrift ingediend.

De Raad heeft de gemachtigde van appellant verzocht om uiterlijk 24 oktober 2021, nadien verlengd tot 22 november 2021, een aanvullend hoger beroepschrift in te dienen

Bij bericht van 19 november 2021 heeft de gemachtigde van appellant zich teruggetrokken als gemachtigde.

Bij brief van 21 december 2021 heeft de Raad appellant zelf verzocht om binnen vier weken na dagtekening van de brief een aanvullend beroepschrift in te dienen. Appellant heeft op 29 december 2021 getekend voor ontvangst van deze brief.

Overwegingen

1.1.

Op grond van artikel 104, eerste lid, aanhef en onder c, van de RAr houdt het beroepschrift de gronden in waarop het hoger beroep berust.

1.2.

Op grond van artikel 105 van de RAr wijst de voorzitter van de Raad de inzender van een beroepschrift, die de voorschriften van artikel 104 van de RAr niet in acht heeft genomen, op het verzuim en nodigt hem uit dit binnen een bepaalde termijn te herstellen.

1.3.

De Raad kan zonder nader onderzoek, met toepassing van artikel 106, eerste lid, van de RAr, degene die niet heeft voldaan aan het verzoek van de voorzitter van de Raad het verzuim als bedoeld in artikel 104 van de RAr binnen de gegeven termijn te herstellen, niet-ontvankelijk verklaren.

1.4.

Bij de onder procesverloop genoemde brief van 21 december 2021 heeft de Raad appellant erop gewezen dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien hij niet reageert op het verzoek de gronden van het hoger beroep binnen de gegeven termijn in te dienen.

1.5.

Appellant heeft van de geboden gelegenheid geen gebruik gemaakt en evenmin om uitstel daarvoor verzocht.

1.6.

Nu appellant heeft nagelaten binnen de gegeven termijn gronden tegen de aangevallen uitspraak in te dienen, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De Raad doet dan ook met toepassing van artikel 106, eerste lid, van de RAr zonder verder onderzoek uitspraak bij beschikking.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mrs. W.H. Bel, voorzitter en J. Sybesma en P. Klik, leden, en uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.