Uitspraak · Bestuursrecht
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 9 maart 2022
ECLI:NL:ORBAACM:2022:54Zaaknummer 2020H00312
- Instantie
- Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 9 maart 2022
- Publicatiedatum
- 20 mei 2022
- Zaaknummer
- 2020H00312
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Te laat ingediend bezwaar. De gemachtigde van appellante heeft een onjuist e-mailadres gebruikt voor de indiening van het pro forma bezwaarschrift.
Beslissing
De Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. J. Sybesma en mr. P. Klik, leden, uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RAAD VAN BEROEP
IN AMBTENARENZAKEN
VAN CURAÇAO
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante]
wonende te Curacao,
appellante,
gemachtigde: A.V.E. Vilchez
tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Curaçao (Gerecht) van31 augustus 2020, CUR201904670, in het geding tussen:
appellante,
en
de Regering van Curaçao,
geintimeerde (hierna: de Regering),
gemachtigde: mr. S.I. da Costa Gomez, advocaat
Procesverloop
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Regering heeft een contramemorie ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld ter zitting van 24 februari 2022. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De Regering heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.
Het onderzoek is ter zitting geschorst voor nader onderzoek. Op 2 maart 2022 is aan partijen bericht dat het onderzoek is gesloten en dat uitspraak zal worden gedaan.
Overwegingen
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
De Regering heeft appellante bij landsbesluit van 25 oktober 2019 (bestreden besluit), door appellante ontvangen op 15 november 2019, met ingang van 1 november 2019 ontslagen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht vastgesteld dat appellante op 17 december 2019 bezwaar heeft gemaakt tegen het bestreden besluit. Omdat de termijn voor het indienen van bezwaar afliep op 16 december 2019 en niet is gebleken van verschoonbare termijnoverschrijding, heeft het Gerecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft in hoger aangevoerd dat het Gerecht ten onrechte heeft vastgesteld dat het bezwaar buiten de daarvoor gegeven termijn is indiend. Appellante heeft dit onderbouwd door te wijzen op een e-mailbericht van 16 december 2019 waarbij haar gemachtigde om 20:50 uur een pro forma bezwaarschrift heeft gemaild naar het adres: frontoffice@caribjustitia.org.
2. De Raad komt tot het volgende oordeel.
Uit het door appellante overgelegde e-mailbericht van 16 december 2019 leidt de Raad af dat <postmaster@caribjustitia.org> op 16 december 2019 om 20:50 uur aan de gemachtigde van appellante het volgende heeft gemaild: “---the following addresses had permanent fatal errors -- frontoffice@caribjustitia.org.” Dit betekent dat het Gerecht het e-mailbericht van de gemachtigde van appellante met het pro forma bezwaarschrift niet op 16 december 2019 heeft ontvangen.
Ter zitting heeft de Raad met partijen besproken dat nader intern onderzoek bij het front office van het Gerecht wordt gedaan naar het in gebruik zijn van het door de gemachtigde van appellante gehanteerde e-mailadres, en zo dit het geval is, of het verzonden e-mailbericht alsnog blijkt te zijn ontvangen door het Gerecht.
Uit nader onderzoek is gebleken dat het e-mailadres frontoffice@caribjustitia.org al zeker vanaf begin 2017 niet langer beschikbaar was voor extern gebruik. Het door partijen te gebruiken e-mailadres is, zoals destijds ook op de website van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie al stond vermeld, focur@caribjustitia.org geworden. Dit is dan ook het e-mailadres dat appellante had moeten gebruiken toen zij het pro forma bezwaarschrift op 16 december 2019 wilde indienen.
Uit 2.3 volgt dat appellante een onjuist e-mailadres heeft gebruikt voor de indiening van het pro forma bezwaarschrift. Toen het e-mailbericht retour kwam van de postmaster, heeft appellante het verzuim niet hersteld door het pro forma bezwaarschrift alsnog naar het juiste e-mailadres te sturen. Gebruikmaking van een onjuist e-mailadres komt voor risico van appellante. De beroepsgrond slaagt niet.
Appellante heeft betoogd dat het Gerecht noch de Regering op enig moment gedurende de behandeling van haar zaak een punt heeft gemaakt van de ontvankelijkheid van het bezwaar. Daargelaten dat uit de zittingsaantekeningen van het Gerecht is op te maken dat de Regering tijdens de behandeling ter zitting naar voren heeft gebracht dat appellante niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard, betreft het hier de toepassing door het Gerecht van een bepaling van openbare orde die het ambtshalve moet toepassen.
De slotsom is dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. J. Sybesma en mr. P. Klik, leden, uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.