Uitspraak · Ambtenarenrecht

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 7 juli 2021

ECLI:NL:ORBAACM:2021:30Zaaknummer AUA2019H00254

Instantie
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
7 juli 2021
Publicatiedatum
23 juli 2021
Zaaknummer
AUA2019H00254
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Ambtenarenrecht
Procedure
Bodemzaak, Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Artikel 106, eerste lid La. Formele relaties ECLI:NL:OGAACMB:2019:129

Beslissing

De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mrs. M.C. Bruning, voorzitter, en J. Sybesma en L.C. Hoefdraad, leden, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. RAAD VAN BEROEP
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN

ARUBA

Beschikking op het hoger beroep van:

de Gouverneur van Aruba,

appellant,

tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba van 25 november 2019, AUA201901180 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:

appellant,

gemachtigde: V.M. Emerencia (DWJZ)

en

[geïntimeerde],

geïntimeerde,

gemachtigde: mr. D.G. Illes, advocaat

Procesverloop

Tegen de aangevallen uitspraak heeft appellant op 23 december 2019 hoger beroep ingesteld bij de Raad.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 104, eerste lid, aanhef en onder c, van de La houdt het beroepschrift de gronden in waarop het hoger beroep berust.

Op grond van artikel 105 wijst de voorzitter van de Raad de inzender van een beroepschrift die de voorschriften van artikel 104 niet in acht heeft genomen, op het gepleegde verzuim en nodigt hem uit dit binnen een bepaalde termijn te herstellen.

Op grond van artikel 106, eerste lid, kan degene die niet binnen de door de voorzitter bepaalde termijn het door hem gepleegde verzuim heeft hersteld, zonder dat een nader onderzoek vereist is, door de Raad in zijn beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

2. Appellant heeft op 23 december 2019 een zogeheten pro forma beroepschrift ingediend tegen de aangevallen uitspraak. Hierin ontbreken de gronden van het beroep. In het beroepschrift heeft appellant aangekondigd zo spoedig mogelijk de gronden in te dienen. Bij brief van 8 juni 2020 heeft de Raad appellant in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na dagtekening van de brief, dat wil zeggen voor 7 juli 2020, een aanvullend beroepschrift in te dienen.

3. Appellant heeft van de geboden gelegenheid geen gebruik gemaakt en ook niet om uitstel verzocht. Gelet hierop zal de Raad toepassing geven aan artikel 106, eerste lid, van de La en het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaren.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mrs. M.C. Bruning, voorzitter, en J. Sybesma en L.C. Hoefdraad, leden, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.

Aangehaald in

  • ECLI:NL:OGAACMB:2023:46 Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 15 mei 2023 (ambtenarenrecht)

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.