Uitspraak · Bestuursrecht

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, 20 november 2008

ECLI:NL:OGHNAA:2008:BH1328Zaaknummer 278 HLAR 50/08

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
20 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
278 HLAR 50/08
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Nu niet is gebleken dat de aanvraag om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf is afgewezen en voorts in de LAR noch elders, is bepaald dat het uitblijven van een besluit als een afwijzing van de desbetreffende aanvraag heeft te gelden, heeft het Gerecht de beschikking ten onrechte aangemerkt als een na een eerdere afwijzende beschikking gegeven beschikking van gelijke strekking aangemerkt.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 12 juni 2008 in zaak nr. Lar 2007/119;

III. wijst de zaak naar het Gerecht terug;

IV. stelt de door [appellant] in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte proceskosten vast op een bedrag van Naf. 1400,00 (zegge: duizend vierhonderd gulden), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en bepaalt dat het Gerecht omtrent de vergoeding van deze kosten beslist;

V. verstaat dat de griffier aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van Naf. 300,00 (zegge: driehonderd gulden) terugbetaalt.

Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. P. van Dijk, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.

w.g. Wattel

Voorzitter w.g. Martinez

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2008

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Procesverloop
  2. 2. Overwegingen
  3. 3. Beslissing

278 HLAR 50/08

Datum uitspraak: 20 november 2008

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], verblijvend op Curaçao,

appellant,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 12 juni 2008 in zaak nr. 2007/119 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Justitie.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 29 oktober 2007 heeft de minister van Justitie (hierna: de minister) een aanvraag van [appellant] (hierna: [appellant) om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf afgewezen.

Bij uitspraak van 12 juni 2008 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (hierna: het Gerecht) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij het Hof ingekomen op 14 juli 2008, hoger beroep ingesteld.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 september 2008, waar [appellant] in persoon, bijgestaan door mr. G.A.S. Maduro, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. I.E.A. Doorstam, werkzaam in dienst van het Land, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ambtshalve overweegt het Hof als volgt.

2.2. Niet is gebleken dat de eerder op 20 december 2004 door [appellant] ingediende aanvraag om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf is afgewezen. Nu voorts in de Landsverordening administratieve rechtspraak, noch elders, is bepaald dat het uitblijven van een besluit als afwijzing van de desbetreffende aanvraag heeft te gelden, heeft het Gerecht de beschikking van 29 oktober 2007 ten onrechte aangemerkt als een na een eerdere afwijzende beschikking gegeven beschikking van gelijke strekking.

2.3. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De zaak wordt naar het Gerecht teruggewezen om door hem te worden behandeld en beslist met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

2.4. Het Hof zal de proceskosten in hoger beroep vaststellen. Het Gerecht dient omtrent de vergoeding van die kosten te beslissen.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 12 juni 2008 in zaak nr. Lar 2007/119;

III. wijst de zaak naar het Gerecht terug;

IV. stelt de door [appellant] in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte proceskosten vast op een bedrag van Naf. 1400,00 (zegge: duizend vierhonderd gulden), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en bepaalt dat het Gerecht omtrent de vergoeding van deze kosten beslist;

V. verstaat dat de griffier aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van Naf. 300,00 (zegge: driehonderd gulden) terugbetaalt.

Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. P. van Dijk, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.

w.g. Wattel

Voorzitter w.g. Martinez

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2008

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.