Uitspraak · Civiel recht

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 10 maart 2026

ECLI:NL:OGHACMB:2026:199Zaaknummer CUR2025H00370

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
CUR2025H00370
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Erkenning in Curaçao van Oostenrijks vonnis naar commuun internationaal privaatrecht. Art. 431 lid 2 RvC. Gazprombankcriteria. Strijd met openbare orde in Curaçao. Geen révision au fond en geen beoordeling van de innerlijke waarde of billijkheid van de wet. Art. 13 Algemene bepalingen der wetgeving van Curaçao.

Het Hof:

- stelt partijen in de gelegenheid de in rov. 2.4 en 2.5 bedoelde aktes te nemen;

- verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van 24 maart 2026 (P3);

- bepaalt dat geen antwoordaktes worden genomen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, E.W.A. Vonk en J. de Boer, leden van het Hof en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 Beslissing

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN

ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN

BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

VONNIS

in de zaken van:

de naamloze vennootschap RAGING RHINO N.V.,

gevestigd in Curaçao,

hierna te noemen: Raging Rhino,

oorspronkelijk verweerster in zaak CUR202402709 en eiseres in zaak CUR202402467, thans appellante,

gemachtigden: mrs. R.F. van den Heuvel, N.G. Blokland en R.L. Mogen,

tegen

[Speler],

wonende in [woonplaats],

hierna te noemen: de speler,

oorspronkelijk verzoekster in zaak CUR202402709 en gedaagde in zaak CUR202402467, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr.drs. E. Bokkes.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Bij op 9 december 2025 in tweevoud ingekomen beroepschrift, met producties, is Raging Rhino in hoger beroep gekomen van de tussen partijen gegeven en op 10 november 2025 uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) in de zaak CUR202402709 en tevens van het op dezelfde dag tussen dezelfde partijen gewezen vonnis van het Gerecht in de zaak CUR202402467.

1.2.

Raging Rhino heeft zes grieven tegen de beschikking en het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof de beschikking en het bestreden vonnis zal vernietigen, en, uitvoerbaar bij voorraad, de vorderingen van Raging Rhino zal toewijzen alsmede, zo neemt het Hof aan, het verzoek van [speler] zal afwijzen, en de speler zal veroordelen in de kosten, met de bepaling dat over de kostenveroordeling de wettelijke rente loopt met ingang van twee weken na het vonnis.

1.3.

Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1.

Het Hofdossier bestaat enkel uit de twee gelijkluidende beroepschriften, met producties. Niet duidelijk is of [speler] een afschrift heeft ontvangen. Een verweerschrift/memorie van atwoord ontbreekt evenals pleitnota’s in hoger beroep van de gemachtigden.

2.2.

Raging Rhino heeft griffierecht betaald (Cg 14.360).

2.3.

Het Hof heeft de griffier van het Hof opgedragen een exemplaar van het beroepschrift aan mr. Bokkes, de gemachtigde van [speler], te doen toekomen.

2.4. [

[Speler] dient op korte termijn bij akte, omiddellijk peremptoir (P3), mede te delen of zij een verweerschrift/memorie van antwoord wenst in te dienen op de rol of dat zij daarvan afziet. Ook dient zij mede te delen of zij wenst te pleiten in hoger beroep en zo ja, mondeling of schriftelijk, dan wel daarvan afziet,

2.5.

Raging Rhino dient tegelijkertijd bij akte, omiddellijk peremptoir (P3), mede te delen of zij wenst te pleiten in hoger beroep en zo ja, mondeling of schriftelijk, dan wel daarvan afziet.

2.6.

Antwoordaktes zijn niet nodig.

2.7.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 Beslissing

Het Hof:

- stelt partijen in de gelegenheid de in rov. 2.4 en 2.5 bedoelde aktes te nemen;

- verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van 24 maart 2026 (P3);

- bepaalt dat geen antwoordaktes worden genomen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, E.W.A. Vonk en J. de Boer, leden van het Hof en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.