Uitspraak · Civiel recht
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 11 oktober 2022
ECLI:NL:OGHACMB:2022:215Zaaknummer CUR2021H00336
- Instantie
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 11 oktober 2022
- Publicatiedatum
- 30 januari 2023
- Zaaknummer
- CUR2021H00336
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Geen hinder door minimarket.
3 Beslissing
Het Hof bevestigt het bestreden vonnis en veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot op heden begroot op Naf 6.000,- aan gemachtigdensalaris en NAf 352,50 aan verschotten.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, S. Verheijen en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 11 oktober 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Burgerlijke zaken over 2022 Vonnis no.:
Registratienummers: CUR202004572 – CUR2021H00336
Uitspraak: 11 oktober 2022
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Vonnis in de zaak van:
[Appellant],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: [appellant],
oorspronkelijk eiser, thans appellant,
gemachtigde: mr. R.A. Gonet,
tegen
1 [Geïntimeerde],
wonende in [woonplaats],
2. de naamloze vennootschap
JINGER MINIMARKET N.V.,
gevestigd in Curaçao,
gezamenlijk hierna te noemen: [geïntimeerden]
gedaagde 2 afzonderlijk hierna te noemen: Jinger;
oorspronkelijk gedaagden, thans geïntimeerden,
gemachtigde: mr. A.K.H. Ayubi
1 Het verder verloop van de procedure
Het Hof verwijst voor het verloopt tot dan toe naar zijn tussenvonnis van 16 augustus 2022.
De in dat tussenvonnis gelaste descente met comparitie van partijen is op 9 september 2022 gehouden. De Hofcombinatie bestond uit mrs. De Boer, Lewin en Meijer.
Uitspraak is bepaald op heden.
3 Beoordeling
Mr. Meijer is buiten staat dit vonnis mee te wijzen.
Tijdens de descente/comparitie heeft het Hof alle klachten van [appellant] ter plaatse onderzocht:
a. Inkijk in slaapkamers van [appellant]
b. Overlast van lamp op gevel van [geintimeerde].
c. Urinestank
d. Vuilnisbak of container
e. Parkeerlijnen
f. Loszittend reclamebord
Ad a. Van binnen de woning van [geïntimeerde] is er in geen geval inkijk. De inkijkmogelijkheid vanaf het balkon van [geïntimeerde] is gering. De afstand is betrekkelijk groot. De ramen van [appellant] zijn klein. [Appellant] gebruikt vitrages of vergelijkbaar materiaal ter bescherming van zijn privacy.
Ad b. De lamp aan de gevel van [geïntimeerde] is verwijderd.
Ad c. In de hoek buiten de supermarket, aan de kant van [appellant] woning, ruikt het inderdaad naar urine. Op de muur staat vermeld dat er niet geürineerd mag worden, maar dat heeft kennelijk onvoldoende effect.
Ad d. Er is een ommuurde ruimte met traliehekafsluiting aan de zijkant, zonder dak. Hierin lagen ten tijde van de descente/comparitie kartonnen dozen en ander droog verpakkingsmateriaal. Verder stond er een betrekkelijk kleine gesloten vuilnisbak. Het Hof kon geen stank constateren.
Ad e. De parkeerlijnen zijn door [geïntimeerde] aangebracht.
Ad f. Het reclamebord zit goed vast aan ijzeren palen die in beton staan. Het was de leden van het Hof niet mogelijk het bord in beweging te krijgen.
Kortom, de klachten onder a-b en e-f vallen af.
Wat betreft klacht c (urinegeur) heeft het Hof geconstateerd dat de urinegeur niet sterk was. Het is niet aannemelijk dat deze is waar te nemen in [appellant] woning. Het gaat hier om een minimarket gelegen in een woonbuurt, direct grenzend aan huizen. Dit is in Curaçao normaal. Partijen zijn het erover eens dat de aanwezigheid van een toilet of urinoir bij een minimarket niet van overheidswege is voorgeschreven. Belangrijk acht het Hof dat [geïntimeerde] onweersproken heeft gesteld dat er buiten de supermarket niet geregeld gedronken wordt, zoals bij veel andere minimarkets. Er zijn buiten de supermarket ook geen zitplaatsen, zoals bij veel andere minimarkets.
Wat betreft klacht d (vuilnisbak). Indien in de bak geen afval wordt gedeponeerd dat kan rotten, lijkt een dak of volledige afsluiting, zoals [appellant] wil, weinig zinvol.
Al met al acht het Hof, in aanmerking nemend de factoren genoemd in rov. 4.6 van het tussenvonnis (a. de aard, de ernst en de duur van de hinder; b. de omvang van de door de hinder toegebrachte schade; c. andere omstandigheden van het geval waaronder ook de plaatselijke omstandigheden) het handelen van [geïntimeerden] in de gegeven omstandigheden niet onrechtmatig (onzorgvuldig in het maatschappelijk verkeer) jegens [appellant].
Het bestreden vonnis moet daarom worden bevestigd. [Appellant] dient de kosten van het hoger beroep te dragen.
3 Beslissing
Het Hof bevestigt het bestreden vonnis en veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot op heden begroot op Naf 6.000,- aan gemachtigdensalaris en NAf 352,50 aan verschotten.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, S. Verheijen en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 11 oktober 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.