Uitspraak · Civiel recht

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 28 januari 2018

ECLI:NL:OGHACMB:2018:324Zaaknummer HAR-29-2017

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
28 januari 2018
Publicatiedatum
20 juli 2023
Zaaknummer
HAR-29-2017
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Curaçao. Het Hof laat verzoekster niet toe als zaakwaarnemer. Er kan geen voldoende toezicht op zaakwaarnemers worden uitgeoefend en in de rechtsbijstand kan door advocaten worden voorzien.

Het Hof:

wijst af het verzoek.

Deze beslissing is gegeven door mrs. E.A. Saleh, S.A. Carmelia en H.J. Fehmers, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 23 januari 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Standpunt van verzoeker
  3. 3 De beoordeling van het verzoek
  4. 4 De Beslissing

Zaaknummer: HAR-29/2017

Datum beslissing: 23 januari 2018

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

BESLISSING

op het verzoek ex artikel 48 Advocatenlandsverordening van:

[VERZOEKSTER],

wonend in Curaçao,

verzoekster.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Bij verzoekschrift, met producties, ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao op 4 juli 2017 ontvangen, verzoekt verzoekster het Hof om haar als zaakwaarnemer toe te laten.

1.2.

Beslissing is bepaald op heden.

2 Standpunt van verzoeker

Verzoekster wenst op de voet van artikel 48 van de Advocatenlandsverordening te worden toegelaten als zaakwaarnemer, waarbij zij blijkens haar toelichting beroepshalve als gemachtigde in civiele zaken wil gaan optreden.

3 De beoordeling van het verzoek

Het Hof overweegt als volgt. Ten tijde van het van kracht worden van de Advocatenlandsverordening in 1959 waren er in Curaçao slechts een beperkt aantal advocaten en was het voor het verschaffen van rechtsbijstand noodzakelijk om naast advocaten ook zaakwaarnemers toe te laten, die in zaken met een beperkt financieel belang konden optreden. Inmiddels is die situatie veranderd en is er een ruim aanbod aan advocaten. Bovendien heeft de rechtsontwikkeling niet stil gestaan en moet het niveau van rechtsbijstand daarmee in de pas lopen. Ook dient er toezicht op de verleende rechtsbijstand te zijn om de kwaliteit te waarborgen en moet het via tuchtrechtspraak mogelijk zijn om de kwaliteit, dienstverlening en kosten van de rechtsbijstand te laten toetsen.

Om die redenen moet worden geoordeeld dat het instituut zaakwaarnemer niet meer beantwoordt aan het doel waarvoor het in het leven is geroepen. Weliswaar heeft dat (nog) niet geleid tot aanpassing van de Advocatenlandsverordening, maar omdat het Hof over de toelating moet beslissen kan het met inachtneming van het voorgaande een afweging maken.

Er kan geen voldoende toezicht op zaakwaarnemers worden uitgeoefend en in de rechtsbijstand kan door advocaten worden voorzien. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

4 De Beslissing

Het Hof:

wijst af het verzoek.

Deze beslissing is gegeven door mrs. E.A. Saleh, S.A. Carmelia en H.J. Fehmers, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 23 januari 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.

Aangehaald in

  • ECLI:NL:OGHACMB:2024:156 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 27 augustus 2024 (civiel recht)

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.