Uitspraak · Bestuursrecht

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 23 november 2018

ECLI:NL:OGHACMB:2018:309Zaaknummer CUR2018H00191

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
23 november 2018
Publicatiedatum
6 januari 2020
Zaaknummer
CUR2018H00191
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Nu appellante er voor gekozen heeft om op de voet van artikel 55 van de Lar eerst een bezwaarschrift tegen de bestreden beschikking in te dienen, was appellante pas bevoegd om beroep in te stellen, nadat op het bezwaarschrift was beslist. Het Gerecht heeft het op 24 maart 2018 tegen de bestreden beschikking ingestelde beroep derhalve terecht, zij het op onjuiste gronden, niet ontvankelijk verklaard.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Saleh, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. Beerse, griffier.

w.g. Saleh voorzitterw.g. Beerse griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 november 2018

Volledige tekst

CUR2018H00191

Datum uitspraak: 23 november 2018

gemeenschappelijk hof van jusTitie

van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[Appellante],

mede namens haar minderjarige kinderen

[Naam] en [Naam]

appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 17 mei 2018 in zaak nr. CUR2018001226 en CUR2018001227, in het geding tussen:

appellante

en

de minister van Justitie.

Procesverloop

Bij bevelschrift van 9 februari 2018 (de bestreden beschikking) heeft de minister bevolen dat appellante uiterlijk op 9 maart 2018 uit Curaçao wordt verwijderd en voor een periode van 3 jaar na dagtekening van deze beschikking de binnenkomst in Curaçao wordt ontzegd. Voorts heeft de minister bevolen dat appellante in bewaring wordt gesteld.

Bij uitspraak van 17 mei 2018 heeft het Gerecht het daartegen door appellante ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 oktober 2018, waar appellante, vertegenwoordigd door mrs. B.W. Scheperboer en G.C.A. Scheperboer-Parris, advocaten, zijn verschenen.

Overwegingen

Ingevolge artikel 7, eerste lid, kunnen natuurlijke of rechtspersonen die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen, daartegen beroep instellen bij het Gerecht. Ingevolge artikel 55 zijn de personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, bevoegd een bezwaarschrift in te dienen bij het bestuursorgaan dat de beschikking heeft genomen, en het beroep, bedoeld in artikel 7, eerste lid, pas in te stellen nadat het bestuursorgaan op het bezwaarschrift heeft beslist.

Blijkens de door de minister in eerste aanleg bij zijn pleitnota overgelegde stukken heeft appellante op 19 maart 2018 op de voet van artikel 55 van de Lar tegen de bestreden beschikking een bezwaarschrift ingediend. Op 24 maart 2018 heeft appellante tegen de bestreden beschikking beroep ingesteld bij het Gerecht. Bij beschikking van 8 mei 2018 heeft de minister het bezwaarschrift ongegrond verklaard.

Nu appellante er voor gekozen heeft om op de voet van artikel 55 van de Lar eerst een bezwaarschrift tegen de bestreden beschikking in te dienen, was appellante pas bevoegd om beroep in te stellen, nadat op het bezwaarschrift was beslist. Het Gerecht heeft het op 24 maart 2018 tegen de bestreden beschikking ingestelde beroep derhalve terecht, zij het op onjuiste gronden, niet‑ontvankelijk verklaard.

Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Saleh, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. Beerse, griffier.

w.g. Saleh voorzitterw.g. Beerse griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 november 2018

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.