Uitspraak · Bestuursrecht
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 25 januari 2011
ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0588Zaaknummer HLAR 015/10
- Instantie
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 25 januari 2011
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- HLAR 015/10
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Betreft verzoek om proceskostenvergoeding. Hof oordeelt dat na intrekking van hoger beroep door bestuursorgaan de Lar geen grondslag biedt voor een veroordeling tot vergoeding van opgekomen proceskosten. Verzoek wordt afgewezen.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Recht doende in naam der Koningin:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.
w.g. Drop
voorzitter
w.g. Isenia
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2011
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HLAR 015/10
Datum uitspraak: 25 januari 2011
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoekster] in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [haar kind], beiden wonend in Curaçao,
verzoekster,
om proceskostenveroordeling na intrekking van het hoger beroep.
1. Procesverloop
Bij brief, bij het Hof ingekomen op 7 mei 2010, heeft de gezaghebber van het Eilandgebied Curaçao (thans: de minister van Justitie) hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 25 maart 2010.
[verzoekster] heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 november 2010, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. I.E.A. Doorstam, werkzaam bij het Ministerie van Justitie, en [verzoekster], vertegenwoordigd door mr. S.N.E. Inderson, advocaat, zijn verschenen. Daar heeft de minister het hoger beroep ingetrokken. [verzoekster] heeft het Hof daarop verzocht hem te veroordelen tot vergoeding van de bij haar in de procedure opgekomen proceskosten.
2. Overwegingen
2.1. Voor een veroordeling tot vergoeding van de in verband met de behandeling van een door een bestuursorgaan ingesteld hoger beroep bij een partij opgekomen proceskosten na intrekking van dat hoger beroep biedt de Landsverordening administratieve rechtspraak geen grondslag. Het verzoek moet worden afgewezen.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Recht doende in naam der Koningin:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.
w.g. Drop
voorzitter
w.g. Isenia
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2011
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,
Aangehaald in
- ECLI:NL:OGHACMB:2015:29 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 9 oktober 2015 (bestuursrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.