Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 9 oktober 2026
ECLI:NL:OGEAM:2026:137Zaaknummer SXM202601058-KG 100/2026
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 19 oktober 2026
- Zaaknummer
- SXM202601058-KG 100/2026
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Geschil over de incassering van huurpenningen. Het Gerecht bepaalt dat deze in de nalatenschap vallen en veroordeelt dat gedaagde de incasso over te dragen aan twee van zijn zussen.
5 De beslissing
Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
benoemt [eiseres sub 1] en [eiseres sub 4] tot tijdelijk beheerder over de nalatenschap en bepaalt dat zij zelfstandig bevoegd zijn om al die daden van beheer en beschikking te verrichten die in het belang van de nalatenschap noodzakelijk zijn;
beveelt [naam gedaagde] om onmiddellijk te stoppen met het innen van de huur van de appartementen aan [adres] in South Reward, te Sint Maarten;
beveelt [naam gedaagde] om de huurders van de woning en de appartementen op het perceel plaatselijk bekend als [adres], binnen drie dagen uur na betekening van dit vonnis, de huurders van de appartementen schriftelijk in kennis te stellen dat hij niet langer bevoegd is om de huur te innen en dat de betaling daarvan voorlopig aan [eiseres sub 1] en [eiseres sub 4] of een door hen aan te wijzen persoon moet gebeuren;
compenseert de proceskosten, ieder draagt de eigen kosten;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door de griffier, en op 9 oktober 2026 in het openbaar uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Zaaknummer: SXM202601058
Vonnis in kort geding van: 9 oktober 2026
in de zaak van
1 [eiseres sub 1],
wonende in Sint Maarten,
eiseres sub 1,
2 [eiser sub 2],
wonende in Sint Maarten,
eiser sub 2,
3 3. [eiser sub 3],
wonende in Sint Maarten,
eiser sub 3,
4 4. [eiseres sub 4],
wonende in Sint Maarten,
eiseres sub 4,
5 5. [eiseres sub 5],
wonende in Sint Maarten,
eiseres sub 5,
tegen
[naam gedaagde],
wonende in Sint Maarten,
gedaagde,
verschenen in persoon.
Partijen zullen hierna “[eiseressen]” en “[gedaagde]” worden genoemd.
De zaak in het kort
Geschil over de incassering van huurpenningen. Het Gerecht bepaalt dat deze in de nalatenschap vallen en dat gedaagde de incasso moet overdragen aan zijn zussen, eiseressen 1. en 4.
The case in brief
Dispute over the collection of rent. The Court ruled that the rent is part of the estate and that the defendant must transfer the collection rights to his sisters, plaintiffs 1 and 4.
1. Het verloop van de procedure
eiseressen] hebben op 11 september 2026 een verzoekschrift ingediend. Vervolgens heeft op 25 september 2026 de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens [eiseressen] zijn [eiseres sub 1] en [eiseres sub 4] verschenen. [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben het woord gevoerd. Van de verklaringen tijdens de mondelinge behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
De datum van het vonnis is bepaald op vandaag.
2 De feiten
Partijen zijn erfgenamen in de nalatenschap van hun moeder, wijlen [naam oeder], overleden op 12 mei 2017. [moeder] had zeven kinderen: de vijf eisende partijen, [gedaagde] en [naam wijlen broer].
Tot de nalatenschap behoort het onroerend goed, kadastraal omschreven in meetbrief [nummer], gelegen te South Reward, plaatselijk bekend als [adres], met de daarop gebouwde opstallen, bestaande uit een woonhuis en twee appartementen.
naam wijlen broer] woonde bij zijn moeder. Na haar overlijden is hem, gelet op zijn gezondheidstoestand, door [eiseressen] toegestaan om samen met zijn stiefvader in de woning te blijven wonen.
Na het overlijden van zijn stiefvader in 2019 heeft [naam wijlen broer] de woning verbouwd tot twee appartementen, die hij vervolgens verhuurde voor respectievelijk USD 850 en USD 900 per maand. Na het overlijden van [naam wijlen broer] op 23 juli 2025 heeft [gedaagde] het beheer van de woning overgenomen en verhuurt hij beide appartementen.
3 Het geschil
eiseressen]. vorderen bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Primair:
- [eiseres sub 1] en [eiseres sub 4], althans een door het Gerecht in goede justitie te benomen onafhankelijk en onpartijdige derde, te benoemen tot tijdelijk beheerder over de nalatenschap, met de bepaling dat zij zelfstandig bevoegd zijn om al die daden van beheer en beschikking te verrichten die in het belang van de nalatenschap noodzakelijk zijn, met uitsluiting van [gedaagde];
- [gedaagde] te bevelen om de huurders van de woning en de appartementen op het perceel plaatselijk bekend als [adres], binnen 24 uur na de uitspraak of uiterlijk op een door het Gerecht in goede justitie vast te stellen datum, de huurders van de appartementen schriftelijk in kennis te stellen dat hij niet langer bevoegd is om de huur te innen en dat de betaling daarvan voorlopig aan de door eisers aangewezen tijdelijke vereffenaar moet worden voldaan;
- [gedaagde] te bevelen om onmiddellijk te stoppen met het innen van de huur van de appartementen aan [adres] in South Reward, en alle sleutels van de appartementen en het huis onmiddellijk aan de eisers over te dragen;
- [gedaagde] te bevelen om onmiddellijk aan eisers, bij wijze van voorschot en tegen behoorlijk bewijs van kwijting, het bedrag van USD 24.500 te retourneren, zijnde de onrechtmatigheid door hem geinde huur tot en met augustus 2026, plus wettelijke rente vanaf 1 augustus 2025 tot en met de dag van algehele betaling.
Secundair:
5. [ [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van USD 500,-- per dag of dagdeel dat hij in gebreke blijft aan het onder 1 tot en met 4 gevorderde te voldoen, tot een maximum van USD 50.000,--;
5. [ [gedaagde] te veroordelen om aan eisers bij wijze van voorschot en tegen behoorlijk bewijs van kwijting, het bedrag van USD 23.800,-- dan wel een door uw gerecht naar goede justitie te bepalen bedrag aan gebruiksvergoeding tot en met augustus 2026 voor het onrechtmatig ontoegankelijk houden van de woning en het appartement aan eisers te betalen, zulks te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 1 augustus 2025 tot en met de dag van algehele voldoening;
5. [ [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na de datum van het in dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te veroordelen in de nakosten conform het geldende liquidatietarief.
eiseressen] leggen aan hun vordering ten grondslag dat [gedaagde] sinds het overlijden van [wijlen broer] [gedaagde] de huren int van de twee appartementen, zonder verantwoording en afdracht aan hen. [gedaagde] gedraagt zich zodoende als eigenaar terwijl hij slechts een van de gerechtigden tot de onverdeelde boedel is waarin dit perceel zich bevindt. Dit is onrechtmatig, temeer nu [eiseressen] de afgelopen jaren meerdere malen hebben geprobeerd om tot afspraken met [gedaagde] te komen betreffende beheer en verdeling van de boedel. Ondanks sommatie gaat [gedaagde] ermee door de huren te incasseren en in eigen zak te steken. Evenmin geeft hij gehoor aan de sommatie om rekening en verantwoording af te leggen.
gedaagde] voert als verweer aan dat [wijlen broer] gedurende ongeveer zeven jaar het beheer over de woning heeft gevoerd. De totale huurinkomsten bedragen ongeveer USD 1.700. [eiseressen] zijn financieel zelfstandig, daarom is er geen reden om hun geld uit te keren zonder daartoe verplicht te zijn.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Het spoedeisend belang is met de aard van de vorderingen gegeven.De gerechtigden tot de huurpenningen
Het perceel grond met gebouwen maakt deel uit van de nalatenschap van wijlen [naam moeder]. Deze nalatenschap is tot op heden niet verdeeld. Daarmee behoort het recht op de vruchten en inkomsten van het gehuurde, waaronder de daaruit voortvloeiende huurpenningen, niet uitsluitend aan [gedaagde] toe, maar aan de gezamenlijke gerechtigden tot de nalatenschap. Zolang geen verdeling van de nalatenschap heeft plaatsgevonden, kan [naam gedaagde] niet zonder meer over de huurinkomsten beschikken alsof hij als enige rechthebbende tot het gehuurde kan worden aangemerkt. Het enkele feit dat [naam gedaagde] de huurpenningen feitelijk van de huurders ontvangt, verschaft hem geen zelfstandig recht om deze inkomsten voor zichzelf te behouden. Dit geldt temeer omdat tussen de erfgenamen geen overeenkomst bestaat op grond waarvan [naam gedaagde] gerechtigd is de huurpenningen uitsluitend voor zichzelf te innen en te behouden. Integendeel, zolang de nalatenschap onverdeeld is, dienen de inkomsten uit het tot de nalatenschap behorende vermogen ten goede te komen aan de boedel en daarmee aan alle gerechtigden daartoe.
Gelet hierop is er geen rechtsgrond voor [naam gedaagde] om de huurpenningen na ontvangst blijvend voor zichzelf te houden. Zolang de nalatenschap niet is verdeeld, dient hij zich te onthouden van het zelfstandig innen en behouden van de huurinkomsten. De huurpenningen dienen, in afwachting van de verdeling, ter beschikking van de gezamenlijke gerechtigden te blijven en derhalve op een daartoe bestemde derden- of escrowrekening te worden gestort.
Geldvordering
Voor toewijzing van een geldvordering in kort geding is terughoudendheid geboden. Het bestaan en de omvang van de vordering moeten in voldoende mate aannemelijk zijn, terwijl tevens moet worden beoordeeld of uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Daarbij dient het risico van restitutie, indien de vordering in een eventuele bodemprocedure alsnog wordt afgewezen, in de beoordeling te worden betrokken.
In dit geval is de omvang van de gestelde geldvordering, gelet op de over en weer ingenomen standpunten en de daarvoor aangevoerde gronden, onvoldoende aannemelijk geworden. [naam gedaagde] heeft weliswaar erkend de huurpenningen te hebben geïncasseerd, maar stelt dat hij daartegenover ook kosten heeft moeten maken. Voor een beoordeling van dat standpunt is nader onderzoek naar de feiten noodzakelijk. Een dergelijk onderzoek gaat het bestek van deze kortgedingprocedure te buiten en dient in een bodemprocedure plaats te vinden. [naam gedaagde] zal verantwoording moeten afleggen over de inkomsten en uitgaven met betrekking tot de woning en de appartementen. De gevorderde betaling zal echter in dit kort geding worden afgewezen.
De overige vorderingen
naam gedaagde] heeft ter zitting verklaard er geen bezwaar tegen te hebben dat zijn zusters de huur voortaan gaan incasseren, als het Gerecht dat zou beslissen. Het Gerecht zal dat doen; de vordering zal op dat punt worden toegewezen. [Eiseres sub 1] en [eiseres sub 4] zullen worden aangewezen om namens de erfgenamen vanaf de datum van het vonnis de huur bij de huurders te gaan innen. [naam gedaagde] zal een en ander aan de huurders moeten meedelen, zoals gevorderd.
Gelet op de toezegging van [naam gedaagde] ter zitting aan het Gerecht ziet het Gerecht geen aanleiding tot toewijzing van de gevorderde dwangsom.
Het betreft hier een familie-aangelegenheid. Daarom zal geen veroordeling in de proceskosten worden bepaald.
Vonnis uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan het Hof in hoger beroep vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. [naam gedaagde] zal dus direct aan het vonnis moeten voldoen.
5 De beslissing
Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
benoemt [eiseres sub 1] en [eiseres sub 4] tot tijdelijk beheerder over de nalatenschap en bepaalt dat zij zelfstandig bevoegd zijn om al die daden van beheer en beschikking te verrichten die in het belang van de nalatenschap noodzakelijk zijn;
beveelt [naam gedaagde] om onmiddellijk te stoppen met het innen van de huur van de appartementen aan [adres] in South Reward, te Sint Maarten;
beveelt [naam gedaagde] om de huurders van de woning en de appartementen op het perceel plaatselijk bekend als [adres], binnen drie dagen uur na betekening van dit vonnis, de huurders van de appartementen schriftelijk in kennis te stellen dat hij niet langer bevoegd is om de huur te innen en dat de betaling daarvan voorlopig aan [eiseres sub 1] en [eiseres sub 4] of een door hen aan te wijzen persoon moet gebeuren;
compenseert de proceskosten, ieder draagt de eigen kosten;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door de griffier, en op 9 oktober 2026 in het openbaar uitgesproken.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.