Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 3 juli 2026
ECLI:NL:OGEAM:2026:120Zaaknummer SXM202600353
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Datum uitspraak
- 3 juli 2026
- Publicatiedatum
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- SXM202600353
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Kort geding. Vorderingen afgewezen. Hoogte geldlening betwist, niet toewijsbaar in kort geding. Overdracht aandelen naar recht van Anguilla.
5 De beslissing
Het Gerecht:
Rechtdoende in kort geding:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering tegen [gedaagde 2];
wijst de vorderingen tegen Zevs af;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de Zevs tot op heden begroot op Cg 1.500,-:
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Zaaknummer: SXM202600353
Vonnis in kort geding d.d. 3 juli 2026
inzake
[eiser],
domicilie kiezende te Sint Maarten, ten kantore van zijn gemachtigde,
eiser,
gemachtigde: mr. V.C. Choennie,
tegen
1 ZEVS PRIVATE FUND FOUNDATION,
gevestigd in Sint Maarten,
gedaagde,
2. [gedaagde],
wonende in Sint Maarten,
gedaagde,
gemachtigde: mr. M.O. Kortenoever.
Partijen zullen hierna [eiser], Zevs en [gedaagde 2] worden genoemd.
1 Het verloop van de procedure
eiser] heeft op 27 maart 2026 een verzoekschrift ingediend. Zevs heeft op 23 april 2026 producties in het geding gebracht.
De mondelinge behandeling was aanvankelijk bepaald op vrijdag 24 april 2026. Bij e-mailbericht van 23 april 2026 heeft de gemachtigde van [eiser] het Gerecht bericht dat partijen met elkaar in overleg waren teneinde een minnelijke regeling te beproeven. Vervolgens is de zaak verwezen naar de kleine rol van vrijdag 8 mei 2026 voor uitlating omtrent een eventuele regeling.
Bij e-mailbericht van 7 mei 2026 heeft de gemachtigde van [eiser] het Gerecht bericht dat partijen geen minnelijke regeling hebben bereikt en het geschil daarom ter beoordeling aan de rechter wensen voor te leggen. Daarop is de zaak verwezen naar de kleine rol van 12 juni 2026 voor mondelinge behandeling.
Bij e-mailbericht van 9 juni 2026 heeft de gemachtigde van Zevs verzocht om aanhouding van de mondelinge behandeling. Het Gerecht heeft dit verzoek toegewezen en de zaak verwezen naar de kleine rol van 19 juni 2026 voor mondelinge behandeling.
Op 18 juni 2026 heeft [eiser] een aanvullende productie ingediend.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 juni 2026, waarbij partijen en de gemachtigden zijn verschenen. De gemachtigden hebben gepleit conform de overgelegde pleitaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is verklaard.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2 De feiten
Op 23 mei 2023 hebben [eiser] en Zevs een Share Sale and Transfer Agreement with Mortgaged Loan getekend.
Op 26 mei 2023 heeft [eiser], als enig aandeelhouder, alle aandelen in Sea Side Retreat Inc. overgedragen aan Zevs. [gedaagde 2] treedt op als bestuurder en uiteindelijk belanghebbende van Zevs.
Op 1 september 2023 is een hypotheekakte gevestigd tot zekerheid van een bedrag van USD 650.000,00, vermeerderd met rente. Gedaagden zijn daarbij als schuldenaren geregistreerd.
Partijen zijn overeengekomen dat gedaagden uiterlijk op 1 december 2023 een bedrag van USD 650.000 aan [eiser] zijn. In artikel 2 van de overeenkomst is bepaald:
“in case there is an outstanding delay in the payments- additional US$ 650.000,00 or monthly payment- of more than six (6) months- this agreement will be automatically terminate, and seller will receive the shares back in legal ownership without any occupancy of the villa.”
In de periode van 6 juni 2023 tot en met 14 juli 2025 hebben gedaagden gedeeltelijke betalingen verricht, een de laatste betaling op 14 juli 2025 van USD 3.000.
Sinds juli 2025 hebben gedaagden geen betalingen meer verricht.
eiser] heeft gedaagden per deurwaardersexploot gesommeerd tot nakoming, doch aan deze sommatie is geen gevolg gegeven.
Gedaagden blijven het pand gebruiken.
3 Het geschil
eiser] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
- Gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de achterstallige bedragen zoals overeengekomen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de aanmaning 21 oktober 2025;
- Gedaagden te veroordelen tot nakoming van hun betalingsverplichtingen, op straffe van een dwangsom van USD 2.500,00 per dag of iedere dagdeel dat betaling uitblijft;
- Te bepalen dat voorshands moet worden aangenomen dat de overeenkomst ingevolge artikel 2 is beëindigd, althans ontbinding in een bodemprocedure zal volgen;
- Gedaagden te veroordelen tot teruglevering van alle aandelen in Sea Side Retreat Inc. aan [eiser] binnen 7 dagen na betekening van het vonnis;
- Te bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste rechtshandelingen en/of wilsverklaringen indien gedaagden niet meewerken;
- Gedaagden te veroordelen tot ontruiming van de villa, met afgifte van sleutels, binnen 7 dagen na betekening van het vonnis;
- Gedaagden te veroordelen tot betaling van een redelijke gebruiksvergoeding vanaf juli 2025 tot aan ontruiming;
- Gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.
eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat het vereiste spoedeisend belang is gegeven en voortvloeit uit het feit dat sinds juli 2025 geen enkele betaling meer heeft plaatsgevonden, terwijl gedaagden het pand zonder enige vergoeding blijven gebruiken. Daarnaast bestaat een reëel risico dat [eiser] in geval van executie slechts beperkt verhaal zal kunnen nemen. [eiser] stelt dat gedaagden toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen uit de overeenkomst en de hypotheekakte. Volgens [eiser] is de overeenkomst vervolgens rechtsgeldig buitengerechtelijk ontbonden, zodat de aandelen aan hem dienen te worden teruggeleverd en gedaagden geen recht of titel meer hebben voor het gebruik van de villa.
Gedaagden voeren primair verweer en stellen zich op het standpunt dat de betrokken rechtspersoon een rechtspersoon naar het recht van Anguilla betreft. De vraag of teruglevering van de aandelen mogelijk is, dient derhalve te worden beoordeeld naar het recht van Anguilla. Voorts erkennen gedaagden dat Zevs een geldsom aan [eiser] verschuldigd is uit hoofde van de tussen partijen gesloten lening. Gedaagden betwisten echter de door [eiser] gestelde hoogte van die vordering en stellen dat een lager bedrag verschuldigd is. Deze betalingsverplichting uit hoofde van de lening staat los van de koop en overdracht van de aandelen in de rechtspersoon. De omvang van de geldvordering heeft derhalve geen invloed op de rechtsgeldigheid van de koop of de overdracht van de aandelen, noch op de beoordeling van een eventuele verplichting tot teruglevering daarvan. Zevs is bereid het daadwerkelijk verschuldigde bedrag aan [eiser] te voldoen maar is echter feitelijk onmogelijk doordat beslag is gelegd en bovendien geen deugdelijke en verifieerbare bankgegevens van [eiser] zijn verstrekt, zodat Zevs niet in staat is de betaling op correcte wijze te verrichten.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Spoedeisend belang
Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vorderingen van [eiser]; voortgezet gebruik van het pand zonder daarvoor een vergoeding te betalen.
Ontvankelijkheid
eiser] spreekt niet alleen Zevs aan, maar ook haar directeur. De vordering van [eiser] is gebaseerd op een leningsovereenkomst. Bij die leningsovereenkomst is [gedaagde 2] geen partij. Ook overigens heeft [eiser] geen gronden aangevoerd, waarom [gedaagde 2] als natuurlijk persoon aansprakelijk zou zijn jegens [eiser]. In zoverre is [eiser] daarom niet-ontvankelijk in zijn vordering jegens [gedaagde 2].
Geldvordering in kort geding
Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad moet de rechter bij de vraag of een geldvordering in kort geding toewijsbaar is, onderzoeken of de vordering van de eisende partij voldoende aannemelijk is. Daarnaast moet bij de eisende partij een spoedeisend belang bestaan, waardoor het voeren van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Ten slotte moet de rechter bij de afweging van de belangen van partijen ook het restitutierisico betrekken, welk risico: kan de eisende partij bij een latere voor gedaagde gunstige beslissing het bedrag terugbetalen. In deze zaak heeft Zevs de hoogte van de vordering inhoudelijk en gemotiveerd betwist. Daarom is allerminst aannemelijk dat een bodemrechter de vordering zal toewijzen. Reeds daarom zal de vordering worden afgewezen.
Recht van Anguilla van toepassing
De vordering tot teruglevering van aandelen heeft betrekking op aandelen in Sea Side Retreat Inc. Die vennootschap is gevestigd in Anguila. Zevs voert aan dat teruglevering van aandelen naar het recht van Anguila niet mogelijk is. [eiser] heeft dat niet weersproken, zodat ook deze vordering niet toewijsbaar is.Proceskosten
Geen van de vorderingen is toewijsbaar. [eiser] zal daarom als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Zevs tot op heden begroot op Cg 1.500,- aan salaris voor de gemachtigde.
5 De beslissing
Het Gerecht:
Rechtdoende in kort geding:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering tegen [gedaagde 2];
wijst de vorderingen tegen Zevs af;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de Zevs tot op heden begroot op Cg 1.500,-:
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.