Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 28 april 2026

ECLI:NL:OGEAM:2026:103Zaaknummer SXM202500345

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
SXM202500345
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aanrijding op Sint Maarten tussen scooter en auto.

5 De beslissing

Het Gerecht:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van USD 1.200,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2025 tot aan de dag van algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op Cg 50.-;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter in voormeld Gerecht en ter openbare zitting van 28 maart 2026 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 De vordering en de vermindering
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202500345

Vonnis d.d. 28 april 2026

inzake

[eiseres],

wonend in Sint Maarten,

eiseres,

procederend in persoon,

tegen

[gedaagde],

wonend in Sint Maarten,

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] worden genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

  • het inleidend verzoekschrift met producties, op 31 maart 2025 ter griffie ingediend;
  • de conclusie van antwoord;
  • het mondelinge verzoek om vermindering van eis van eiseres van 9 april 2026.
1.2.

De comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 9 april 2026. [eiseres] is in persoon verschenen. Gedaagde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

1.3.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Op 22 maart 2025 heeft [gedaagde] met een scooter tegen de auto van [eiseres] gereden.

2.2.

Als gevolg hiervan is schade ontstaan aan de auto van eiseres.

2.3. [

gedaagde] heeft aansprakelijkheid voor de schade niet erkend. [gedaagde] heeft geweigerd de schade te vergoeden of de auto te laten repareren.

2.5. [

eiseres] heeft de schade laten taxeren en heeft de auto vervolgens zelf laten repareren en heeft de kosten daarvan voldaan.

3 De vordering en de vermindering

3.1. [

eiseres] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van USD 3.668,-, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

Bij de mondelinge verzoek ter zitting van 9 april 2026 heeft [eiseres] haar vordering verminderd tot een bedrag van USD 1.200,-, zijnde de daadwerkelijke gemaakte reparatiekosten.

3.3.

Het Gerecht stelt vast dat de vermindering van eis tijdig en op juiste wijze heeft plaatsgevonden en zal recht doen op de verminderde vordering.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vordering van [eiseres] is gegrond op onrechtmatige daad. Voor toewijzing daarvan moet worden vastgesteld dat sprake is van een onrechtmatige gedraging, toerekenbaarheid, schade, causaal verband en relativiteit.

4.2.

Vast staat dat [gedaagde] met een scooter tegen de auto van [eiseres] is aangereden. [eiseres] sloeg links af, nadat zij dat had aangegeven. Er stond een rijtje auto’s achter [eiseres] te wachten. [gedaagde] haalde deze auto’s met zijn scooter in en reed op de verkeerde weghelft. De aanrijding vond plaats op de linker weghelft. [gedaagde] had [eiseres] dus voor moeten laten gaan. Een dergelijke gedraging levert in beginsel een schending op van de zorgvuldigheidsnorm die in het maatschappelijk verkeer betaamt, nu van een verkeersdeelnemer mag worden verwacht dat hij voldoende afstand houdt en zijn voertuig zodanig onder controle heeft dat aanrijdingen worden voorkomen.

4.3.

Het Gerecht kwalificeert dit handelen als een onrechtmatige daad. Deze gedraging is [gedaagde] ook toe te rekenen, nu deze is te wijten aan zijn schuld, althans voor zijn risico komt.

4.4.

Ten aanzien van de schade overweegt het Gerecht dat [eiseres] voldoende heeft aangetoond dat haar auto als gevolg van de aanrijding is beschadigd. De door haar overgelegde facturen en betalingsbewijzen met betrekking tot de reparatiekosten onderbouwen de omvang van de schade voldoende.

4.5.

Het causaal verband tussen de onrechtmatige gedraging en de schade is gegeven, nu de schade een direct gevolg is van de aanrijding. Het betreft schade die naar haar aard voorzienbaar is als gevolg van een verkeersongeval. [eiseres] heeft de schade laten begroten door [naam bedrijf]. Deze begroting was USD 3.668,-. [eiseres] heeft ervoor gekozen de auto op een goedkopere manier te laten repareren voor USD 1.200,- en haar schade zo – ook in het belang van [gedaagde] – beperkt.

4.6. [

gedaagde] heeft weliswaar verweer gevoerd in de conclusie van antwoord, maar is niet ter comparitie verschenen om dit verweer nader toe te lichten of te onderbouwen.

4.7.

Vast staat voorts dat [gedaagde], ondanks aansprakelijkstelling, heeft geweigerd de schade te vergoeden of tot herstel over te gaan. Daarmee is [gedaagde] in verzuim geraakt, zodat hij ook de wettelijke rente over het schadebedrag verschuldigd is vanaf het moment dat betaling uitbleef.

4.8.

De door [eiseres] gevorderde schadevergoeding, zoals verminderd, komt het Gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als voldoende onderbouwd worden toegewezen.

4.9. [

gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op Cg 50,- aan griffierecht.

5 De beslissing

Het Gerecht:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van USD 1.200,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2025 tot aan de dag van algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op Cg 50.-;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter in voormeld Gerecht en ter openbare zitting van 28 maart 2026 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.