Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 12 mei 2026
ECLI:NL:OGEAM:2026:102Zaaknummer SXM202500700
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Datum uitspraak
- 12 mei 2026
- Publicatiedatum
- 17 augustus 2026
- Zaaknummer
- SXM202500700
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bouwzaak Sint Maarten. Gedeeltelijk eindvonnis, gedeeltelijk tussenvonnis met bewijsopdracht
5 De beslissing
Het Gerecht:
verklaart voor recht dat Platinum is tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst;
verklaart voor recht dat eisers bevoegd en gerechtigd waren de overeenkomst op 20 april 2024 gedeeltelijk te ontbinden en dat deze overeenkomst ook op die datum is ontbonden;
veroordeelt Platinum tot betaling aan eisers van een bedrag van USD 40.000,-;
wijst de vorderingen ter zake van huurderving en immateriële schade af;
verklaart onderdeel 5.3. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
en, voordat verder zal worden beslist:
draagt Platinum op te bewijzen dat hij naar aanleiding van een ernstig waterafvoerprobleem overleg heeft gevoerd met eisers en dat daarbij is afgesproken dat de aanneemsom met USD 15.000,- zou worden verhoogd;
draagt Platinum op nader te onderbouwen dat de kosten voor herstel en het afronden van de overeengekomen werkzaamheden minder dan USD 83.080,- bedragen;
verwijst de zaak naar de rolzitting van 16 juni 2026, waarop Platinum zich bij akte kan uitlaten of en zo ja hoe zij dit bewijs en deze onderbouwing wil leveren.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door
mr. A.S. Veldhuizen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Zaaknummer: SXM202500700
Vonnisdatum: 12 mei 2026
in de zaak van
1 [eiser 1],
2. [eiseres 2],
beiden wonende in Sint Maarten,
eisers,
gemachtigde: mr. Z.J.A. Bary,
tegen
de besloten vennootschap PLATINUM SERVICES B.V.,
gevestigd in Sint Maarten,
gedaagde,
gemachtigde: mr. S.D.M. Roseburg,
Partijen zullen hierna eisers en Platinum worden genoemd.
1 Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
- het inleidend verzoekschrift met producties, op 20 juni 2025 ter griffie ingediend;
- de conclusie van antwoord van 14 oktober 2025;
- de door Platinum toegezonden aanvullende productie (3 bladzijden);
- het door eisers toegezonden rapport van 23 maart 2026;
- de comparatie van partijen waarbij partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet, mr. Roseburg mede aan de hand van door haar overgelegde pleitaantekeningen, en vragen van de rechter beantwoord.
Aan het einde van de mondelinge behandeling hebben partijen het Gerecht verzocht wel een datum voor vonnis te bepalen, maar nog de gelegenheid te willen krijgen de zaak op minnelijke wijze te beëindigen. Vervolgens is de uitspraak in de zaak bepaald op vandaag.
Nadien heeft het Gerecht uit de door partijen overgelegde emailcorrespondentie begrepen dat er geen minnelijke regeling tot stand is gekomen, zodat vonnis zal worden gewezen.
2 De feiten
Het gerecht gaat uit van de volgende feiten.
Op 3 januari 2023 heeft Platinum aan eisers een offerte gestuurd, inhoudende de kosten van het materiaal en de te verrichten arbeid voor de verbouwing van de woning van eisers op de tweede verdieping. De geschatte materiaalkosten zijn USD 80.180,- en de geschatte arbeidskosten zijn USD 86.820,-.
Op 3 april 2023 zijn partijen de aanneming overeengekomen voor het totale bedrag van USD 167.000,-. De geschatte tijd volgens de overeenkomst voor de verbouwing is vijf maanden, ervan uitgaande dat Platinum vijf dagen per week werkzaam zal zijn voor eisers.
Eisers hebben, in termijnen, aan Platinum in totaal een bedrag betaald van USD 163.524,17.
3 De vordering
Eisers vorderen, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht te verklaren dat Platinum tekort is geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst;
II. voor recht te verklaren dat eisers bevoegd en gerechtigd waren de overeenkomst op 20 april 2024 gedeeltelijk te ontbinden en dat deze overeenkomst ook op die datum ontbonden is;
III. Platinum te veroordelen tot betaling van USD 83.080,00 vanwege nog te verrichten werkzaamheden door een derde partij ter vervanging van Platinum;
IV. Platinum te veroordelen tot betaling van USD 22.000,00 vanwege misgelopen huuropbrengsten;
V. Platinum te veroordelen tot betaling van USD 30.000,00 vanwege immateriële schade;
VI. Platinum te veroordelen in de proceskosten.
Eisers leggen aan hun vordering het volgende ten grondslag. Partijen zijn op 3 april 2023 overeengekomen dat Platinum vijf maanden later, op 3 september 2023, de verbouwde woning aan eisers zal opleveren. De opdracht is niet tijdig afgerond waardoor Platinum is tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Toen de werkzaamheden op 20 april 2024 nog steeds niet waren afgerond hebben eisers de overeenkomst gedeeltelijk ontbonden. Het verrichte werk diende niet ongedaan gemaakt te worden, maar de nog te verrichten werkzaamheden behoeft Platinum niet meer uit te voeren. Eisers hebben Platinum een termijn van twee weken gegund op de gedeeltelijke ontbinding te reageren. Platinum heeft binnen deze termijn niet gereageerd. Verder stellen eisers dat Platinum hen een bedrag is verschuldigd van onder meer USD 83.080,- vanwege de nog te maken kosten om het afgesproken werk af te ronden. Voor deze werkzaamheden dienen eisers een derde partij in te huren. Eiser stellen huurinkomsten te zijn misgelopen van USD 1.100,- per maand sinds oktober 2023, nu ze de woning niet hebben kunnen verhuren. Het totaal aan misgelopen huur tot 20 juni 2025 komt neer op USD 22.000,-. Ten slotte vorderen eisers een immateriële schadevergoeding van USD 30.000,- vanwege de fysieke, psychische en sociale stress die de verbouwing bij eisers heeft opgeleverd.
Platinum heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op dit verweer zal hierna bij de beoordeling worden ingegaan.
4 De beoordeling
De niet afgeronde werkzaamheden
Een bijzonderheid in deze zaak is dat eiseres 2 en de directeur van gedaagde broer en zus zijn. Dat maakt dat de onderhandelingen en ontwikkelingen gedurende de bouwperiode niet altijd even zakelijk zijn verlopen. In de schriftelijke aannemingsovereenkomst zijn partijen een oplevertermijn van vijf maanden overeengekomen. Platinum stelt dat dat een fout is, en dat dat acht maanden zou moeten zijn, omdat dat uit een eerdere offerte van 8 maart 2022 zou blijken. Dit kan echter in het midden blijven, omdat ook de oplevertermijn van acht maanden niet is gehaald.
Vast staat dat Platinum niet alle aangenomen werkzaamheden en leveringen tijdig heeft verricht. De door Platinum gestelde overmacht door lekkages en dergelijke komen voor rekening en risico van Platinum als aannemer. Ook staat vast dat eisers Platinum voldoende in gebreke hebben gesteld. Dat leidt het Gerecht tot het oordeel dat eisers het recht hadden om de overeenkomst op 24 april 2024 gedeeltelijk te ontbinden. De eerste twee onderdelen van de vordering zijn daarom toewijsbaar.De in rekening te brengen kosten
Platinum heeft ter zitting aangevoerd dat de eigenlijke geraamde kosten hoger waren dan in de uiteindelijke overeenkomst zijn terechtgekomen. Hij heeft de offerte aangepast in verband met de familierelatie en om zijn zus te helpen de financiering rond te krijgen. Wat hier verder ook van zij, Platinum was als aannemer gehouden de aangeboden werkzaamheden tegen de aangeboden kosten te verrichten. Het risico dat dit binnen het budget eigenlijk niet zou kunnen, is voor Platinum.
Tijdens de werkzaamheden stuitte Platinum op door hem onverwachte problemen in verband met moerasgrond. Dat zou meerwerk opleveren voor een bedrag van ongeveer USD 15.000,- tot USD 20.000,-. Volgens Platinum is dit met eisers besproken en is afgesproken dat dit bedrag nog bij de aanneemsom zou komen.Eisers erkennen dat over dit probleem is gesproken, maar niet over extra geld. Bovendien zijn zij van mening dat Platinum de buurt goed kent.
Ook als een aannemer de locatie van het werk goed kent, kan het voorkomen dat er onverwachte problemen opduiken. In dat geval dient hij in overleg te gaan met de opdrachtgever over de gevolgen hiervan. Dat is in dit geval ook gebeurd. Eisers betwisten echter dat er toen over geld is gesproken. Platinum zal volgens zijn aanbod in de gelegenheid worden gesteld zijn stelling te bewijzen.
Platinum heeft voorts verwezen naar Whatsapp-correspondentie, waarin tussen partijen is onderhandeld over een schikking, nadat de werkzaamheden waren gestaakt. De door beide partijen overgelegde screenshots van 5 maart 2024 vermelden een bedrag van uiteindelijk USD 20.000,-. Tot een definitieve overeenkomst op dat punt is echter niet gekomen. Eisers stellen dat zij zich pas later realiseerden dat de kosten veel hoger zouden uitkomen dan zij eerder hadden gedacht. Ter zitting heeft Platinum verklaard dat hij het bedrag ook nooit heeft betaald, omdat de deal niet was uitgevoerd en er ook niets over op schrift is gezet.
Na de ontbinding in april 2024 hebben eisers in verband met de financiering van het project op verzoek van de Orco Bank een taxatierapport laten opstellen. In dat rapport worden de kosten om het werk af te maken geschat op een bedrag van USD 83.080,-.
Platinum heeft betwist dat de resterende werkzaamheden nog een bedrag van USD 83.080,- zouden bedragen. Het ligt op de weg van Platinum om die betwisting nader te onderbouwen. De voor de mondelinge behandeling in het geding gebrachte offerte van 8 maart 2022 met groene vinkjes en rode kruisjes is daartoe niet bepalend. Allereerst niet, omdat niet duidelijk is welke werkzaamheden uiteindelijk zijn vervallen in de latere overeenkomst en daarnaast niet, omdat er door Platinum geen bedragen aan zijn gekoppeld.Platinum heeft ter zitting ook nog een lijst overgelegd “Platinum services”, waarop diverse kosten worden vermeld. Voor zover Platinum daarmee wil aantonen dat zij deze kosten voor dit project heeft gemaakt, wil het Gerecht dat aannemen, maar het zegt niets over de nog te maken kosten.Eisers hebben daarentegen een rapport van een partijdeskundige in het geding gebracht, het “Masonry on-site inspection report”. Hierin worden gedetailleerd de gebreken in de oplevering vermeld en aanbevelingen voor afronding en herstel.
Op grond van het voorgaande begroot het Gerecht de door eisers nog te maken kosten waarvoor Platinum aansprakelijk is, op in ieder geval USD 40.000,-. Dat bedrag zal bij dit vonnis als deelbeslissing worden toegewezen. Platinum zal in de gelegenheid worden gesteld haar betwisting van de vordering van USD 83.080,- nader te onderbouwen. Inschakeling van een deskundige ligt daarbij voor de hand. Omdat Platinum de betwisting nader dient te onderbouwen, dient Platinum zelf – bij voorkeur in overleg met eisers – een deskundige in te schakelen. Indien Platinum een onderzoek door een gerechtelijke deskundige wil laten verrichten, moet Platinum dat bij akte laten weten. Platinum moet er rekening mee houden dat zij dan het door de deskundige verlangde voorschot dient te betalen.Gederfde huurinkomsten
De stelling dat eisers een deel van de woning zouden hebben kunnen verhuren voor USD 1.100,- per maand is door Platinum gemotiveerd betwist. Eisers hebben dit deel van de vordering ook niet verder onderbouwd. Daarom zal dit onderdeel worden afgewezen.Immateriële schadevergoeding
Platinum stelt dat de gevorderde immateriële schadevergoeding van USD 30.000,- dient te worden afgewezen omdat stress, ruzie en frustratie over een bouwvertraging onvoldoende is ter onderbouwing van immateriële schade. Dit verweer slaagt. Eiseres 2 heeft weliswaar een summiere verklaring in het geding gebracht dat zij is doorverwezen naar een psycholoog in verband met stressproblemen en een post traumatische stressstoornis, maar daaruit blijkt niet dat de verbouwingsproblemen de oorzaak van die PTSS waren. Platinum heeft erop gewezen dat er in dezelfde periode ook stress was als gevolg van de geboorte van een tweeling.
Eiser 1 heeft zijn schade op dit punt helemaal niet onderbouwd.Eisers hebben zodoende onvoldoende gesteld dat zij immateriële schade hebben geleden als gevolg van de problemen met Platinum.Dit onderdeel van de vordering zal daarom worden afgewezen.
5 De beslissing
Het Gerecht:
verklaart voor recht dat Platinum is tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst;
verklaart voor recht dat eisers bevoegd en gerechtigd waren de overeenkomst op 20 april 2024 gedeeltelijk te ontbinden en dat deze overeenkomst ook op die datum is ontbonden;
veroordeelt Platinum tot betaling aan eisers van een bedrag van USD 40.000,-;
wijst de vorderingen ter zake van huurderving en immateriële schade af;
verklaart onderdeel 5.3. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
en, voordat verder zal worden beslist:
draagt Platinum op te bewijzen dat hij naar aanleiding van een ernstig waterafvoerprobleem overleg heeft gevoerd met eisers en dat daarbij is afgesproken dat de aanneemsom met USD 15.000,- zou worden verhoogd;
draagt Platinum op nader te onderbouwen dat de kosten voor herstel en het afronden van de overeengekomen werkzaamheden minder dan USD 83.080,- bedragen;
verwijst de zaak naar de rolzitting van 16 juni 2026, waarop Platinum zich bij akte kan uitlaten of en zo ja hoe zij dit bewijs en deze onderbouwing wil leveren.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door
mr. A.S. Veldhuizen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.