Uitspraak · Bestuursrecht

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 6 mei 2024

ECLI:NL:OGEAM:2024:44Zaaknummer SXM202400374-LAR00036/2024 en SXM202400377-LAR00038/2024

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Datum uitspraak
6 mei 2024
Publicatiedatum
8 augustus 2024
Zaaknummer
SXM202400374-LAR00036/2024 en SXM202400377-LAR00038/2024
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Lar-rechter onbevoegd om over rechtmatigheid van aanbestedingsprocedure te oordelen. Beslissingen omtrent (voorlopige) gunning moeten naar aanleiding van een openbare aanbesteding worden aangemerkt als beslissingen ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onder f, van de Lar, te weten het tussen het Land en een partij te sluiten overeenkomst met daarin de opdracht over de levering van het nieuwe IT-systeem van de belastingdienst.

6 De beslissing

Het Gerecht:

  • verklaart zich onbevoegd te oordelen op het ingestelde Lar-beroep;
  • wijst af het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.J. van Ettekoven, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 6 mei 2024.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Object van geschil
  2. 2 Het verloop van de procedure
  3. 3 Feiten
  4. 4 Het geschil
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

Uitspraakdatum: 6 mei 2024

Zaaknummer: SXM202400374-LAR00036/2024 en SXM202400377-LAR00038/2024

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

UITSPRAAK

In het geding van:

1. [eiseres 1],

gevestigd te Sint Maarten,

eiseres, 2. [eiseres 2],

gevestigd te Sint Maarten,

eiseres,

gemachtigden: mrs. C.R. RUTTE, H.M. WEIJAND en S.N.J. PUTTER

hierna te noemen: [eiseres]

tegen

DE MINISTER VAN FINANCIEN VAN SINT MAARTEN,

gezeteld te Sint Maarten,

verweerder,

gemachtigde: mr. R.F. Gibson,

hierna te noemen: de minister

1 Object van geschil

Bij brief van 20 december 2023 heeft de minister van Financiën [eiseres] meegedeeld dat met haar geen overeenkomst zal worden gesloten voor levering van een ‘Integrated Tax Management System’.

2 Het verloop van de procedure

2.1. [

eiseres] heeft op 15 maart 2024 tegen voormelde brief van 20 december 2023 (met producties) beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Tevens is verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

2.2

Bij brief van 20 maart is partijen gevraagd zich uit te laten over de bevoegdheid van de LAR-rechter.

2.3.

De minister heeft op 5 april 2024 een verweerschrift ingediend. Daarin is aangegeven dat de minister met [eiseres] van oordeel is dat over een besluit van de overheid over een aanbesteding uitsluitend de burgerlijke rechter kan worden geadieerd. Een (voorlopig) besluit tot gunning moet worden aangemerkt als een besluit ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling, waartegen ingevolge artikel 7, tweede lid, aanhef en onder f, van de LAR geen beroep op grond van de LAR openstaat.

2.4.

Partijen zijn opgeroepen voor de zitting van 22 april 2024. Naar aanleiding daarvan hebben beide partijen aangegeven geen behoefte te hebben aan een behandeling ter zitting. Partijen hebben het gerecht verzocht uitspraak te doen zonder zitting.

2.5.

Het gerecht heeft daarop het onderzoek gesloten en uitspraak bepaald op heden.

3 Feiten

3.1.

Het Land Sint Maarten heeft de levering van een nieuw computersysteem voor de belastingdienst openbaar aanbesteed.

3.2.

Bij brief van 20 december 2023 heeft de minister van Financiën [eiseres] meegedeeld dat met haar geen overeenkomst zal worden gesloten voor levering van een ‘Integrated Tax Management System’. In die brief is vermeld dat deelnemers aan de aanbestedingsprocedure tegen de voorlopige gunning c.q. afwijzing binnen vier weken bezwaren kunnen indienen.

3.3.

Op 16 januari 2024 heeft [eiseres] bezwaren ingediend tegen de voorlopige gunning/afwijzing en de minister verzocht zijn beslissing over die gunning te heroverwegen.

3.4.

Bij brief van 22 februari 2024 heeft de minister [eiseres] bericht haar verzoek af te wijzen en geen reden te zien voor een andersluidende beslissing over de gunning.

4 Het geschil

4.1. [

eiseres] en de minister hebben het Gerecht, oordelend als Lar-rechter, verzocht uitspraak te doen en het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

4.2. [

eiseres] wil van de Lar-rechter een oordeel over de vraag of de brief van 20 december 2023 een voor beroep vatbare beslissing bevat. Dit om de zekerheid te verkrijgen dat haar in een civiele procedure over de aanbesteding niet kan en zal worden tegengeworpen dat de (voorlopige) gunningsbeslissing formele rechtskracht heeft verkregen, omdat daartegen niet of niet tijdig beroep bij de bestuursrechter is ingesteld.

5 De beoordeling

5.1.

Op grond van artikel 7, tweede lid, aanhef en onder f, van de Lar staat geen beroep open tegen een beschikking ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling, met uitzondering van een beschikking houdende weigering van de goedkeuring van een dergelijke beschikking.

5.2.

Het Gerecht, oordelend als Lar-rechter, is van oordeel dat de in de brief van 20 december 2023 neergelegde beslissing over de (voorlopige) gunning niet is, en niet kan worden aangemerkt als, een beschikking waartegen Lar-beroep openstaat.

5.3.

Met partijen is het Gerecht van oordeel dat beslissing(en) omtrent (voorlopige) gunning naar aanleiding van een openbare aanbesteding moet(en) worden aangemerkt als beslissing(en) ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onder f, van de Lar, te weten het tussen het Land en een partij te sluiten overeenkomst met daarin de opdracht over de levering van het nieuwe IT-systeem van de belastingdienst.

5.4.

Dit betekent dat het Gerecht, oordelend als Lar-rechter, niet bevoegd is te oordelen op het ingestelde beroep.

5.5.

Hieruit volgt dat uitsluitend de burgerlijke rechter bevoegd is te oordelen over de rechtmatigheid van de aanbestedingsprocedure en de (voorlopige) gunning.

5.6.

Omdat hieronder zal worden beslist op het ingestelde beroep in de bodemprocedure en die procedure daarmee wordt beëindigd, is er geen grond voor toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening.

5.7.

Voor vergoeding van proceskosten en/of griffierecht is geen aanleiding.

5.8.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

Het Gerecht:

  • verklaart zich onbevoegd te oordelen op het ingestelde Lar-beroep;
  • wijst af het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.J. van Ettekoven, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 6 mei 2024.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.