Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 20 augustus 2026

ECLI:NL:OGEAC:2026:158Zaaknummer CUR202601986

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
20 augustus 2026
Publicatiedatum
26 augustus 2026
Zaaknummer
CUR202601986
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kort geding. Afwijzing ontruimingsverdering gericht tegen ander dan bewoners van de woning.

5 De beslissing in kort geding

Het gerecht:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van Cg 1.600 aan achterstallige huurpenningen over de periode mei 2026, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum verzoekschrift tot aan de dag van betaling;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van Cg 1.600 per maand

voor iedere ingegane maand vanaf 1 juli 2026;

5.3.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af wat verder is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. S.K.V. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 De vordering
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing in kort geding

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202601986

Vonnis in kort geding van 20 juli 2026

in de zaak van

[eiser],

wonend in [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: dhr. R.A. Ramazan,

tegen

[gedaagde],

wonend in [woonplaats],

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

  • het verzoekschrift van 10 juni 2026,
  • de mondelinge behandeling van 6 juli 2026, waarbij [eiser] en Ramazan voornoemd zijn verschenen. [gedaagde] is hoewel deugdelijk opgeroepen, niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.
1.2.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

Op 1 mei 2025 hebben [eiser] en [gedaagde] een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de woning, gelegen aan [adres] in [land] (hierna: de woning). De overeengekomen huurprijs bedraagt Cg 1.600 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd.

2.2.

Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] een maandelijkse huurkorting van Cg 400 ontvangt ter verrekening van de door hem in de woning gedane investeringen.

2.3.

Bij brief van 27 januari 2026 heeft [eiser] aan [gedaagde] meegedeeld dat de huurovereenkomst niet zou worden verlengd wegens de voorgenomen verkoop van de woning. Daarbij heeft [eiser] [gedaagde] ook geïnformeerd over de verrekening van de huur en de voorgenomen bezichtiging van de woning door een makelaar.

2.4.

Bij brief van 15 februari 2026 zijn partijen overeengekomen hun onderlinge vorderingen met elkaar te verrekenen en elkaar finale kwijting te verlenen. Daarbij is afgesproken dat [gedaagde] de woning uiterlijk op 1 mei 2026 aan [eiser] ter beschikking zou stellen.

2.5.

Op 11 april 2026 hebben partijen een "gentlemen’s agreement" gesloten, inhoudende dat [gedaagde] de woning uiterlijk op 25 mei 2026 zou verlaten en de sleutels aan [eiser] zou afgeven.

2.6.

Op 9 mei 2026 heeft [eiser] een koopovereenkomst met betrekking tot de woning gesloten.

2.7.

Bij brief van 30 mei 2026 is [gedaagde] meegedeeld dat de gemaakte afspraken ongewijzigd bleven en dat hij de woning uiterlijk op 25 mei 2026 diende te verlaten.

3 De vordering

3.1. [

eiser] vordert dat het gerecht – samengevat – bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • [gedaagde] beveelt het gehuurde, gelegen aan [adres], binnen één week na betekening van het vonnis te ontruimen en ter vrije beschikking van [eiser] te stellen, met machtiging aan [eiser] om de ontruiming zo nodig met behulp van de sterke arm te doen uitvoeren;
  • [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de huurachterstand van Cg 1.600, vermeerderd met de wettelijke rente, alsmede tot betaling van de vanaf 1 juli 2026 tot aan de ontruiming vervallende huurtermijnen ten bedrage van Cg 1.600 per maand, vermeerderd met de wettelijke rente;
  • [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.

4 De beoordeling

Spoedeisend belang

4.1.

Een vordering in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat hij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de vordering in een gewone procedure zal worden toegewezen. Verder moet het belang van verhuurder bij toewijzing van de vordering worden meegewogen en de gevolgen van toewijzing van de vordering voor huurder als deze uitspraak later wordt teruggedraaid. Als partijen een gewone procedure starten, is de rechter in die procedure niet gebonden aan deze uitspraak.

4.2.

Voldoende is gebleken dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorzieningen, zodat hij in zoverre ontvankelijk is in zijn vorderingen.

Ontruiming

4.3. [

eiser] vordert ontruiming om de woning leeg aan de koper te kunnen opleveren. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] verklaard dat [gedaagde] weliswaar de huurovereenkomst heeft gesloten, maar de woning niet zelf bewoont. Volgens [eiser] wonen de moeder van [gedaagde]’s kinderen en hun kinderen in de woning (hierna: de feitelijke bewoners). [eiser] heeft de feitelijke bewoners echter niet in deze procedure betrokken. Ook is niet gesteld of gebleken dat zij van deze procedure of van de “gentlemen’s agreement” op de hoogte zijn. Met een ontruimingsvordering tegen uitsluitend [gedaagde], die niet in de woning woont, kan [eiser] daarom niet bereiken dat de feitelijke bewoners de woning verlaten. De vordering tot ontruiming zal wegens gebrek aan belang worden afgewezen.

Huurachterstand

4.3. [

gedaagde] is niet verschenen en heeft de vorderingen ter zake van de huurachterstand niet betwist. De onweersproken huurachterstand zal daarom worden toegewezen over de maand mei 2026 tot een bedrag van Cg 1.600. De ingangsdatum van de gevorderde wettelijke rente zal worden vastgelegd op de datum van indiening van het verzoekschrift.

Proceskosten

4.4.

Het gerecht ziet gezien de omstandigheden van het geval aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.

Uitvoerbaar bij voorraad

4.5.

De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen een rechtsmiddel tegen deze beslissing instelt.

5 De beslissing in kort geding

Het gerecht:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van Cg 1.600 aan achterstallige huurpenningen over de periode mei 2026, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum verzoekschrift tot aan de dag van betaling;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van Cg 1.600 per maand

voor iedere ingegane maand vanaf 1 juli 2026;

5.3.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af wat verder is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. S.K.V. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.