Uitspraak · Belastingrecht

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 27 juli 2026

ECLI:NL:OGEAC:2026:123Zaaknummer CUR202503635 t/m CUR202503650

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
27 juli 2026
Publicatiedatum
30 juli 2026
Zaaknummer
CUR202503635 t/m CUR202503650
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aan belanghebbende zijn over diverse jaren naheffingsaanslagen en verzuimboetes LB en premies opgelegd. Het bezwaar met betrekking tot het jaar 2019 is niet-ontvankelijk. Het beroep met betrekking tot de overige naheffingsaanslagen en verzuimboetes is ongegrond.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart zich onbevoegd voor zover het beroep ziet op de naheffingsaanslagen premies ZV/OV;

- verklaart het beroep wegens het niet tijdig beslissen met betrekking tot het jaar 2019 gegrond;

- verklaart de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over 2019 niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over de periode 2020 tot en met september 2022 ongegrond;

- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van NAf 700; en

- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van Cg 150 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en uitgesproken op 27 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Leeuw van Weenen.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

belastinggriffie@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: Cg 200

- personenvennootschappen en rechtspersonen: Cg 500

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 PROCESVERLOOP
  2. 2 FEITEN
  3. 3 GESCHIL
  4. 4 OVERWEGINGEN
  5. Vooraf: Tardiefstelling
  6. 5 PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
  7. 6 DE BESLISSING

Uitspraak van 27 juli 2026

BBZ nrs. CUR202503395 t/m CUR202503406, CUR202503410 t/m CUR202503452, CUR202503454 t/m CUR202503458, CUR202503460 t/m CUR202503471, CUR202503473 t/m CUR202503503, CUR202503505 t/m CUR202503509, CUR202503511 t/m CUR202503514, CUR202503516 t/m CUR202503535, CUR202503555 t/m CUR202503557, CUR202503559 t/m CUR202503624, CUR202503626 t/m CUR202503633 en CUR202503635 t/m CUR202503650

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[Belanghebbende], gevestigd te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende zijn op onderstaande data naheffingsaanslagen loonbelasting (LB) en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over het jaar 2019 opgelegd. Gelijktijdig met de naheffingsaanslagen zijn verzuimboetes opgelegd.

MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
LBJanuariNAf 760NAf 10012-08-2019
LBFebruariNAf 760NAf 10030-01-2020
LBMaartNAf 760NAf 10030-01-2020
LBAprilNAf 760NAf 10030-01-2020
LBMeiNAf 760NAf 10030-01-2020
LBJuniNAf 760NAf 10030-01-2020
LBJuliNAf 760NAf 10030-01-2020
LBAugustusNAf 760NAf 10030-01-2020
LBSeptemberNAf 760NAf 10030-01-2020
LBOktoberNAf 760NAf 10004-03-2020
LBNovemberNAf 760NAf 10004-03-2020
LBDecemberNAf 760NAf 10022-07-2020
MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
AOV/AWWJanuariNAf 640NAf 10012-08-2019
AOV/AWWFebruariNAf 640NAf 10030-01-2020
AOV/AWWMaartNAf 640NAf 10030-01-2020
AOV/AWWAprilNAf 640NAf 10030-01-2020
AOV/AWWMeiNAf 640NAf 10030-01-2020
AOV/AWWJuniNAf 640NAf 10030-01-2020
AOV/AWWJuliNAf 640NAf 10030-01-2020
AOV/AWWAugustusNAf 640NAf 10030-01-2020
AOV/AWWSeptemberNAf 640NAf 10030-01-2020
AOV/AWWOktoberNAf 640NAf 10004-03-2020
AOV/AWWNovemberNAf 640NAf 10004-03-2020
AOV/AWWDecemberNAf 640NAf 10022-07-2020
MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
AVBZJanuariNAf 80NAf 10012-08-2019
AVBZFebruariNAf 80NAf 10030-01-2020
AVBZMaartNAf 80NAf 10030-01-2020
AVBZAprilNAf 80NAf 10030-01-2020
AVBZMeiNAf 80NAf 10030-01-2020
AVBZJuniNAf 80NAf 10030-01-2020
AVBZJuliNAf 80NAf 10030-01-2020
AVBZAugustusNAf 80NAf 10030-01-2020
AVBZSeptemberNAf 80NAf 10030-01-2020
AVBZOktoberNAf 80NAf 10004-03-2020
AVBZNovemberNAf 80NAf 10004-03-2020
AVBZDecemberNAf 80NAf 10022-07-2020
MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
BVZJanuariNAf 560NAf 10012-08-2019
BVZFebruariNAf 560NAf 10030-01-2020
BVZMaartNAf 560NAf 10030-01-2020
BVZAprilNAf 560NAf 10030-01-2020
BVZMeiNAf 560NAf 10030-01-2020
BVZJuniNAf 560NAf 10030-01-2020
BVZJuliNAf 560NAf 10030-01-2020
BVZAugustusNAf 560NAf 10030-01-2020
BVZSeptemberNAf 560NAf 10030-01-2020
BVZOktoberNAf 560NAf 10004-03-2020
BVZNovemberNAf 560NAf 10004-03-2020
BVZDecemberNAf 560NAf 10022-07-2020
1.2

Aan belanghebbende zijn op onderstaande data naheffingsaanslagen LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over het jaar 2020 opgelegd. Gelijktijdig met de naheffingsaanslagen zijn verzuimboetes opgelegd.

MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
LBJanuariNAf 760NAf 10030-09-2020
LBFebruariNAf 760NAf 10030-09-2020
LBMaartNAf 760NAf 10030-09-2020
LBAprilNAf 760NAf 10007-10-2020
LBMeiNAf 760NAf 10007-10-2020
LBJuniNAf 760NAf 10028-01-2021
LBJuliNAf 760NAf 10028-01-2021
LBAugustusNAf 760NAf 10028-01-2021
LBSeptemberNAf 760NAf 10028-01-2021
LBOktoberNAf 760NAf 10029-11-2021
LBNovemberNAf 760NAf 10029-11-2021
LBDecemberNAf 760NAf 10029-11-2021
MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
AOV/AWWJanuariNAf 640NAf 10030-09-2020
AOV/AWWFebruariNAf 640NAf 10030-09-2020
AOV/AWWMaartNAf 640NAf 10030-09-2020
AOV/AWWAprilNAf 640NAf 10007-10-2020
AOV/AWWMeiNAf 640NAf 10007-10-2020
AOV/AWWJuniNAf 640NAf 10028-01-2021
AOV/AWWJuliNAf 640NAf 10028-01-2021
AOV/AWWAugustusNAf 640NAf 10028-01-2021
AOV/AWWSeptemberNAf 640NAf 10028-01-2021
AOV/AWWOktoberNAf 640NAf 10029-11-2021
AOV/AWWNovemberNAf 640NAf 10029-11-2021
AOV/AWWDecemberNAf 640NAf 10029-11-2021
MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
AVBZJanuariNAf 80NAf 10030-09-2020
AVBZFebruariNAf 80NAf 10030-09-2020
AVBZMaartNAf 80NAf 10030-09-2020
AVBZAprilNAf 80NAf 10007-10-2020
AVBZMeiNAf 80NAf 10007-10-2020
AVBZJuniNAf 80NAf 10028-01-2021
AVBZJuliNAf 80NAf 10028-01-2021
AVBZAugustusNAf 80NAf 10028-01-2021
AVBZSeptemberNAf 80NAf 10028-01-2021
AVBZOktoberNAf 80NAf 10029-11-2021
AVBZNovemberNAf 80NAf 10029-11-2021
AVBZDecemberNAf 80NAf 10029-11-2021
MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
BVZJanuariNAf 560NAf 10030-09-2020
BVZFebruariNAf 560NAf 10030-09-2020
BVZMaartNAf 560NAf 10030-09-2020
BVZAprilNAf 560NAf 10007-10-2020
BVZMeiNAf 560NAf 10007-10-2020
BVZJuniNAf 560NAf 10028-01-2021
BVZJuliNAf 560NAf 10028-01-2021
BVZAugustusNAf 560NAf 10028-01-2021
BVZSeptemberNAf 560NAf 10028-01-2021
BVZOktoberNAf 560NAf 10029-11-2021
BVZNovemberNAf 560NAf 10029-11-2021
BVZDecemberNAf 560NAf 10029-11-2021
1.3

Aan belanghebbende zijn op onderstaande data naheffingsaanslagen LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over het jaar 2021 opgelegd. Gelijktijdig met de naheffingsaanslagen zijn verzuimboetes opgelegd.

MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
LBJanuariNAf 760NAf 10030-11-2021
LBFebruariNAf 760NAf 10030-11-2021
LBMaartNAf 760NAf 10030-11-2021
LBAprilNAf 760NAf 10030-11-2021
LBMeiNAf 760NAf 10030-11-2021
LBJuniNAf 760NAf 10030-11-2021
LBJuliNAf 760NAf 10015-02-2022
LBAugustusNAf 760NAf 10015-02-2022
LBSeptemberNAf 760NAf 10016-02-2022
LBOktoberNAf 760NAf 10016-02-2022
LBNovemberNAf 282NAf 15016-03-2022
LBDecemberNAf 288NAf 15016-03-2022
MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
AOV/AWWJanuariNAf 640NAf 10030-11-2021
AOV/AWWFebruariNAf 640NAf 10030-11-2021
AOV/AWWMaartNAf 640NAf 10030-11-2021
AOV/AWWAprilNAf 640NAf 10030-11-2021
AOV/AWWMeiNAf 640NAf 10030-11-2021
AOV/AWWJuniNAf 640NAf 10030-11-2021
AOV/AWWJuliNAf 640NAf 10015-02-2022
AOV/AWWAugustusNAf 640NAf 10015-02-2022
AOV/AWWSeptemberNAf 640NAf 10016-02-2022
AOV/AWWOktoberNAf 640NAf 10016-02-2022
AOV/AWWNovemberNAf 640NAf 10016-03-2022
AOV/AWWDecemberNAf 640NAf 10016-03-2022
MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
AVBZJanuariNAf 80NAf 10030-11-2021
AVBZFebruariNAf 80NAf 10030-11-2021
AVBZMaartNAf 80NAf 10030-11-2021
AVBZAprilNAf 80NAf 10030-11-2021
AVBZMeiNAf 80NAf 10030-11-2021
AVBZJuniNAf 80NAf 10030-11-2021
AVBZJuliNAf 80NAf 10015-02-2022
AVBZAugustusNAf 80NAf 10015-02-2022
AVBZSeptemberNAf 80NAf 10016-02-2022
AVBZOktoberNAf 80NAf 10016-02-2022
AVBZNovemberNAf 273NAf 15016-03-2022
AVBZDecemberNAf 240NAf 15016-03-2022
MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
BVZJanuariNAf 560NAf 10030-11-2021
BVZFebruariNAf 560NAf 10030-11-2021
BVZMaartNAf 560NAf 10030-11-2021
BVZAprilNAf 560NAf 10030-11-2021
BVZMeiNAf 560NAf 10030-11-2021
BVZJuniNAf 560NAf 10030-11-2021
BVZJuliNAf 560NAf 10015-02-2022
BVZAugustusNAf 560NAf 10015-02-2022
BVZSeptemberNAf 560NAf 10016-02-2022
BVZOktoberNAf 560NAf 10016-02-2022
BVZNovemberNAf 1.681NAf 25216-03-2022
BVZDecemberNAf 1.479NAf 22116-03-2022
1.4

Aan belanghebbende zijn op onderstaande data naheffingsaanslagen LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over de periode januari tot en met september 2022 opgelegd. Gelijktijdig met de naheffingsaanslagen zijn verzuimboetes opgelegd.

MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
LBJanuariNAf 760NAf 10020-12-2022
LBFebruariNAf 760NAf 10031-01-2023
LBMaartNAf 760NAf 10031-01-2023
LBAprilNAf 760NAf 10031-01-2023
LBMeiNAf 760NAf 10031-01-2023
LBJuniNAf 760NAf 10031-01-2023
LBJuliNAf 760NAf 10031-01-2023
LBAugustusNAf 760NAf 10031-01-2023
LBSeptemberNAf 760NAf 10031-01-2023
MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
AOV/AWWJanuariNAf 640NAf 10020-12-2022
AOV/AWWFebruariNAf 640NAf 10031-01-2023
AOV/AWWMaartNAf 640NAf 10031-01-2023
AOV/AWWAprilNAf 640NAf 10031-01-2023
AOV/AWWMeiNAf 640NAf 10031-01-2023
AOV/AWWJuniNAf 640NAf 10031-01-2023
AOV/AWWJuliNAf 640NAf 10031-01-2023
AOV/AWWAugustusNAf 640NAf 10031-01-2023
AOV/AWWSeptemberNAf 640NAf 10031-01-2023
MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
AVBZJanuariNAf 80NAf 10020-12-2022
AVBZFebruariNAf 80NAf 10031-01-2023
AVBZMaartNAf 80NAf 10031-01-2023
AVBZAprilNAf 80NAf 10031-01-2023
AVBZMeiNAf 80NAf 10031-01-2023
AVBZJuniNAf 80NAf 10031-01-2023
AVBZJuliNAf 80NAf 10031-01-2023
AVBZAugustusNAf 80NAf 10031-01-2023
AVBZSeptemberNAf 80NAf 10031-01-2023
MiddelTijdvakNaheffingsaanslagVerzuimboeteDagtekening
BVZJanuariNAf 560NAf 10020-12-2022
BVZFebruariNAf 560NAf 10031-01-2023
BVZMaartNAf 560NAf 10031-01-2023
BVZAprilNAf 560NAf 10031-01-2023
BVZMeiNAf 560NAf 10031-01-2023
BVZJuniNAf 560NAf 10031-01-2023
BVZJuliNAf 560NAf 10031-01-2023
BVZAugustusNAf 560NAf 10031-01-2023
BVZSeptemberNAf 560NAf 10031-01-2023
1.5

Verder zijn aan belanghebbende voor de periode 2019 tot en met september 2022 naheffingsaanslagen premies ziekteverzekering (ZV) en Ongevallenverzekering (OV) opgelegd.

Naheffingsaanslagen loonbelasting en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ 2019

1.6.1

Belanghebbende heeft op 12 juni 2024 voor 2019 (alsnog) maandelijkse aangiften LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ gedaan.

1.6.2

Belanghebbende heeft op 15 juli 2024 tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over het jaar 2019 bezwaarschriften ingediend.

1.6.3

Belanghebbende heeft op 15 augustus 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig doen van uitspraak op de bezwaren tegen de over 2019 opgelegde naheffingsaanslagen en verzuimboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ.

Naheffingsaanslagen loonbelasting en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ 2020, 2021 en januari tot en met september 2022.

1.7.1

Belanghebbende heeft op 16 februari 2023 voor de jaren 2020 en 2021 en de periode januari 2022 tot en met september 2022 (alsnog) maandelijkse aangiften LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ gedaan.

1.7.2

Belanghebbende heeft op 31 maart 2024 (dagtekening 21 maart 2024) tegen de naheffingsaanslagen LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over de jaren 2020 en 2021 en de periode januari 2022 tot en met september 2022 bezwaarschriften ingediend en daarbij verwezen naar de ingediende aangiften.

1.7.3

De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 19 juni 2024 de maandelijkse naheffingsaanslagen LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over de periode januari 2020 tot en met september 2022 verminderd overeenkomstig de alsnog ingediende aangiften. Voor zover de volgens de aangiften verschuldigde bedragen aan loonbelasting of premies hoger waren dan de naheffingsaanslagen en voor zover de verschuldigde loonbelasting en premies niet waren betaald heeft de Inspecteur de naheffingsaanslagen in stand gelaten. In alle gevallen zijn de boetes gehandhaafd. In de overgelegde schermprints staat daarbij, afhankelijk van de situatie, vermeld:

“bezwaar gedeeltelijk toegewezen: uw bezwaar heeft aanleiding gegeven de aanslag tot op het bedrag van de aangifte te verminderen”;

“reden afwijzing: aangifte boven aanslag”;

“reden afwijzing: uit mijn gegevens blijkt dat het door u op aangifte aangegeven bedrag niet betaald hebt, dan wel niet volledig” en

“boete gehandhaafd”.

1.7.4

Belanghebbende heeft op 14 juli 2024 wederom bezwaarschriften ingediend tegen de naheffingsaanslagen én verzuimboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over de periode 2020 tot en met september 2022.

1.8

Belanghebbende heeft op 15 augustus 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig doen van uitspraak op de bezwaren tegen de over de jaren 2019 tot en met 2021 en de periode januari 2022 tot en met september 2022 opgelegde naheffingsaanslagen en verzuimboetes. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van Cg 150.

1.9

De Inspecteur heeft op 4 mei 2026 verweerschriften ingediend.

1.10

Belanghebbende heeft op 5 mei 2026 gereageerd op de verweerschriften. De Inspecteur heeft op 6 mei 2026 gereageerd op dit laatste stuk van belanghebbende.

1.11

De zitting heeft plaatsgevonden op 7 mei 2026 te Willemstad. Namens belanghebbende zijn verschenen J.M. Jacobs en mr. A.C. Small. Namens de Inspecteur is verschenen mr. [A]. De gemachtigde heeft ter zitting een pleitnota overgelegd en voorgedragen.

2 FEITEN

2.1

Belanghebbende is op 27 juni 2018 opgericht. De activiteiten van belanghebbende bestaan o.a. uit het exploiteren van een of meer horecagelegenheden, waaronder begrepen het inrichten, huren, verhuren en beheren van een restaurant bedrijf en/of cateringbedrijf, bars, café en soortgelijke faciliteiten in een of meerdere gelegenheden.

2.2

Omdat belanghebbende geen aangiften heeft gedaan, zijn aan haar over de jaren 2019 tot en met 2021 en de periode januari 2022 tot en met september 2022 (taxatieve) naheffingsaanslagen en verzuimboetes (vanwege niet tijdige betaling) LB, premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ opgelegd.

2.3

Belanghebbende heeft op 12 juni 2024 voor het jaar 2019 en op 16 februari 2023 voor de jaren 2020 en 2021 en de periode 1 januari 2022 tot en met september 2022 (alsnog) aangiften LB en premies gedaan naar de volgende bedragen.

2019

TijdvakLBAOV/AWWAVBZBVZ
JanuariNAf 290NAf 1.786NAf 239NAf 1.381
FebruariNAf 289NAf 1.418NAf 188NAf 1.077
MaartNAf 321NAf 1.781NAf 228NAf 1.460
AprilNAf 439NAf 2.150NAf 278NAf 1.803
MeiNAf 434NAf 2.217NAf 289NAf 1.835
JuniNAf 315NAf 1.945NAf 246NAf 1.676
JuliNAf 336NAf 2.100NAf 263NAf 1.791
AugustusNAf 315NAf 1.906NAf 242NAf 1.647
SeptemberNAf 333NAf 1.712NAf 215NAf 1.464
OktoberNAf 315NAf 1.662NAf 209NAf 1.427
NovemberNihilNihilNihilNihil
DecemberNihilNihilNihilNihil

2020

TijdvakLBAOV/AWWAVBZBVZ
JanuariNAf 295NAf 1.990NAf 256NAf 1.617
FebruariNAf 316NAf 2.097NAf 267NAf 1.760
MaartNAf 124NAf 1.652NAf 211NAf 1.440
AprilNAf 251NAf 1.670NAf 210NAf 1.432
MeiNAf 282NAf 1.670NAf 210NAf 1.432
JuniNAf 325NAf 2.090NAf 263NAf 1.789
JuliNAf 318NAf 1.783NAf 223NAf 1.522
AugustusNAf 318NAf 1.783NAf 223NAf 1.522
SeptemberNAf 318NAf 1.867NAf 238NAf 1.522
OktoberNAf 328NAf 2.007NAf 254NAf 1.714
NovemberNAf 318NAf 1.944NAf 247NAf 1.647
DecemberNAf 314NAf 2.058NAf 261NAf 1.625

2021

TijdvakLBAOV/AWWAVBZBVZ
JanuariNAf 422NAf 2.265NAf 294NAf 1.919
FebruariNAf 292NAf 1.809NAf 231NAf 1.508
MaartNAf 292NAf 2.064NAf 277NAf 1.590
AprilNAf 292NAf 1.888NAf 254NAf 1.396
MeiNAf 292NAf 2.359NAf 304NAf 1.985
JuniNAf 314NAf 2.663NAf 343NAf 2.094
JuliNAf 295NAf 2.288NAf 295NAf 1.786
AugustusNAf 285NAf 2.217NAf 287NAf 1.771
SeptemberNAf 282NAf 2.118NAf 275NAf 1.724
OktoberNAf 282NAf 2.139NAf 279NAf 1.713
NovemberNAf 282NAf 2.093NAf 273NAf 1.681
DecemberNAf 288NAf 1.713NAf 240NAf 1.479

2022

TijdvakLBAOV/AWWAVBZBVZ
JanuariNAf 258NAf 1.826NAf 236NAf 1.467
FebruariNAf 258NAf 1.835NAf 239NAf 1.467
MaartNAf 258NAf 1.825NAf 239NAf 1.451
AprilNAf 256NAf 1.790NAf 232NAf 1.465
MeiNAf 281NAf 1.863NAf 241NAf 1.522
JuniNAf 258NAf 1.815NAf 237NAf 1.467
JuliNAf 267NAf 1.878NAf 243NAf 1.493
AugustusNAf 258NAf 1.801NAf 233NAf 1.459
SeptemberNAf 315NAf 1.522NAf 212NAf 1.125

3 GESCHIL

In geschil is of belanghebbende ontvankelijk is in haar bezwaren tegen de naheffingsaanslagen LB en premies AOV/AWW, AVBZ, BVZ en ZV/OV, over de jaren 2019 tot en met 2021. Inhoudelijk is in geschil of de naheffingsaanslagen genoemd onder 1.1 tot en met 1.4 – na de door de Inspecteur toegepaste verminderingen – en verzuimboetes terecht en naar de juiste hoogte zijn opgelegd.

4 OVERWEGINGEN

Vooraf: Tardiefstelling

4.1

Belanghebbende heeft zich op het standpunt gesteld dat de verweerschriften met bijlagen als tardief buiten beschouwing dienen te worden gelaten, omdat deze in een laat stadium van de procedure zijn overgelegd.

4.2

Het is aan het Gerecht om te beoordelen of aanleiding bestaat om laat ingediende stukken wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing te laten. Daarbij is onder meer van belang of de wederpartij door de late indiening onredelijk wordt benadeeld in haar procesvoering.

4.3

Het Gerecht is van oordeel dat daarvan in dit geval geen sprake is, omdat het gaat om stukken waarover belanghebbende zelf al zou moeten beschikken, waaronder de door belanghebbende zelf ingediende aangiften LB en premies en aangiften en bezwaarschriften omzetbelasting. Daarnaast betreft het schermprints van de naheffingsaanslagen en verzuimboetes en de overeenkomstig de aangiften toegepaste verminderingen. Het Gerecht is verder van oordeel dat de in de verweerschriften ingenomen stellingen in elk geval voor de jaren 2019 tot en met 2021 met name zien op de ontvankelijkheid van de bezwaren en naar het oordeel van het Gerecht niet zodanig omvangrijk of complex zijn dat een professioneel gemachtigde die geregeld procedures voert zich daarop niet adequaat op heeft kunnen voorbereiden of daarop ter zitting niet zou kunnen reageren.

4.4

Gelet hierop ziet het Gerecht geen aanleiding de door Inspecteur overgelegde stukken wegens tardiefstelling buiten beschouwing te laten.

Vooraf: status alsnog ingediende aangiften

4.5

De Inspecteur heeft de alsnog gedane aangiften als bezwaren aangemerkt. Het Gerecht zal dit volgen. De nadien, maar vóór de uitspraken op bezwaar, ingediende bezwaarschriften vormen aanvullingen op de eerder ingediende bezwaarschriften. Mede gelet op de samenhang tussen de als bezwaar aangemerkte aangiften en de aanvullingen daarop betreffen de bezwaren zowel de naheffingsaanslagen als de verzuimboetes (vgl. HR 9 september 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5054, BNB 1992/369).

Beroep premies ZV/OV

4.6

De opgelegde naheffingsaanslagen ZV/OV betreffen werknemersverzekeringen. Ingevolge artikel 10 Landsverordening ZV en artikel 10 Landsverordening OV staat tegen een beslissing van de bank (de Sociale Verzekeringsbank) beroep open bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.

4.7

Artikel 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) bepaalt de werkingssfeer van de ALL. Deze landsverordening dient van toepassing te zijn om op grond van artikel 31 ALL beroep in te kunnen stellen bij de belastingrechter. De ALL is niet van toepassing verklaard op de Landsverordening ZV en Landsverordening OV. Gelet op het voorgaande acht de belastingrechter zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep voor zover het ziet op de naheffingsaanslagen premies ZV/OV (vgl. GEA Curaçao 8 juni 2022, ECLI:NL:OGEAC:2022:176).

Beroep niet tijdig beslissen LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ 2019

4.8

De als bezwaarschrift tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over het jaar 2019 aan te merken ingediende aangiften zijn op 12 juni 2024 door de Inspecteur ontvangen.

4.9

Ingevolge artikel 30, lid 2, Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) is een uitspraak op een bezwaarschrift niet tijdig gedaan, als de Inspecteur niet binnen negen maanden na ontvangst van het bezwaarschrift, in dit geval dus uiterlijk op 12 maart 2025 een uitspraak heeft gedaan.

4.10

Ingevolge artikel 31, lid 1, ALL kan binnen twaalf maanden, in dit geval dus uiterlijk op 12 maart 2026 beroep worden ingesteld tegen het niet tijdig doen van een uitspraak op een bezwaarschrift.

4.11

Belanghebbende heeft op 15 augustus 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig doen van uitspraak op de bezwaren. Dit beroep is tijdig ingesteld.

4.12

De Inspecteur heeft nog immer geen uitspraken op bezwaar gedaan met betrekking tot de naheffingsaanslagen en verzuimboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ 2019. Het beroep wegens het niet tijdig beslissen dient derhalve gegrond te worden verklaard. Het Gerecht ziet evenwel om proces-economische redenen ervan af om de Inspecteur op te dragen alsnog een beslissing te nemen op de bezwaren, omdat de alsnog te nemen beslissingen (de reële uitspraken op bezwaar) voor het jaar 2019 tot niets anders kunnen leiden dan tot een niet-ontvankelijkverklaring (zie 4.15-4.17).

Beroep LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ 2020 tot en met september 2022

4.13

Belanghebbende heeft op 16 februari 2023 (alsnog ingediende aangiften, zie 1.7.1 en 4.5) bezwaar ingediend tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ 2020 tot en met september 2022. De Inspecteur heeft met betrekking tot die zaken op 19 juni 2024 uitspraken op bezwaar gedaan. Belanghebbende heeft op 14 juli 2024, dus na de uitspraken op bezwaar wederom bezwaar ingediend tegen de betreffende naheffingsaanslagen en boetes.

4.14

Naar het oordeel van het Gerecht is een tweede bezwaar tegen dezelfde beschikkingen niet mogelijk. Het tweede bezwaar is ingediend na de uitspraken op bezwaar. In deze situatie had, hoewel in de ALL geen algemene doorzendplicht vergelijkbaar met artikel 6:15 van de Nederlandse Algemene wet bestuursrecht is opgenomen, de Inspecteur op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel, het bezwaar als beroepschrift door moeten sturen naar het Gerecht (vgl. RvBB 16 november 1998, ECLI:NL:ORBBNAA:1998:BU5752 en GEA Curacao 2 maart 2022, ECLI:NL:OGEAC:2022:32). Dit geldt temeer nu in het tweede bezwaar voor zowel de boetes als voor de naheffingsaanslagen een verdergaand standpunt is ingenomen dan in de uitspraken op bezwaar, waaruit de Inspecteur had kunnen afleiden dat belanghebbende het niet met de uitspraken op bezwaar eens was. Als tijdstip van indiening bij het Gerecht geldt dan het tijdstip van indiening bij de Inspecteur (vgl. GEA Curaçao 3 oktober 2019, ECLI:NL: OGEAC:2019:225), dat is in het onderhavige geval 14 juli 2024. Dat is binnen twee maanden na de uitspraken op bezwaar, zodat het beroep tijdig is. Het door belanghebbende ingestelde beroep van 15 augustus 2025 dient dan als aanvulling op het eerder ingediende beroep te worden aangemerkt.

Ontvankelijkheid bezwaren LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ 2019

4.15

In artikel 29, lid 1, ALL is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag, binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet een gemotiveerd bewaarschrift kan indienen bij de Inspecteur.

4.16

Gelet op de dagtekening van de aanslagbiljetten (zie 1.1) en de datum van indiening van de bezwaarschriften (zie 1.6.1 en 4.5) zijn de bezwaarschriften niet binnen de wettelijke termijn van twee maanden ingediend.

4.17

Feiten of omstandigheden die kunnen leiden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding zijn gesteld noch gebleken. Gelet op het voorgaande zijn de bezwaren niet-ontvankelijk.

Ontvankelijkheid bezwaren LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ 2020 tot en met september 2022

4.18

Tussen partijen is niet in geschil, en het Gerecht acht dat juist, dat de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over de jaren 2020 en 2021 te laat zijn ingediend. De Inspecteur heeft zich daarom op het standpunt gesteld dat die bezwaren niet ontvankelijk zijn. Het Gerecht stelt vast dat in de uitspraken op bezwaar nergens staat vermeld dat de bezwaren niet-ontvankelijk zijn. Er wordt alleen gesproken over “gedeeltelijke toewijzing”, “afwijzing” en “handhaving” (zie 1.7.3). Gelet daarop moet worden aangenomen dat belanghebbende in de uitspraken op bezwaar over 2020 tot en met september 2022 ontvankelijk is geacht in de bezwaren.

4.19

Daarvan uitgaande is het uitgangspunt dat belanghebbende in de beroepsfase niet meer kan worden tegengeworpen dat de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes over de jaren 2020 en 2021 vanwege te late indiening niet ontvankelijk zijn. Hoofdregel is dan dat het Gerecht is gebonden aan de beslissing dat de bezwaren ontvankelijk zijn. Die hoofdregel leidt uitzondering als belanghebbende onjuiste of onvolledige informatie aan de Inspecteur heeft verstrekt of juiste informatie heeft onthouden op grond waarvan de Inspecteur ten onrechte de ontvankelijkheid van de bezwaren heeft aangenomen (vgl. HR 20 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:451). Gesteld noch gebleken is dat die uitzonderingssituatie hier aan de orde is, zodat de ontvankelijkheid van de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen en boetes over de periode 2019 tot en met 2021 in stand blijft.

4.20

De naheffingsaanslagen en verzuimboetes over de periode januari tot en met september 2022 zijn opgelegd op 20 december 2022 (januari 2022) respectievelijk 31 januari 2023 (overige maanden) en de als bezwaar aangemerkte alsnog gedane aangiften zijn ingediend op 16 februari 2023. Dat betekent dat de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen over die periode tijdig zijn ingediend en dus ontvankelijk zijn.

Inhoudelijk; naheffingsaanslagen LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ 2020 tot en met september 2022

4.21

Artikel 31, lid 3, ALL bepaalt, voor zover van belang, dat het beroep van de belastingplichtige moet worden afgewezen indien geen aangifte is gedaan of de vereiste aangifte niet is gedaan, tenzij de belastingplichtige overtuigend kan aantonen dat en in hoeverre de uitspraak op het bezwaar onjuist is (de zogenoemde omkering en verzwaring van de bewijslast).

4.22

Vaststaat dat belanghebbende is uitgenodigd tot het doen van aangiften maar geen aangiften LB en premies AOV/AWW, AVZB en BVZ over de periode 2020 tot en met september 2022 heeft ingediend voordat de naheffingsaanslagen zijn opgelegd. Het voorgaande brengt mee dat omkering en verzwaring van de bewijslast toepassing vindt.

4.23

De zogenoemde omkering en verzwaring van de bewijslast ontslaat de Inspecteur niet van zijn verplichting de door hem aangebrachte correctie niet naar willekeur vast te stellen. De naheffingsaanslag dient te berusten op een redelijke schatting.

4.24

De naheffingsaanslagen LB over de periode 2020 tot en met september 2022 zijn door de Inspecteur verminderd overeenkomstig de alsnog ingediende aangiften. Ten aanzien van de naheffingsaanslagen premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ heeft de Inspecteur geconstateerd dat de alsnog ingediende aangiften een hoger bedrag aangeven dan het verschuldigde bedrag waarvoor is nageheven. Gelet op het voorgaande kan niet gezegd worden dat de correcties – na eventuele vermindering – onredelijk of willekeurig zijn vastgesteld.

4.25

Indien en voor zover een belanghebbende de juistheid van de voor de schatting gebruikte gegevens of de juistheid van de schatting van de Inspecteur anderszins betwist, dient zij daarvoor tegenbewijs te leveren op de in artikel 31, lid 3, ALL bedoelde wijze. Dat betekent dat zij de onjuistheid van de schatting overtuigend moet aantonen.

4.26

Met de enkele stelling dat belanghebbende tijdens COVID niet operationeel zou zijn geweest, heeft belanghebbende naar het oordeel van het Gerecht niet op overtuigende wijze de onjuistheid van de schatting van de Inspecteur aangetoond. De Inspecteur heeft verder nog verwezen naar de door belanghebbende ingediende aangiften omzetbelasting voor de jaren 2019 tot en met 2022 en de aangifte winstbelasting voor het jaar 2023 waaruit volgt dat er wel degelijk sprake was van activiteiten in de onderhavige periode. De stelling dat het zusterbedrijf van belanghebbende activiteiten verrichtte en belanghebbende per abuis maandelijkse aangiften heeft gedaan met het verkeerde crib-nummer acht het Gerecht ongeloofwaardig, nu in een procedure bij het Gerecht (BBZ nrs. CUR202500262 tot en met CUR202500265) inzake de aan de zustermaatschappij opgelegde naheffingsaanslagen LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over de jaren 2019 tot en met 2022 is aangevoerd dat ook zij sinds 2019 geen activiteiten meer verricht. De naheffingsaanslagen zullen derhalve niet worden verminderd.

Verzuimboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ 2020 tot en met september 2022

4.27

Vaststaat dat belanghebbende de verschuldigde LB, premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over de periode 2020 tot en met september 2022 niet tijdig heeft betaald.

4.28

In artikel 19 ALL is bepaald dat indien de belastingplichtige de belasting die op aangifte moet worden voldaan niet tijdig heeft betaald, dit een verzuim vormt ter zake waarvan de Inspecteur hem een boete van ten hoogste NAf 10.000 kan opleggen.

4.29

De Minister van Financiën (hierna: de Minister) heeft in de Ministeriële regeling formeel belastingrecht (P.B. 2013-63; hierna: Regeling) beleidsregels vastgesteld ter uitvoering van de in de ALL opgenomen boetebepalingen.

4.30

Ingevolge artikel 4.6, lid 1 aanhef en letter a van de Regeling legt de Inspecteur bij niet (tijdige) betaling van de op aangifte verschuldigde belasting in geval van een eerste verzuim een boete op van 5% van het bedrag van de naheffingsaanslag met een minimum van NAf 50 en een maximum van NAf 2.500, bij een tweede verzuim een boete van 10% van het bedrag van de naheffingsaanslag met een minimum van NAf 100 en een maximum van NAf 5.000 en bij een derde en volgende verzuim een boete van 15% van het bedrag van de naheffingsaanslag met een minimum van NAf 150 en een maximum van NAf 10.000.

4.31

De Inspecteur heeft (minimum)boetes opgelegd van NAf 100, kennelijk uitgaande van een tweede verzuim. Het Gerecht is van oordeel dat de verzuimboetes mede in het licht van het aantal verzuimen overeenkomstig het bepaalde in de ALL en de Regeling en niet naar te hoge bedragen zijn opgelegd.

4.32

Een verzuimboete dient achterwege te blijven indien sprake is van afwezigheid van alle schuld (AVAS). Van AVAS is sprake als belanghebbende alle in de gegeven omstandigheden van haar in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te bewerkstelligen dat tijdig werd betaald. Het Gerecht is van oordeel dat van AVAS in het onderhavige geval geen sprake is.

4.33

Het Gerecht acht de verzuimboetes passend en geboden.

Slotsom

4.34

Doende wat de Inspecteur zou behoren te doen, zal het Gerecht de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over het jaar 2019 niet-ontvankelijk verklaren en het beroep met betrekking tot de naheffingsaanslagen en verzuimboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over de periode 2020 tot en met september 2022 ongegrond.

5 PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

5.1

Het Gerecht vindt aanleiding de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten die belanghebbende in verband met het beroep niet tijdig beslissen met betrekking tot het jaar 2019 redelijkerwijs heeft moeten maken.

5.2

Ingevolge artikel 15, lid 1 van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 (hierna: LBB) worden de kosten vergoed die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

5.3

In artikel 15, lid 2, LBB is bepaald dat de regels over de (hoogte van de) proceskostenvergoeding bij of krachtens landsbesluit worden vastgesteld. Dat is nog niet gebeurd. Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, AB 2013, GT no. 512 (voorheen PB 2001, no. 127) (vgl. GHvJ 21 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54).

5.4

In artikel 1 van dit Besluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder de kosten van door een derde verleende beroepsmatige bijstand. Deze kosten kunnen worden berekend op NAf 700 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde per punt NAf 700, wegingsfactor 0,5 (beroep niet tijdig beslissen). Het Gerecht overweegt hierbij dat de gemachtigde één beroepschrift heeft ingediend zodat sprake is van één zaak in de zin van voormeld Besluit, ook al betreft het meerdere zaken (vgl. HR 15 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3953).

5.5

Verder dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 5 LBB het betaalde griffierecht van Cg 150 aan belanghebbende te vergoeden.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart zich onbevoegd voor zover het beroep ziet op de naheffingsaanslagen premies ZV/OV;

- verklaart het beroep wegens het niet tijdig beslissen met betrekking tot het jaar 2019 gegrond;

- verklaart de bezwaren tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over 2019 niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over de periode 2020 tot en met september 2022 ongegrond;

- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van NAf 700; en

- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van Cg 150 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en uitgesproken op 27 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Leeuw van Weenen.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

belastinggriffie@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: Cg 200

- personenvennootschappen en rechtspersonen: Cg 500

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.