Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 9 februari 2026

ECLI:NL:OGEAC:2026:101Zaaknummer CUR202502975

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
CUR202502975
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bodemzaak. Bedrijfsmatige spuitwerkzaamheden. Geen onrechtmatigde hinder.

5 De beslissing in conventie en in reconventie

Het gerecht:

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.3.

veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] in de proceskosten van gedaagde in conventie van Cg 2.500, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening;

5.3.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten van [eiser 1] en [eiser 2] in reconventie, tot op heden begroot op nihil;

5.4.

compenseert de proceskosten tussen [belanghebbende 1] en gedaagde, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. S.K.V. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 De vorderingen in conventie en in reconventie
  4. 4 De beoordeling in conventie en in reconventie
  5. 5 De beslissing in conventie en in reconventie

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202502975

Vonnis van 9 februari 2026

in de zaak van

1 [Eiser 1], 2. [Eiser 2], beiden wonende in [woonplaats], eisers, gevolmachtigde: [gevolmachtigde 1],

tegen

[Gedaagde],

wonende in [woonplaats], gedaagde, gemachtigde: mr. S.C. Larmonie,

Partijen worden hierna [eiser 1] en [eiser 2] dan wel eisers en [gedaagde] dan wel gedaagde genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

  • het verzoekschrift van 6 augustus 2025,
  • de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie,
  • de mondelinge behandeling van 11 december 2025, waar [eiser 1] in persoon, en [gedaagde], bijgestaan door zijn gemachtigde, zijn verschenen. Ook was aanwezig [belanghebbende 1](hierna: [belanghebbende 1]).
1.2.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

Gedaagde exploiteert een eenmanszaak, handelend onder de naam Magic Painting. In het bedrijf worden onder meer spuitverfwerkzaamheden aan auto’s uitgevoerd.

2.2.

Eisers wonen in de nabije omgeving van Magic Painting. [eiser 1] is de directe buur.

3 De vorderingen in conventie en in reconventie

3.1.

Eisers vorderen – samengevat – dat het gerecht gedaagde beveelt om maatregelen te treffen ter voorkoming van de door de spuitverfwerkzaamheden veroorzaakte hinder, op straffe van verbeurte van een dwangsom van Cg 10.000 per overtreding van het te geven bevel, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

3.2.

Gedaagde vordert in reconventie dat aan eisers, in het bijzonder [eiser 1], een contactverbod wordt opgelegd en dat wordt bevolen dat zij op minimaal 500 meter afstand van gedaagde en Magic Painting moeten blijven, althans zich in die straal niet mogen begeven, evenals een contactverbod van ook 500 meter ten aanzien van alle klanten van gedaagde, en dat aan eisers, in het bijzonder [eiser 1], een contactverbod wordt opgelegd en te bevelen dat zij op minimaal 500 meter afstand van de familie van gedaagde moeten blijven, althans zich niet in die straal begeven, alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van Cg 500 per dag of dagdeel per overtreding, met veroordeling van eisers in de proceskosten.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

procespartijen

4.1.

Het inleidend verzoekschrift is volgens dat stuk ingediend namens [eiser 1], [belanghebbende 1] en [eiser 2]. Het is ondertekend door [eiser 1]. Samen met het inleidend verzoekschrift is een door [belanghebbende 1] en [eiser 2] ondertekende verklaring overgelegd, waarbij zij [eiser 1] machtigen “om voor en namens ondergetekenden op te treden in de rechtsgeding van ondergetekenden en gemachtigde tegen de heer [gedaagde].” Bij de conclusie van antwoord heeft gedaagde een lijst overgelegd met handtekeningen van buren, die verklaren geen last te hebben van de spuitwerkzaamheden op het perceel van gedaagde. Een van de ondertekenaars is [belanghebbende 1]. Desgevraagd heeft [belanghebbende 1] ter zitting te kennen gegeven dat hij er niet van op de hoogte was dat [eiser 1] een zaak tegen gedaagde zou beginnen. Hij is er dan ook niet mee akkoord dat de zaak mede in zijn naam aanhangig is gemaakt, omdat gedaagde een bekende van hem is en hij, mocht hij hinder ondervinden van de spuitwerkzaamheden, gedaagde daar zelf op aan kan aanspreken, aldus [belanghebbende 1]. Hij benadrukt daarbij dat hij geen partij meer wenst te zijn in deze procedure. Daarop heeft [eiser 1] te kennen gegeven dat hij op advies van zijn juridisch adviseur enkele buren heeft aangesproken die ook hinder hebben van de geur van de spuitwerkzaamheden. Onder deze omstandigheden en in aanmerking genomen de uitdrukkelijke verklaring van [belanghebbende 1] dat hij geen procespartij meer wenst te zijn in deze procedure, zal het gerecht hem niet als zodanig aanmerken. Dat komt tot uitdrukking in de aanhef van dit vonnis.

grondslag vordering in conventie

4.2.

Eisers leggen aan de vordering onrechtmatige daad ten grondslag. Eisers stellen dat gedaagde onrechtmatig handelt door zijn bedrijf uit te oefenen zonder over een hindervergunning te beschikken. Ook handelt gedaagde onrechtmatig door met zijn bedrijfsactiviteiten hinder te veroorzaken. De verflucht die daarbij vrijkomt levert geurhinder en gezondheidsklachten op, aldus eisers.

handelen zonder hindervergunning

4.3.

Volgens vaste rechtspraak is voor de burgerlijke rechter in beginsel geen taak weggelegd in geschillen, waarvoor de wet een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang heeft opengesteld. Dat brengt met zich dat de burgerlijke rechter de eiser niet ontvankelijk moet verklaren in zijn vordering, indien een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang bij een andere rechter openstaat of heeft opengestaan, waarin over die vordering en de daaraan ten grondslag liggende verwijten kan of kon worden beslist.

4.4.

De vordering is er onder meer op gegrond dat gedaagde onrechtmatig handelt door zijn bedrijf uit te oefenen zonder over een hindervergunning te beschikken. Weliswaar is de vordering op onrechtmatige daad gegrond, maar ten aanzien van het daaraan ten grondslag liggende verwijt staat naar het oordeel van het gerecht een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang bij de bestuursrechter open. Ten aanzien van het verwijt van het uitoefenen van een hindervergunningplichtig bedrijf zonder over die vergunning te beschikken, kunnen eisers de minister verzoeken om handhavend op te treden tegen gedaagde. Tegen een beschikking op zodanig verzoek, evenals tegen het uitblijven van een beschikking daarop, staat bezwaar en zo nodig beroep bij de bestuursrechter open. Omdat voor verwijten over het zonder hindervergunning uitoefenen van een bedrijf een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang bij de bestuursrechter openstaat, is geen plaats voor de burgerlijke rechter om over een dergelijke verwijt een beslissing te nemen.

hinder

4.5.

Voor zover de vordering erop gegrond is dat eisers onrechtmatige hinder ondervinden van de spuitwerkzaamheden bij Magic Painting, overweegt het gerecht als volgt.

4.6.

Eisers hebben gesteld dat zij hinder ondervinden van de spuitwerkzaamheden op het perceel van gedaagde. [eiser 1] stelt in dit verband dat sprake is van geurhinder, en dat hij ook gezondheidsklachten ondervindt. Zijn vrouw en kind hebben zodanig last gehad van de spuitwerkzaamheden, dat zij zijn verhuisd, aldus [eiser 1].

4.7.

Gedaagde betwist dat zijn spuitwerkzaamheden de gestelde hinder veroorzaken. Hij voert in dit verband het volgende aan. Na een controle van het bedrijf door de bevoegde autoriteiten in het verleden, zijn de werkzaamheden van Magic Painting tijdelijk stilgelegd, en is gedaagde opgedragen een hindervergunning aan te vragen. Op 10 maart 2022 heeft gedaagde bij de minister van Gezondheid, Natuur en Milieu een aanvraag ingediend ter verlening van een hindervergunning. Op diezelfde datum heeft de minister aan gedaagde tijdelijke voorschriften opgelegd, waaraan Magic Painting dient te voldoen. Deel van deze tijdelijke voorschriften maken uit voorschriften met betrekking tot de spuitinrichting en de spuitwerkzaamheden. Magic Painting voldoet aan deze tijdelijke voorschriften. Dit is ook gebleken tijdens diverse controles door de inspectie van het ministerie van Gezondheid, Natuur en Milieu, laatstelijk op 25 april 2025. Gedaagde verwijst in dit verband naar een brief van de Inspecteur Milieu en Natuur van 8 oktober 2025, waarin staat dat naar aanleiding van klachten bij Magic Painting controlebezoeken hebben plaatsgevonden, en dat tijdens het controlebezoek van 25 april 2025 medewerkers van de afdeling Inspectie Milieu en Natuur geen stankoverlast naar aanleiding van de spuitverfactiviteiten in de spuitcabine hebben geconstateerd in de omgeving van de inrichting.

4.8.

Het gerecht overweegt als volgt. Gedaagde heeft onweersproken gesteld dat hij voldoet aan de door de minister aan hem opgelegde tijdelijke voorschriften. Ook heeft gedaagde onweersproken gesteld dat de inspectie Milieu en Natuur bij een recent controlebezoek heeft geconstateerd dat de spuitverfactiviteiten geen stankoverlast veroorzaken in de omgeving van Magic Painting. Daartegenover hebben eisers slechts volhard in de stelling dat zij geurhinder ervaren van de spuitwerkzaamheden. Dat is, gelet op de gemotiveerde betwisting hiervan door gedaagde, evenwel niet genoeg. Dit leidt ertoe dat niet komt vast te staan dat gedaagde met zijn spuitwerkzaamheden onrechtmatige geurhinder veroorzaakt. De daarop gegronde vordering komt dan ook voor afwijzing in aanmerking.

contact- en straatverbod

4.9.

Aan de vordering legt gedaagde ten grondslag dat [eiser 1] zijn klanten en familieleden lastigvalt en treitert. Eisers hebben dat gemotiveerd betwist. Eisers verwijzen in dit verband naar een door hen overgelegd proces-verbaal van aangifte door [eiser 1] van bedreiging door gedaagde en een naast familielid van hem.

4.10.

Het gerecht overweegt als volgt. Vooropgesteld wordt dat een straal- en contactverbod een inbreuk vormen op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te bewegen respectievelijk om vrijelijk contact op te nemen met een ander. Voor het toewijzen van zulke ingrijpende maatregelen moet sprake zijn van feiten en omstandigheden die in hoge mate zo'n inbreuk rechtvaardigen, terwijl die maatregelen in beginsel niet voor onbepaalde tijd kunnen worden opgelegd. Daarbij dient in elk geval een reële dreiging te bestaan van actueel en toekomstig onrechtmatig handelen.

4.11.

Naar het oordeel van het gerecht is in dit geval geen sprake van feiten en omstandigheden in vorenbedoelde zin. Voor dit oordeel is het volgende redengevend. Het ten aanzien van [eiser 2] verzochte straal- en contactverbod heeft gedaagde in het geheel niet onderbouwd. Ten aanzien van [eiser 1] heeft te gelden dat, hoewel niet in geschil is dat de verhoudingen tussen [eiser 1] en gedaagde zijn verstoord, van zwaarwegende redenen die een straat- en contactverbod rechtvaardigen niet is gebleken. Daarbij neemt het gerecht in aanmerking dat ten aanzien van het gevorderde straalverbod de feitelijke situatie zich verzet tegen toewijzing daarvan. [eiser 1] en gedaagde zijn immers directe buren en wonen naast elkaar. De door gedaagde geschetste omstandigheden – dat [eiser 1] de klanten van Magic Painting en de familie van gedaagde lastig zou vallen – rechtvaardigen niet dat [eiser 1] zich niet meer vrijelijk in zijn huis en in de directe omgeving daarvan zou mogen bewegen, zodat het gevraagde straalverbod om die reden moet worden afgewezen. Datzelfde geldt voor het gevraagde contactverbod met gedaagde, diens familie en klanten van Magic Painting. Dat de verhoudingen verstoord zijn, zoals ter zitting naar voren is gekomen, is onvoldoende om aan te nemen dat een dreiging bestaat van actueel en toekomstig onrechtmatig handelen. Het gevraagde straal- en contactverbod wordt afgewezen.

4.12.

Omdat eisers [eiser 1] en [eiser 2] in het ongelijk worden gesteld, worden zij veroordeeld in de proceskosten in conventie. De kosten van gedaagde in conventie worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 2.500 (2 punten in tarief 5) aan gemachtigdensalaris. Omdat gedaagde in het ongelijk wordt gesteld, wordt hij veroordeeld in de proceskosten in reconventie. Deze worden aan de zijde van eisers [eiser 1] en [eiser 2] begroot op nihil. Ten aanzien van de oorspronkelijk eiser [belanghebbende 1] worden de proceskosten in conventie en reconventie gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.13.

De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.

5 De beslissing in conventie en in reconventie

Het gerecht:

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.3.

veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] in de proceskosten van gedaagde in conventie van Cg 2.500, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening;

5.3.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten van [eiser 1] en [eiser 2] in reconventie, tot op heden begroot op nihil;

5.4.

compenseert de proceskosten tussen [belanghebbende 1] en gedaagde, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. S.K.V. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.