Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 7 juli 2025

ECLI:NL:OGEAC:2025:157Zaaknummer CUR201901074

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
7 juli 2025
Publicatiedatum
5 oktober 2026
Zaaknummer
CUR201901074
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Schadestaat. Toewijzing gelijk aan de provisionele vordering.

6 De beslissing

Het gerecht:

6.1

verklaart [eisers] niet-ontvankelijk in de eis in reconventie,

6.2

veroordeelt [eiser 1] tot betaling van Cg 94.569 aan Watersports te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2028 tot aan de dag van algehele betaling onder verrekening van het reeds provisioneel toegewezen bedrag van Cg 94.569 voor zover voldaan,

6.3

veroordeelt [eiser 1] in de proceskosten van Watersports;

in conventie vastgesteld op Cg 450 voor griffierechten en Cg 8.250 voor gemachtigdensalaris,

6.4

veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de proceskosten in reconventie vastgesteld op Cg 2.500,

6.4

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

6.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. Tubben, rechter, en op 7 juli 2025 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 Waar gaat de procedure over?
  3. 3 De feiten
  4. 4 De vorderingen
  5. 5 De beoordeling in conventie en in reconventie
  6. 6 De beslissing

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR201901074 (schadestaat)

Vonnis van 7 juli 2025

in de zaak van

1 [eiser 1],

wonende in [woonplaats],

hierna: [eiser 1],

2. ALL-IN ONE WATERSPORTS B.V.,

gevestigd in Curaçao,

hierna: All-in One,

eisers in verzet,

eisers in reconventie,

partijen gezamenlijk: [eisers]

[eiser 1] procederende in persoon, mede voor All-in One.

tegen

WATERSPORTS EVENTS B.V, h.o.d.n. Curaçao Watersports,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde in verzet,

gedaagde in reconventie,

hierna: Watersports,

gemachtigde: mr R.E.F.A. Bijkerk,

1 Het procesverloop

1.1

Voor het eerdere procesverloop wordt verwezen naar de vonnissen van

19 november 2028 (verstekvonnis), 6 april 2020, 13 juli 2020 en 9 november 2020. De procedure is verder als volgt geweest. Op 8 februari 2021 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Op 3 mei 2021 heeft Watersports een akte vermindering van eis genomen. Vervolgens is de zaak verwezen naar de parkeerrol. Op 4 april 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgehad, waarbij [eisers] niet zijn verschenen. Door Watersports zijn pleitnotities en producties overgelegd.

1.2

Vonnis is bepaald op vandaag.

2 Waar gaat de procedure over?

Dit betreft een schadestaatprocedure. Watersports heeft met [bedrijf 1] onderhandeld over de verhuur van een opstal op het door [bedrijf 1] geëxploiteerde strand, waar zij een duikschool en een watersportbedrijf wilden beginnen. Uiteindelijk heeft [bedrijf 1] met [eiser 1] (bestuurder van Watersports) in privé een huurovereenkomst gesloten en werd Watersports buiten spel gezet. Dit heeft geleid tot meerdere procedures, waarin is geoordeeld dat [eisers] en [bedrijf 1] onrechtmatig jegens Watersports hebben gehandeld en dat zij gehouden zijn de daardoor veroorzaakte schade aan Watersports te vergoeden. In deze schadestaatprocedure vordert Watersports veroordeling van [eisers] van de door hen geleden schade. Het hof heeft inmiddels in de schadestaatprocedure van Watersports tegen [bedrijf 1] vonnis gewezen.

3 De feiten

3.1

Dit Gerecht heeft op 11 december 2017 een vonnis gewezen in de hoofdzaak[_2155a34e-a1a3-479d-8a1b-efd7fbdb1173]. Daarin staat vermeld:

5.1

verklaart voor recht dat [bedrijf 1] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Watersports door de huurovereenkomst niet op naam van Watersports af te sluiten maar op naam van [eiser 1] privé;

5.2.

veroordeelt [bedrijf 1] om binnen twee maanden na betekening van dit vonnis een huurovereenkomst ter zake de duikschool met Watersports aan te gaan, conform de bepalingen zoals opgenomen in de overeenkomst overgelegd als productie 8 bij conclusie van antwoord, een en ander op straffe van een dwangsom van NAf 1.500 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [bedrijf 1] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van NAf 150.000;

5.3.

verstaat dat de termijn als bedoeld in artikel 6:103, tweede volzin, BW wordt bepaald op zes maanden na datum van dit vonnis en veroordeelt [bedrijf 1], indien zij niet binnen die termijn aan de onder 5.2 bedoelde veroordeling voldoet, tot vergoeding van de schade van Watersports als gevolg van de in 5.1 bedoelde onrechtmatige daad, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

5.4.

veroordeelt [bedrijf 1], indien zij voldoet aan de onder 5.2 bedoelde veroordeling, tot vergoeding van de schade van Watersports in de periode van 1 maart 2014 tot de ingangsdatum van de in 5.2 bedoelde overeenkomst, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

5.5.

veroordeelt [bedrijf 1] tot vergoeding aan Watersports van NAf 1.792,15 ter zake de beslagkosten;

5.6.

verklaart voor recht dat [eiser 1] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Watersports door de huurovereenkomst niet op naam van Watersports af te sluiten maar op zijn eigen naam;

5.7.

verklaart voor recht dat All-in One onrechtmatig heeft gehandeld jegens Watersports door misbruik te maken van het in 5.6 bedoelde onrechtmatige handelen door ter plaatse vanaf 1 december 2014 een duikschool- en waterscooterverhuurbedrijf te exploiteren;

5.8.

Veroordeelt [eiser 1] en All-in One tot het gehengen en gedogen dat de in 5.2 bedoelde huurovereenkomst tussen [bedrijf 1] en Watersports wordt aangegaan, op straffe van een dwangsom van NAf 500 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [verweerder in conventie sub 1] en All-in One hiermee in gebreke blijven, tot een maximum van NAf 50.000;

5.9.

verstaat dat de termijn als bedoeld in artikel 6:103, tweede volzin, BW wordt bepaald op zes maanden na datum van dit vonnis en veroordeelt [eiser 1] en All-in One, indien zij niet binnen die termijn aan de onder 5.8 bedoelde veroordeling voldoen, tot vergoeding van de schade van Watersports als gevolg van hun onrechtmatig handelen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

5.10.

veroordeelt [eiser 1] en All-in One indien zij voldoen aan de onder 5.8 bedoelde veroordeling, tot vergoeding van de schade van Watersports in de periode van 1 maart 2014 tot de ingangsdatum van de in 5.2 bedoelde overeenkomst, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

5.11.

veroordeelt [eiser 1] en All-in One hoofdelijk, dat wil zeggen dat als de een betaalt de ander in zoverre zal zijn bevrijd, respectievelijk [eiser 1] tot vergoeding van de schade van Watersports als bedoeld in 4.41 respectievelijk 4.44 en 4.45, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

5.12.

veroordeelt [eisers] tot vergoeding aan Watersports van NAf 7.222,80 ter zake de beslagkosten;

5.13.

veroordeelt [bedrijf 1] en [eisers] hoofdelijk, dat wil zeggen dat als de een betaalt de ander in zoverre zal zijn bevrijd, tot vergoeding aan Watersports van de proceskosten, tot op heden begroot op NAf 11.250;

5.14.

veroordeelt [eisers] tot vergoeding aan Watersports van de overige proceskosten, tot op heden begroot op NAf 1.486,86;

5.15.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.16.

wijst af het meer of anders gevorderde;

3.2

In de hoofdzaak is doorgeprocedeerd[_b465d4b1-ae16-4770-8f59-3de958ad2554] dit heeft geleid tot een vonnis van het Hof van 15 oktober 2019[_6eb6e9b8-7451-4627-abba-45e44d8a9498], een arrest van de Hoge Raad van 11 juni 2021[_acbf84fa-acad-4348-888a-4bcfb0d1bb27] en in verwijzing na cassatie, een vonnis van het Hof van 16 augustus 2022[_8acb2906-14cc-461b-88f6-b15cbf85a62d]. In dat laatste vonnis is het vonnis van het Gerecht van 11 december 2017 bevestigd (met een aanvulling van de beslissing van het Gerecht over de proceskosten). Tegen dit laatste vonnis van het Hof is geen cassatieberoep ingesteld; dat vonnis en het daarbij bevestigde vonnis zijn daarmee in kracht van gewijsde gegaan.

3.3

Watersports heeft een schadestaatprocedure ingesteld tegen [bedrijf 1] en een schadestaatprocedure tegen [eisers] In de eerste procedure heeft het Gerecht een tussenvonnis gewezen op 20 april 2020. Tegen dat tussenvonnis heeft [bedrijf 1] een tussentijds hoger beroep ingesteld. Dit hoger beroep heeft geleid tot een uitspraak van het hof van 29 augustus 2023[_1f93d722-e956-486b-ba86-4ba56bf7f405].

4 De vorderingen

4.1

De vordering van Watersports in conventie luidt, na vermindering van eis, dat [eiser 1] en All-in One hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade van Watersports als bedoeld in 4.41 respectievelijk 4.44 en 4.45, van het vonnis van 11 december 2017 en zij hoofdelijk worden veroordeeld deze bedragen aan Watersports te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2018 en met veroordeling van [eisers] in de proceskosten, waaronder de beslagkosten.

4.2

In reconventie hebben [eisers] gevorderd: opheffing, althans matiging van het door Watersports gelegde beslag en veroordeling van Watersports tot vergoeding van de als gevolg van dit beslag geleden schade.

5 De beoordeling in conventie en in reconventie

Niet ontvankelijk in reconventie

5.1

Zoals ook reeds is overwogen in rov. 3.18 van het (tussen)vonnis van

6 april 2020 is er gelet op het karakter van de schadestaatprocedure geen plaats voor een vordering in reconventie. [eisers] zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen.

In conventie

5.2

Bij de beoordeling gaat het gerecht uit van de situatie die tot stand is gebracht door het vonnis van het gerecht in de hoofdzaak van 11 december 2017, zoals hiervoor weergegeven in rov. 3.1. De eindstand in de hoofdzaak is immers dat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan en de oordelen in dat vonnis zijn dus de grondslag voor deze schadestaatprocedure.

De schade als bedoeld in rov 4.41

5.3

In rov 4.41 gaat het kort gezegd om zaken die door [eiser 1] in zijn hoedanigheid van bestuurder van Watersports zijn aangeschaft en ten laste van Watersports zijn gebracht, maar door All-in One in gebruik zijn genomen. De schade is begroot op Cg 100.000. In het tussenvonnis van 6 april 2020 is in rov 3.11 – kort gezegd - vastgesteld dat de schade onder 4.41 onderdeel uitmaakt van de schade die het gevolg is van het mislopen van de huurovereenkomst. Het gerecht ziet geen aanleiding om op dit oordeel terug te komen. Nu die schade terzake het mislopen van de huurovereenkomst in deze procedure niet langer wordt gevorderd en in de procedure tegen [bedrijf 1] al is toegewezen, zal deze vordering worden afgewezen.

De schade als bedoeld in rov 4.44

5.4

In 4.44 gaat het om de personeelskosten van Cg 45.250 die ten laste van Watersports zijn gebracht, maar waarbij het ging om personeelsleden die werkzaam waren voor [naam 1] [bedrijf 2], een vennootschap van [eiser 1]. In het tussenvonnis van 6 april 2020 rov 3.13 is de (eind) beslissing genomen dat de vordering van Cg 45.520 zal worden afgewezen. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken op grond waarvan het gerecht van die beslissing kan of moet terugkomen.

De schade als bedoeld in rov 4.45

5.5

In 4.45 gaat het om overboekingen zonder zakelijke reden van Cg 159.598 door [eiser 1] van de rekening van Watersports naar de eigen rekening van [eiser 1], waarvoor (uitsluitend) [eiser 1] schadeplichtig is. In het tussenvonnis van 6 april 2020 rov. 3.17 is de (eind)beslissing genomen dat de vordering van Cg 159.598 toewijsbaar is tot een bedrag van Cg 94.569. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken op grond waarvan het gerecht van die beslissing kan of moet terugkomen. Dit bedrag is bij wijze van provisionele voorziening bij vonnis van 13 juli 2020 al toegewezen. De vordering wordt dan ook toegewezen tot een bedrag van Cg 94.569 vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente onder verrekening van het reeds provisioneel toegewezen bedrag voor zover voldaan.

Conclusie en proceskosten

5.6 [

eiser 1] wordt in conventie veroordeeld tot betaling van Cg 94.569 aan Watersports terzake van gederfde inkomsten onder verrekening van het reeds provisioneel toegewezen bedrag voorzover voldaan. [eiser 1] wordt als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de proceskosten in conventie. Het gerecht ziet geen aanleiding voor een veroordeling van Watersports in de proceskosten van All-in one, nu er door All–in one niet afzonderlijk verweer is gevoerd. Gelet op het toegewezen bedrag in conventie wordt tarief 6 toegepast. De kosten van Watersports worden tot aan deze uitspraak in conventie begroot op Cg 450 aan griffierechten en Cg 8.250 aan gemachtigdensalaris (5,5 punten/tarief 6).

[eisers] worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten in reconventie[_8868a985-e254-4b23-8203-ad6f268f4e1f]. In reconventie geldt tarief 5. De proceskosten in reconventie worden vastgesteld op Cg 2.500 (2 punten/tarief 5).

Het gerecht heeft geen beslagstukken aangetroffen, zodat de vordering terzake wordt afgewezen.

5.7

De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.

6 De beslissing

Het gerecht:

6.1

verklaart [eisers] niet-ontvankelijk in de eis in reconventie,

6.2

veroordeelt [eiser 1] tot betaling van Cg 94.569 aan Watersports te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2028 tot aan de dag van algehele betaling onder verrekening van het reeds provisioneel toegewezen bedrag van Cg 94.569 voor zover voldaan,

6.3

veroordeelt [eiser 1] in de proceskosten van Watersports;

in conventie vastgesteld op Cg 450 voor griffierechten en Cg 8.250 voor gemachtigdensalaris,

6.4

veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de proceskosten in reconventie vastgesteld op Cg 2.500,

6.4

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

6.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. Tubben, rechter, en op 7 juli 2025 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.