Uitspraak · Bestuursrecht

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 25 september 2024

ECLI:NL:OGEAC:2024:177Zaaknummer CUR202400457

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
25 september 2024
Publicatiedatum
8 oktober 2024
Zaaknummer
CUR202400457
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beslistermijn om te beslissen op het handhavingsverzoek van eiseres is na zeven maanden verstreken. Beroep tegen uitblijven van beslissing op verzoek is niet onredelijk laat ingediend. Beroep gegrond.

Beslissing

Het Gerecht:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de weigering van de minister om te beschikken op het handhavingsverzoek;
  • bepaalt dat de minister binnen drie weken na verzending van deze uitspraak alsnog op het handhavingsverzoek beslist;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
  • NAf 350,-;
  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van NAf 150,- (zegge: honderdvijftig Nederlands-Antilliaanse guldens) aan eisers te vergoeden.

Aldus vastgesteld door mr. drs. S. Lanshage, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2024 in tegenwoordigheid van mr. M.F.G. Maes, griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Het hoger beroep moet worden ingediend bij het Gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.

De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:

  • het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
  • een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
  • vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).

Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment worden ingediend.

Voor het instellen van het hoger beroep is griffierecht verschuldigd.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Uitspraak
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door het Gerecht
  4. Beslissing
  5. Informatie over hoger beroep

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Uitspraak

in het geding tussen:

CARIN CARES HOLDING B.V.,

eiseres,

gemachtigde: mr. A.C. van Hoof, advocaat,

en

de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning

verweerder,

gemachtigde: mrs. G.N. Hollander en L.J. Reenis

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt het Gerecht het beroep van eiseres tegen het uitblijven van een beslissing van verweerder op haar handhavingsverzoek van 17 juni 2023. In dit verzoek heeft eiseres verweerder verzocht handhavend op te treden tegen een muur die is gebouwd op de grens tussen Lyraweg 41 en Lyraweg 39.

2. Het Gerecht heeft het beroep op 21 augustus 2024 op zitting behandeld, samen met het beroep van eiseres dat bij het Gerecht geregistreerd is met nummer CUR202401358. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar directeur, [A], bijgestaan door haar gemachtigde. Ook de echtgenote van de directeur van eiseres is ter zitting verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Beoordeling door het Gerecht

3. Het Gerecht verwijst voor de relevante feiten in deze zaak naar de uitspraak van vandaag in het beroep met nummer CUR202401358.

4. Het Gerecht stelt vast dat het handhavingsverzoek dateert van 17 juni 2023 en het beroep is ingediend op 8 februari 2024. Ten tijde van het indienen van het beroep waren er meer dan zeven maanden verstreken sinds het verzoek. Het Gerecht is van oordeel dat de beslistermijn voor verweerder om te beslissen op het handhavingsverzoek van eiseres is verstreken en dat het beroep niet onredelijk laat is ingediend. Het beroep is gegrond en verweerder zal worden opgedragen om alsnog binnen drie weken na verzending van deze uitspraak op het handhavingsverzoek van eiseres te beschikken.

5. Omdat het beroep gegrond is, ziet het Gerecht ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten die eiseres heeft moeten maken. Het Gerecht begroot de proceskosten op NAf 350,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor de zitting, waarde per punt NAf 700,-, wegingsfactor 0,25 in verband met de relatieve eenvoud van de zaak). Verder zal het Gerecht bepalen dat de minister het door verzoekster betaalde griffierecht ter hoogte van NAf 150,- aan haar moet vergoeden.

Beslissing

Het Gerecht:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de weigering van de minister om te beschikken op het handhavingsverzoek;
  • bepaalt dat de minister binnen drie weken na verzending van deze uitspraak alsnog op het handhavingsverzoek beslist;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
  • NAf 350,-;
  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van NAf 150,- (zegge: honderdvijftig Nederlands-Antilliaanse guldens) aan eisers te vergoeden.

Aldus vastgesteld door mr. drs. S. Lanshage, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2024 in tegenwoordigheid van mr. M.F.G. Maes, griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Het hoger beroep moet worden ingediend bij het Gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.

De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:

  • het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
  • een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
  • vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).

Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment worden ingediend.

Voor het instellen van het hoger beroep is griffierecht verschuldigd.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.