Uitspraak · Bestuursrecht

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 6 juni 2023

ECLI:NL:OGEAC:2023:378Zaaknummer CUR202201754

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
6 juni 2023
Publicatiedatum
14 mei 2025
Zaaknummer
CUR202201754
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De bestuursrechter oordeelt over het ontslag van een docent op een middelbare school. Omdat de aanstelling van personeel bij bijzondere scholen zijn grondslag vindt in het publiekrecht, is de bestuursrechter bevoegd. Het ontslag blijft niet in stand wegens een motiveringsgebrek.

Beslissing

Het Gerecht:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de brief van 6 december 2021, waarbij verweerster ontslag heeft

verleend aan eiser;

- veroordeelt verweerster in de proceskosten tot een bedrag van

NAf 1.750,- te betalen aan eiser;

- draagt verweerster op het betaalde griffierecht van NAf 150,- aan eiser te

vergoeden.

Aldus gegeven door mr. S. Lanshage, rechter in het Gerecht, en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2023 te Curaçao, in tegenwoordigheid van P.N.F. Pereira do Tanque, griffier.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving hiervan. Zie hoofdstuk 5 van de Lar.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Uitspraak
  2. Inleiding
  3. Overwegingen
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Uitspraak

In het geding tussen:

[Eiser],

wonende te Curaçao,

eiser,

gemachtigden: mrs. O.E. Kostrzewski en A.K.E. Henriquez, beiden advocaat,

en

de stichting FUNDASHON PA SKOL HUMANISTA NA PAPIAMENTU,

verweerster,

gemachtigde: mr. W.H. Braam, advocaat.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt het Gerecht het beroep van eiser gericht tegen het uitblijven van een beschikking op het door hem bij verweerster, op grond van artikel 44 van de Landsverordening Basisonderwijs, ingesteld beroep. Dat beroep is gericht tegen de brief van 16 december 2021 (hierna: de bestreden brief), waarbij verweerster het dienstverband met eiser met ingang van diezelfde datum heeft beëindigd.

1.1

Verweerster heeft bij verweerschrift gereageerd op het beroep.

1.2

De zaak is op 3 februari 2023 ter zitting van het Gerecht behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigden. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Partijen hebben afgesproken dat de beroepsfase bij verweerder, zoals bedoeld in artikel 44 van de Landsverordening Basisonderwijs, wordt overgeslagen en dat het Gerecht het beroep van eiser tegen de bestreden brief inhoudelijk gaat beoordelen. Er is in dat kader afgesproken dat verweerder het ontslag nader zal onderbouwen, waarna eiser daarop zal reageren. Die afspraken zijn in een proces-verbaal van de zitting vastgelegd.

1.3

Zowel verweerster als eiser hebben nadere stukken ingediend.

1.4

De behandeling ter zitting is op 25 mei 2023 voortgezet. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde Kostrzewski. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde die was vergezeld door [A], directeur van verweerster. Het Gerecht heeft daarna het onderzoek gesloten en een uitspraakdatum bepaald.

Overwegingen

2. Het Gerecht beoordeelt in deze zaak als eerste of sprake is van een beschikking zoals bedoeld in de Lar en of hij dus bevoegd is kennis te nemen van het beroep. Vervolgens beoordeelt het Gerecht, met instemming van partijen, de bestreden brief waarbij verweerster het dienstverband met eiser heeft verbroken. Het Gerecht doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3. Het Gerecht komt tot het oordeel dat hij bevoegd is kennis te nemen van het beroep en dat het beroep gegrond is. Verweerster heeft de bij de bestreden brief genomen beslissing onvoldoende gemotiveerd. Ook de in het kader van deze procedure gegeven motivering is onvoldoende. Het Gerecht zal de bestreden brief dan ook vernietigen. Het Gerecht legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel komt.

Waar gaat de zaak over?

4.1

Eiser is sinds 1 augustus 2005 werkzaam bij verweerster. Eiser is bij een zogenoemde ‘akte van benoeming’ van 24 augustus 2012 met ingang van 1 augustus 2006 benoemd in vaste dienst. Hij heeft gedurende zijn dienstverband meerdere functies vervuld bij verweerster. Eiser heeft laatstelijk met ingang van 1 augustus 2020 tijdelijk de functie van Rector bij de middelbare school SKAIH Pre Universitario vervuld.

4.2

Eiser is strafrechtelijk vervolgd in verband met een verdenking van zedendelicten die hij zou hebben gepleegd met een minderjarige leerlinge van de school waar hij werkzaam was. Eiser is bij vonnis van 17 november 2021 vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten. Hij heeft sinds februari 2021 geen werkzaamheden meer verricht voor verweerster. Verweerster heeft bij de in overweging 1.1 genoemde bestreden brief het dienstverband met hem verbroken.

Waarom heeft verweerster het dienstverband met eiser verbroken?

5. Verweerster heeft aan het verbreken van het dienstverband met eiser ten grondslag gelegd dat hem, zoals volgt uit het strafvonnis van 17 november 2021, wordt verweten dat hij zonder een goede verklaring daarvoor, een minderjarige leerlinge in zijn auto heeft meegenomen en toen deze minderjarige leerlinge bij eiser op kantoor was de deur op slot heeft gedaan. Eiser heeft met deze gedragingen en met name door de strafzaak die op die gedragingen volgde de school in kwaad daglicht geplaatst. De school heeft als gevolg daarvan alle vertrouwen in eiser verloren.

6. Eiser heeft vervolgens bij brief van 11 januari 2022, voor zover de relatie tussen hem en verweerster als een arbeidsovereenkomst in civielrechtelijke zin moet worden opgevat, de nietigheid van het ontslag ingeroepen. Eiser heeft bij diezelfde brief ook beroep, zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 44 van de Landsverordening Basisonderwijs, ingesteld bij verweerster, voor zover hij een aanstelling heeft bij verweerster en het bestuursrecht van toepassing is.

Is het Gerecht bevoegd kennis te nemen van het beroep?

7. Het Gerecht moet als eerste ambtshalve beoordelen of hij bevoegd is kennis te nemen van het beroep van eiser.

8.1

Het Gerecht beantwoordt die vraag bevestigend. Verweerster heeft eiser op grond van een publiekrechtelijke grondslag aangesteld waardoor de bestreden brief, waarbij het dienstverband is verbroken, een beschikking in de zin van de Lar is. De Lar-rechter is dus bevoegd. Het Gerecht motiveert dat als volgt.

8.2

Op grond van het eerste lid van artikel 7 van de Lar, kunnen natuurlijke personen of rechtspersonen die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen, daartegen beroep instellen bij het Gerecht.

Op grond van het eerste lid van artikel 3 van de Lar, wordt onder beschikking verstaan: een schriftelijk besluit inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is.

8.3

Eiser is bij de in overweging 4.1 genoemde ‘akte van benoeming’ in vaste dienst aangesteld bij verweerster. Uit die akte van benoeming blijkt dat artikel 43 van de Landsverordening Basisonderwijs (P.B. 1979; no.28) daar de grondslag voor is.

8.4

Het eerste lid van artikel 43 van de Landsverordening Basisonderwijs bepaalt, voor zover hier van belang, dat het hoofd, de onderwijzers en het overige personeel van de bijzondere scholen, bedoeld in het eerste lid van artikel 31, in het bezit zijn van een door het Schoolbestuur en door henzelf ondertekende akte van benoeming.

8.5

Dit artikel biedt dus de wettelijk grondslag voor de bevoegdheid van het Schoolbestuur van verweerster om het personeel van de bijzondere scholen aan te stellen. Die bevoegdheid is daarmee ontleend aan het publiekrecht. De benoeming van personeel door het Schoolbestuur van verweerster op grond van artikel 43 van de Landsverordening Basisonderwijs is dus ook publiekrechtelijk van aard en de daaruit voortvloeiende rechtsverhouding tussen het personeel en verweerster is dat ook.

8.6

Zoals het Gemeenschappelijk Hof van Justitie bij uitspraak van 28 april 2023 (ECLI:NL:OGHACMB:2023:55) heeft overwogen zijn, indien sprake is van een benoeming op grond van een publiekrechtelijke bevoegdheid, alle andere schriftelijke beslissingen die het bevoegd gezag in het kader van de publiekrechtelijke rechtsverhouding met het personeelslid neemt, ook publiekrechtelijke rechtshandelingen. Deze moeten daarom worden aangemerkt als beschikkingen in de zin van artikel 3 van de Lar, waartegen beroep bij de Lar-rechter mogelijk is.

8.7

Daar is in dit geval ook sprake van. Tegen de bestreden brief en het uitblijven van een beschikking op het daartegen door eiser bij verweerster ingestelde beroep, staat beroep open bij de Lar-rechter. Het Gerecht is dus bevoegd kennis te nemen van het beroep.

Wat heeft verweerster aanvullend aan het ontslag ten grondslag gelegd?

9. Het Gerecht zal vervolgens, zoals ter zitting door partijen is afgesproken, de gronden van eiser gericht tegen de bestreden brief beoordelen.

9.1

Verweerster heeft zoals tijdens de eerste zitting is afgesproken het ontslag, bij schrijven zonder datum dat op 16 februari 2023 bij het Gerecht is ingediend, nader onderbouwd. Verweerster heeft nog het volgende aan het ontslag ten grondslag gelegd. Eiser heeft ten eerste blijkens het vonnis van de strafrechter van 17 november 2021 getracht om een getuige een valse verklaring te laten afleggen. Eiser is hierdoor niet geschikt voor het vervullen van de functie van directeur. Dit versterkt ook het vermoeden dat hij grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond met de minderjarige leerlinge. Ook de omstandigheid dat eiser de leerlinge heeft afgezet bij een bushalte terwijl zij op loopafstand van de school woont versterkt dat vermoeden. Hetzelfde geldt voor het op slot doen van de deur van zijn kantoor terwijl de leerlinge bij hem op kantoor was. De strafrechter achtte dit niet bewezen, maar oordeelde wel dat de verklaringen van de tante van de leerlinge enige ondersteuning boden daarvoor. Ook al is eiser vrijgesproken door de strafrechter, de hem ten laste gelegde feiten in onderling verband bezien zijn voldoende om het ontslag te dragen.

Verder staat nog niet in rechte vast dat eiser is vrijgesproken. Tegen het strafvonnis is immers hoger beroep ingesteld. De strafzaak heeft ook veel negatieve media aandacht veroorzaakt voor verweerster. Het vertrouwen in eiser is dan ook zodanig beschadigd dat niet in redelijkheid van verweerster kan worden gevergd dat zij het dienstverband met eiser voortzet. Ook acht verweerster het van belang dat eiser van februari 2021 tot en met november 2021 is doorbetaald, zonder dat hij daar een tegenprestatie voor heeft verricht en dat eiser inmiddels bij een andere school werk heeft gevonden.

Wat vindt het Gerecht van de beroepsgronden?

10. Eiser voert ten eerste aan dat het ontslag, ook gelet op de aanvulling van 6 februari 2023, onvoldoende is gemotiveerd. Verweerster heeft volgens eiser in de aanvullende motivering vooral redenen genoemd waarom eiser volgens haar wel veroordeeld had moeten worden in de strafzaak, maar niet uitgelegd waarom het ontslag gerechtvaardigd is.

11. Dit betoog slaagt. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.

11.1

Volgens verweerster heeft eiser geprobeerd een getuige in zijn strafzaak aan te zetten tot het afleggen van een valse verklaring en heeft eiser een leerlinge weggebracht terwijl zij op loopafstand van de school woont. Bij verweerster is naar aanleiding van deze gedragingen van eiser in combinatie met de verklaringen van de tante van de leerlinge in de strafzaak een sterk vermoeden gerezen dat eiser grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond ten aanzien van de leerlinge. Nog daargelaten of een sterk vermoeden dat eiser grensoverschrijdende handelingen heeft verricht genoeg is om te eiser te kunnen ontslaan, heeft verweerster geheel niet uitgelegd waarom zij ondanks de vrijspraak van eiser hem toch nog verwijt dat hij grensoverschrijdende handelingen met de leerlinge heeft verricht dan wel grensoverschrijdende gedrag heeft vertoond. Diezelfde gedragingen waar verweerster naar verwijst, waren immers onvoldoende voor de strafrechter om eiser schuldig te achten. Een vrijspraak betekent niet automatisch dat ook geen ontslag mogelijk is, maar daar moet verweerder dan op basis van eigen deugdelijk onderzoek wel een goed gemotiveerd besluit over nemen.

11.2

Verweerster heeft verder ook niet toegelicht waarom de omstandigheid dat eiser heeft geprobeerd om een getuige in de strafzaak over te halen om een andere verklaring af te leggen betekent dat hij niet geschikt is om zijn functie te vervullen. Verweerster trekt conclusies maar motiveert die niet.

11.3

Verweerster heeft, voor wat betreft de negatieve media aandacht nog toegelicht dat dat voor een afname in aanmeldingen bij de school waar eiser werkzaam was heeft gezorgd. Minder aanmeldingen betekent minder inkomsten voor verweerster.

11.3.1

Dat de strafzaak negatieve media aandacht heeft veroorzaakt voor verweerster en dat zij als gevolg daarvan minder inkomsten heeft, neemt niet weg dat de strafrechter eiser vrij heeft gesproken en dat dus niet is vast komen te staan dat hij de hem door verweerster verweten gedragingen heeft begaan. Gelet hierop valt zonder nadere motivering van verweerster niet in te zien waarom het aan eiser te wijten is dat de strafzaak voor negatieve media aandacht voor de school heeft gezorgd, met als gevolg een afname in aanmeldingen.

12. Eiser voert verder aan dat verweerster geen belangenafweging heeft gemaakt. Zij heeft in ieder geval niet de belangen van eiser meegewogen. Zo had rekening gehouden moeten worden met de leeftijd van eiser en de omstandigheid dat hij vooral ervaring heeft in het onderwijs en moeilijk in een andere sector werk zal kunnen vinden. Dat hij bij een andere school werkt klopt niet. Hij doet dat op vrijwillige basis.

13. Ook deze beroepsgrond slaagt. Het Gerecht motiveert dat als volgt.

13.1

Uit de bestreden brief en aanvulling daarop blijkt niet dat verweerster de bij eiser spelende belangen heeft geïnventariseerd, laat staan dat verweerster een belangenafweging heeft gemaakt waarbij zij ook de belangen van eiser heeft meegewogen. Verweerster heeft slechts in het nadeel van eiser laten meewegen dat eiser een aantal maanden is doorbetaald zonder dat hij daar een tegenprestatie voor heeft verricht en dat hij werkzaam zou zijn bij een andere school. Verweerster heeft daarmee in strijd gehandeld met het materiële en formele zorgvuldigheidsbeginsel.

Conclusie en gevolgen

14. De conclusie is dat het ontslag onvoldoende is gemotiveerd. De brief van 16 december 2021 waarbij aan eiser ontslag is verleend kan daarom niet in stand blijven. Het beroep zal gegrond worden verklaard en de brief van 16 december 2021, waarbij aan eiser ontslag is verleend zal worden vernietigd.

15. Het gevolg van deze uitspraak is dat de aanstelling van eiser herleeft. Het is aan verweerster om te bepalen hoe het nu verder gaat. Eiser moet in principe weer tewerk worden gesteld bij verweerster. Een andere optie is dat partijen in onderling overleg een andere oplossing proberen te vinden voor deze kwestie. Verweerster zou er ook voor kunnen kiezen om het ontslag te handhaven. Dat kan echter alleen als zij een beter gemotiveerd ontslagbesluit neemt waarbij ook de belangen van eiser gemotiveerd worden meegewogen.

16. Het Gerecht ziet aanleiding om verweerster te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Het Gerecht begroot de proceskosten op NAf 1.750,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1,5 punten voor het verschijnen ter zitting waarde per punt NAf 700,-). Verder zal het Gerecht bepalen dat verweerster het door eiser betaalde griffierecht ter hoogte van NAf 150,- aan hem dient te vergoeden.

Beslissing

Het Gerecht:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de brief van 6 december 2021, waarbij verweerster ontslag heeft

verleend aan eiser;

- veroordeelt verweerster in de proceskosten tot een bedrag van

NAf 1.750,- te betalen aan eiser;

- draagt verweerster op het betaalde griffierecht van NAf 150,- aan eiser te

vergoeden.

Aldus gegeven door mr. S. Lanshage, rechter in het Gerecht, en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2023 te Curaçao, in tegenwoordigheid van P.N.F. Pereira do Tanque, griffier.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving hiervan. Zie hoofdstuk 5 van de Lar.

Deze uitspraak verwijst naar

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.