Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 4 december 2023

ECLI:NL:OGEAC:2023:344Zaaknummer CUR202103335

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
4 december 2023
Publicatiedatum
31 januari 2024
Zaaknummer
CUR202103335
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gokzaak. Vaststelling vordering van speler op vergunninghouder. Dat is diens tegoed ten tijde van de sluiting van het internetcasino. Vervolg op tussenvonnis ECLI:NL:OGEAC:2023:298.

3 De beslissing

Het gerecht:

3.1.

veroordeelt GSP tot betaling aan SBGOK van € 11.194,30, althans de tegenwaarde daarvan in Antilliaans courant, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 16 september 2021 tot aan de algehele voldoening;

3.2.

veroordeelt GSP tot betaling van NAf 1.500,-- aan buitengerechtelijke kosten;

3.3.

veroordeelt GSP in de proceskosten, begroot op NAf 4.184,66;

3.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2023.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202103335

Vonnis van 4 december 2023

in de zaak van

de stichting

STICHTING BELANGENBEHARTIGING GEDUPEERDEN ONLINE KANSSPELEN,

gevestigd in Curaçao,

eiseres,

gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk,

tegen

de naamloze vennootschap

GAMING SERVICES PROVIDER N.V.,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde,

gemachtigden: mrs. E. Frins en A.C. van Hoof.

Partijen worden hierna weer SBGOK en GSP genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verdere procesverloop blijkt uit:

  • het tussenvonnis van 20 maart 2023 en de daarin genoemde processtukken,
  • de akte uitlaten van GSP van 15 mei 2023, met producties,
  • de akte uitlating van SBGOK van 12 juni 2023, met producties,
  • de akte uitlaten van GSP van 18 september 2023, met een productie,
  • de akte uitlating van SBGOK van 23 oktober 2023.
1.2.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1

In het tussenvonnis is de zaak verwezen naar de rol, waar GSP een waarheidsgetrouw overzicht van het verloop van het account van de speler moest overleggen, waaruit het eindsaldo van zijn account bij het casino blijkt. Daarna kon SBGOK zich daarover uitlaten.

2.2

De vordering bestaat uit het saldo van de speler op het moment dat het casino besloot ermee op te houden. Dat bedrag was het casino de speler toen immers schuldig. De sluiting is een omstandigheid die voor haar rekening en risico komt. Anders dan GSP meent, gaat het er dus niet om wat er was gebeurd als het casino niet was gesloten en de speler had kunnen doorspelen. Het casino en GSP kunnen dan ook niet volstaan met terugbetaling van de inleg.

2.3.

Partijen zijn het erover eens dat de speler voor het eerst heeft gespeeld op 19 oktober 2019 en dat er geen stortingen, opnames of weddenschappen meer zijn geweest na 15 augustus 2020. Zij zijn het er verder over eens dat de totale inzet van de speler moet worden afgetrokken van zijn totale winst. SBGOK komt dan uit op een bedrag van € 8.694,40. Volgens de berekeningen van GSP is het verschil zelfs iets groter: € 8.801,26. Dat betekent dat hier in ieder geval kan worden uitgegaan van

€ 8.694,30.

2.4.

Beide partijen trekken dan twee maal een opname van € 1.000,-- af, waarmee het saldo op € 6.694,30 komt. SBGOK telt daar vervolgens drie maal een ‘deposit’ van € 1.000 bij op, op 19 oktober 2019, op 31 december 2019 en op 19 februari 2020. Verder een ‘welcome bonus’ van 100% van het ‘deposit’ van 19 oktober 2019 (€ 1000) en een 50% ‘reload bonus’ van € 500 op 19 februari 2020. Daarmee komt zij bijna tot op de cent uit bij het gevorderde bedrag van € 11.194,30 dat correspondeert met het saldo op door haar overgelegde screenshots. GSP heeft niet duidelijk gemaakt waarom die laatste bedragen bij deze wijze van schadeberekening niet mee zouden mogen tellen. Het door SBGOK gevorderde bedrag is dan ook toewijsbaar.

2.5.

SBGOK heeft voldoende aangetoond dat daadwerkelijk en in redelijkheid buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt. Deze worden toegewezen naar rato van anderhalve punt van het liquidatietarief, dat is NAf 1.500,--.

2.6.

Als in het ongelijk gestelde partij wordt GSP verwezen in de proceskosten aan de zijde van SBGOK. Deze worden tot aan deze uitspraak begroot op:

- exploitkosten NAf 434,66

- griffierecht NAf 750,--

- salaris gemachtigde NAf 3.000,-- (3 punten tarief 4)

Totaal NAf 4.184,66

De wettelijke rente daarover wordt toegewezen vanaf 16 september 2021, tegen welke dag GSP uiterlijk kon betalen, na bij brief van 6 september 2021 aansprakelijk te zijn gesteld.

3 De beslissing

Het gerecht:

3.1.

veroordeelt GSP tot betaling aan SBGOK van € 11.194,30, althans de tegenwaarde daarvan in Antilliaans courant, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 16 september 2021 tot aan de algehele voldoening;

3.2.

veroordeelt GSP tot betaling van NAf 1.500,-- aan buitengerechtelijke kosten;

3.3.

veroordeelt GSP in de proceskosten, begroot op NAf 4.184,66;

3.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2023.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.