Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 13 mei 2022

ECLI:NL:OGEAC:2022:127Zaaknummer CUR202201569

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
13 mei 2022
Publicatiedatum
23 mei 2022
Zaaknummer
CUR202201569
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Kort geding
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

proceskosten afdoening voor zitting

3 De beslissing

Het Gerecht:

Rechtdoende in kort geding:

3.1.

veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure begroot op NAf 1.282,47;

3.2.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis in kort geding is gewezen door mr. U.I.D. Luydens, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2022.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Verloop van de procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing
  4. Het Gerecht:

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS IN KORT GEDING

In de zaak van:

[eiser],

wonende in Curaçao,

eiser,

gemachtigde: mr. R.C. Luttikhuizen,

--tegen--

[gedaagde],

wonende in Curaçao,

gedaagde,

procederende in persoon.

1 Verloop van de procedure

Dat blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties ingediend ter griffie op 20 april 2022;

- de emailcorrespondentie in de periode 10 t/m 12 mei 2022.

1.2.

Bij email van 10 mei 2022 heeft eiser het gerecht bericht dat gedaagde naar de notaris is gegaan en dat de behandeling geen doorgang hoeft te vinden docht dat een proceskostenveroordeling wordt verzocht. Gedaagde heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, zich niet uitgelaten over de proceskostenveroordeling.

1.3.

De op 11 mei 2022 geplande zitting heeft geen doorgang gevonden.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De beoordeling

Partijen waren verwikkeld in een rechtsgeschil op grond waarvan gedaagde op 8 februari 2017 conservatoir beslag heeft doen leggen op een ten name van eiser staande perceel grond, gelegen in het 3e district van Curaçao te “[wijk]”, bekend als kavel [nummer], groot 510 m2, nader omschreven in meetbriefnummer 714 van 26 november 2014, met het daarop gebouwde plaatselijk bekend als [wijk] kavel [nummer].

2.2.

In de daaropvolgende procedure is op 22 juni 2020 eindvonnis gewezen en zijn partijen kort gezegd over en weer veroordeeld tot betaling van bepaalde bedragen, hetwelk na verrekening tot gevolg had dat eiser aan gedaagde NAf 2.239,55 verschuldigd was. Eiser heeft dit bedrag op 3 juli 2020 aan gedaagde voldaan. Het conservatoir beslag is, ondanks eerdere verzoeken daartoe, pas na het indienen van de onderhavige zaak, opgeheven.

2.3.

Nu gedaagde vóór de dienende dag heeft voldaan aan de eis van eiser, worden de gevorderde proceskosten toegewezen. Het gerecht begroot deze kosten in het licht van de hoofdstukken I (B2 waardering van het belang van de zaak in kort geding) en II (tarief bij afdoening buiten liquidatie) van het liquidatietarief, als volgt:

- gemachtigdensalaris NAf 500,= (0,5 punt van NAf 1.000)

- explootkosten NAf 332,47

- griffierechten NAf 450,=

NAf 1.282,47.

3 De beslissing

Het Gerecht:

Rechtdoende in kort geding:

3.1.

veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure begroot op NAf 1.282,47;

3.2.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis in kort geding is gewezen door mr. U.I.D. Luydens, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2022.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.