Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 25 mei 2020
ECLI:NL:OGEAC:2020:133Zaaknummer CUR201903938
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Datum uitspraak
- 25 mei 2020
- Publicatiedatum
- 26 mei 2020
- Zaaknummer
- CUR201903938
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Intrekking vordering – niet toegelaten ‘rechtshulp’-verlener – proceskosten
3 De beslissing
Het Gerecht:
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Sinustra tot op heden begroot op NAf 2.000,- aan gemachtigdensalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.V.L.M. Wannyn, rechter, en op 25 mei 2020 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR201903938
Vonnis d.d. 25 mei 2020
inzake
[EISERES],
wonende in Curaçao,
eiseres,
procederende in persoon,
tegen
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
SINDIKATO UNI DI SHOFER DI TAKSI (SINUSTRA),
gevestigd in Curaçao,
gedaagde,
gemachtigde: mr. N.B. Louisa.
Partijen zullen hierna [eiseres] en Sinustra worden genoemd.
1 Het procesverloop
Eiseres] heeft op 22 oktober 2019 een inleidend verzoekschrift met producties ter griffie ingediend. Sinustra heeft op 2 maart 2020 een conclusie van antwoord met producties genomen.
Nadat op 7 mei 2020 alleen de gemachtigde en de voorzitter van Sinustra waren verschenen, heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden op 12 mei 2020. [Eiseres] was daarbij in persoon aanwezig. Namens Sinustra was aanwezig mevrouw [naam 1], voorzitter, tezamen met mr. Louisa. Partijen hebben daarbij hun wederzijdse standpunten mondeling nader uiteengezet.
Vonnis is bepaald op heden.
2 De beoordeling
Eiseres] heeft haar vorderingen tijdens de zitting ingetrokken zodat daarop niet meer hoeft te worden beslist. Sinustra heeft daarop verzocht om [eiseres] in de proceskosten te veroordelen.
De vordering strekte tot rectificatie in twee lokale dagbladen van een uitlating die de voorzitter van Sinustra in een privé gesprek met [eiseres] had gedaan. [Eiseres] heeft ter zitting toegelicht zij de vordering zoals die was ingesteld eigenlijk niet heeft gewild. De vordering is op papier gezet door mr. E.J. Maduro, die destijds als haar adviseur optrad. [Eiseres] heeft verklaard dat mr. Maduro haar niet heeft geïnformeerd dat hij niet als gemachtigde bij het Hof is toegelaten (op grond van artikel 28a Procesreglement). Het Gerecht heeft al vaker geconstateerd (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 17 december 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:295, en van 18 mei 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:126) dat een procespartij niet geholpen is geweest door de bijstand van een commercieel opererende, maar niet bij het Hof als gemachtigde toegelaten ‘rechtshulp’-verlener zoals mr. Maduro. In de verhouding tussen [eiseres] en Sinustra komt dit echter voor risico van [eiseres].
Eiseres] zal in de proceskosten aan de zijde van Sinustra worden veroordeeld. Deze kosten worden tot op heden begroot op NAf 2.000,- aan gemachtigdensalaris.
3 De beslissing
Het Gerecht:
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Sinustra tot op heden begroot op NAf 2.000,- aan gemachtigdensalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.V.L.M. Wannyn, rechter, en op 25 mei 2020 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.