Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 10 juni 2019
ECLI:NL:OGEAC:2019:332Zaaknummer CUR201501034
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Datum uitspraak
- 10 juni 2019
- Publicatiedatum
- 18 mei 2020
- Zaaknummer
- CUR201501034
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Arbeidsongeschiktheidsverzekering medisch specialist; vervolg op ECLI:NL:OGEAC:2018:167; bewijsopdracht.
3 De beslissing
Het gerecht
draagt Movir het bewijs op van haar stelling dat [gedaagde] in de periode van 1 januari 2002 tot 21 september 2005 (zie 4.11 van het tussenvonnis van 8 juli 2018) substantieel meer heeft gewerkt dan kon worden afgeleid uit de rapporten van [revalidatiearts] en [arbeidsdeskundige] en uit het dagboek van [gedaagde] (zie 4.16 en 4.17 van het tussenvonnis van 8 juli 2018);
bepaalt dat getuigen worden gehoord op 23, 24 en 25 oktober 2019, steeds van 8:30 tot 12:30 uur;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
VONNIS
in de zaak van:
de vennootschap naar Nederlands recht
MOVIR N.V.,
gevestigd in Curaçao,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. R.F. van den Heuvel,
tegen
[GEDAAGDE],
wonende in Curaçao,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
gemachtigde: mr. M. Boeree.
Partijen zullen hierna Movir en [gedaagde] genoemd worden.
1 1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 maart 2019 en de daarin genoemde processtukken;
- de akte van Movir.
Vervolgens is de zaak verwezen naar de rol van heden voor vonnis.
2 De verdere beoordeling
Zoals overwogen in het tussenvonnis zal Movir bewijs worden opgedragen van haar stelling dat [gedaagde] in de periode van 1 januari 2002 tot 21 september 2005 (zie 4.11 van het tussenvonnis van 8 juli 2018) substantieel meer heeft gewerkt dan kon worden afgeleid uit de rapporten van [revalidatiearts] en [arbeidsdeskundige] en uit het dagboek van [gedaagde] (zie 4.16 en 4.17 van het tussenvonnis). De getuigenverhoren zullen worden bepaald op de in het dictum vermelde data.
Het gerecht wijst partijen (Movir in de eerste plaats) uitdrukkelijk op het overwogene in 2.6 van het tussenvonnis van 25 maart 2019. Berichten in verband met de organisatie van de getuigenverhoren ontvangt het gerecht graag uiterlijk zes weken voor de eerste zitting.
Eventueel aanvullend schriftelijk bewijs dient Movir uiterlijk zes weken vóór de eerste getuigenverhoren aan het gerecht en aan [gedaagde] toe te sturen.
In conventie en in reconventie zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.
3 De beslissing
Het gerecht
draagt Movir het bewijs op van haar stelling dat [gedaagde] in de periode van 1 januari 2002 tot 21 september 2005 (zie 4.11 van het tussenvonnis van 8 juli 2018) substantieel meer heeft gewerkt dan kon worden afgeleid uit de rapporten van [revalidatiearts] en [arbeidsdeskundige] en uit het dagboek van [gedaagde] (zie 4.16 en 4.17 van het tussenvonnis van 8 juli 2018);
bepaalt dat getuigen worden gehoord op 23, 24 en 25 oktober 2019, steeds van 8:30 tot 12:30 uur;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2019.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.