Uitspraak · Belastingrecht
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 17 april 2018
ECLI:NL:OGEAC:2018:57Zaaknummer BBZ nrs. CUR201700103 en CUR201700224
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Datum uitspraak
- 17 april 2018
- Publicatiedatum
- 25 april 2018
- Zaaknummer
- BBZ nrs. CUR201700103 en CUR201700224
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Dit beroep wordt niet niet–ontvankelijk verklaard op de grond dat het voor het begin van de beroepstermijn is ingediend tegen de nadien gegeven (reële) uitspraak van 9 maart 2017. Het te vroeg indienen van een beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen van de Inspecteur leidt dus niet tot niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen de nadien gegeven (reële) uitspraak van 9 maart 2017.
4 BESLISSING
Het Gerecht:
- verklaart het beroep inzake de naheffingsaanslag winstbelasting 2013 ongegrond;
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift van 23 augustus 2016 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep inzake de naheffingsaanslag winstbelasting 2014 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep inzake de verzuimboete 2014 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 9 maart 2017 inzake de verzuimboete 2014;
- vernietigt de verzuimboete 2014;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van Naf. 350; en
- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van Naf. 150 te vergoeden.
Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 april 2018, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël - van der Biezen BSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (artikel 17a, lid 1, Landsverordening op het beroep in belastingzaken).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht overeenkomstig artikel 14, lid 3. De instelling van het hoger beroep geschiedt door persoonlijke indiening bij dan wel toezending aan de griffier van een aan het Hof gericht beroepschrift (artikel 17b, lid 2, Landsverordening op het beroep in belastingzaken).
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Uitspraak van 17 april 2018
BBZ nrs. CUR201700103 en CUR201700224
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURACAO
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
[ X] B.V., gevestigd op Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.
1 PROCESVERLOOP
Aan belanghebbende is voor het jaar 2013, met dagtekening 24 juli 2015, een naheffingsaanslag in de winstbelasting opgelegd van Naf. 18.000. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van Naf. 2.700.
Aan belanghebbende is voor het jaar 2014, met dagtekening 30 juni 2016, een naheffingsaanslag in de winstbelasting opgelegd van Naf. 18.000. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van Naf. 2.700.
Belanghebbende heeft bij brief van 23 augustus 2016, ingekomen op 24 augustus 2016, bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes.
De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 21 december 2016 het bezwaar tegen de naheffingsaanslag winstbelasting 2013 en verzuimboete 2013 niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Belanghebbende heeft bij brief van 7 februari 2017 beroep ingesteld inzake beide naheffingsaanslagen en verzuimboetes. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van Naf. 150,-.
De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 9 maart 2017 de naheffingsaanslag winstbelasting 2014 verminderd tot nihil en de verzuimboete 2014 verminderd tot Naf. 2.500.
De Inspecteur heeft op 20 september 2017 ambtshalve de verzuimboete 2014 verminderd tot Naf. 1.000.
De Inspecteur heeft bij brief van 6 april 2018 aan het Gerecht meegedeeld dat de verzuimboete 2014 zal worden verminderd tot nihil.
Beide partijen hebben het Gerecht toestemming gegeven zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.
2 BEOORDELING VAN HET BEROEP
Tussen partijen is uitsluitend nog de proceskostenvergoeding voor de beroepsprocedure in geschil.
Het bezwaarschrift tegen de naheffingsaanslag winstbelasting 2013 en verzuimboete 2013 is buiten de bezwaartermijn ingediend. De Inspecteur heeft daarom dit bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het daartegen ingestelde beroep dient dan ook ongegrond te worden verklaard. Dientengevolge bestaat voor een proceskostenvergoeding geen aanleiding.
Bij brief van 7 februari 2017 heeft belanghebbende ook beroep ingesteld inzake de naheffingsaanslag winstbelasting 2014 en de verzuimboete 2014. De Inspecteur had op dat moment evenwel nog niet beslist op het bezwaar tegen deze beschikkingen, zodat dit beroep in zoverre niet-ontvankelijk is. Voor zover dit beroep gericht is tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift van 23 augustus 2016 tegen deze beschikkingen, is dit beroep prematuur ingesteld. Ingevolge artikel 30, lid 2, Algemene landsverordening Landsbelastingen, dient de Inspecteur namelijk binnen negen maanden na ontvangst van het bezwaarschrift een uitspraak te doen. Deze termijn was ten tijde van indiening van het beroepschrift op 7 februari 2017 nog niet verstreken. Ook in zoverre dient dit beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Hangende het geding voor het Gerecht heeft de Inspecteur op 9 maart 2017 alsnog uitspraak gedaan op het bezwaar tegen de naheffingsaanslag winstbelasting 2014 en de verzuimboete 2014. Het door belanghebbende ingestelde beroep van 7 februari 2017 wordt geacht mede te zijn gericht tegen deze (reële) uitspraak op bezwaar.
Dit beroep wordt niet niet–ontvankelijk verklaard op de grond dat het voor het begin van de beroepstermijn is ingediend tegen de nadien gegeven (reële) uitspraak van 9 maart 2017. Evenmin is vereist dat ten tijde van het instellen van het beroep op 7 februari 2017 de beslistermijn van de Inspecteur daadwerkelijk is verstreken (vgl. HR 14 oktober 2005, nr. 40.155, ECLI:NL:HR:2005:AU4298). Het te vroeg indienen van een beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen van de Inspecteur leidt dus niet tot niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen de nadien gegeven (reële) uitspraak van 9 maart 2017. Ook die uitspraak is derhalve onderwerp van onderhavige procedure.
Bij de uitspraak op bezwaar van 9 maart 2017 heeft de Inspecteur de naheffingsaanslag winstbelasting 2014 verminderd tot nihil en de verzuimboete 2014 verminderd tot Naf. 2.500. Nadien heeft de Inspecteur ambtshalve de verzuimboete 2014 verminderd tot Naf. 1.000, waarna hij bij brief van 6 april 2018 aan het Gerecht heeft meegedeeld dat deze verzuimboete verder wordt verminderd tot nihil. Deze vermindering van de verzuimboete brengt mee dat het beroep tegen de uitspraak van 9 maart 2017 in zoverre gegrond is en dat mitsdien aanleiding bestaat voor een proceskostenvergoeding. Voor zover dit beroep betrekking heeft op de naheffingsaanslag winstbelasting 2014, dient het niet-ontvankelijk te worden verklaard wegens het ontbreken van enig procesbelang.
3 PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
In artikel 15, lid 2, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) is bepaald dat de regels over de (hoogte van de) proceskostenvergoeding bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden vastgesteld. Dat is nog niet gebeurd.
Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, PB 2001, no. 127 (zie ook Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 21 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54). In artikel 1 van dit Besluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen waaronder de kosten van door een derde beroepsmatig verleende bijstand. Deze kosten worden op forfaitaire wijze berekend.
Het Gerecht vindt aanleiding de Inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen, redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten kunnen worden berekend op Naf. 350 (1 punt voor beroepschrift, waarde per punt Naf. 700, wegingsfactor 0,5 (licht; betreft beroepschrift tegen niet tijdig beslissen).
Verder dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 5 LLB het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
4 BESLISSING
Het Gerecht:
- verklaart het beroep inzake de naheffingsaanslag winstbelasting 2013 ongegrond;
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift van 23 augustus 2016 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep inzake de naheffingsaanslag winstbelasting 2014 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep inzake de verzuimboete 2014 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 9 maart 2017 inzake de verzuimboete 2014;
- vernietigt de verzuimboete 2014;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van Naf. 350; en
- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van Naf. 150 te vergoeden.
Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 april 2018, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël - van der Biezen BSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (artikel 17a, lid 1, Landsverordening op het beroep in belastingzaken).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht overeenkomstig artikel 14, lid 3. De instelling van het hoger beroep geschiedt door persoonlijke indiening bij dan wel toezending aan de griffier van een aan het Hof gericht beroepschrift (artikel 17b, lid 2, Landsverordening op het beroep in belastingzaken).
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:OGEAM:2026:114 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 12 augustus 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAA:2026:234 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 7 augustus 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2026:28 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 13 maart 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2026:21 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 27 februari 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAM:2025:116 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 19 november 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAA:2025:306 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 10 oktober 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAM:2025:101 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 8 oktober 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2025:163 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 15 juli 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAM:2025:152 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 12 juni 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2025:72 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 21 mei 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2025:35 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 11 maart 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2025:19 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 17 februari 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAA:2025:12 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 10 januari 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2024:184 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 29 oktober 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2024:45 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 15 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2023:254 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 22 september 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2023:198 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 17 augustus 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2023:341 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 4 augustus 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGHACMB:2023:104 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 28 juni 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAA:2023:18 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 6 april 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2023:65 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 14 februari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2023:55 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 31 januari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2023:97 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 31 januari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2023:66 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 24 januari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAM:2022:122 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 30 november 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAA:2022:192 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 19 juli 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAA:2022:145 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 13 juni 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2022:137 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 1 juni 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAM:2021:129 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 9 december 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2021:221 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 19 november 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2021:185 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 15 september 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAA:2021:274 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 10 juni 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2021:113 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 4 mei 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2021:111 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 16 april 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2021:62 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 31 maart 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2021:23 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 9 februari 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2020:282 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 2 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2020:283 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 2 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2020:235 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 14 oktober 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2020:89 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 15 april 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2020:53 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 17 maart 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAA:2019:286 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 17 mei 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2018:234 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 5 september 2018 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.