Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 24 juni 2026

ECLI:NL:OGEABES:2026:95Zaaknummer BON202600201

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
BON202600201
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstek. Kredietverstrekker vordert nakoming van een schuldbekentenis/betalingsregeling. Het is het Gerecht niet duidelijk hoe de vordering is opgebouwd. De kredietverstrekker wordt in de gelegenheid gesteld een akte te nemen om haar vordering deugdelijk te specificeren.

3 De beslissing

Het Gerecht:

3.1.

laat de schuldenaar toe om op de rolzitting van 26 augustus 2026 te 09.00 een akte te nemen als bedoeld onder 2.4.;

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 24 juni 2026 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202600201

Vonnisdatum: 24 juni 2026

Inzake:

de naamloze vennootschap ISLAND FINANCE (BONAIRE) N.V.,

gevestigd te Bonaire,

de schuldeiser,

gemachtigde: mr. N.B. Louisa,

tegen

[de schuldenaar],

wonend te Bonaire,

de schuldenaar,

niet verschenen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verzoekschrift met bijlagen is op 17 april 2026 op de griffie van dit Gerecht ingediend.

1.2.

De schuldenaar heeft, hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet binnen de termijn geantwoord of om uitstel verzocht.

1.3.

Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2 De beoordeling

2.1.

Als onweersproken is het volgende vast komen te staan. Partijen hebben een overeenkomst van verbruikleen gesloten waarbij de schuldenaar een lening voor het bedrag van USD 7.000,00 is aangegaan. Partijen zijn overeengekomen dat de schuldenaar een bedrag van in totaal USD 9.542,11 in 36 maandelijkse termijnen aan de schuldeiser moet terugbetalen. Er is een betalingsachterstand ontstaan. Op 9 maart 2023 is er tussen partijen een betalingsregeling gesloten voor een uitstaand bedrag van USD 2.783,76. Nadien heeft de schuldenaar negen betalingen verricht waardoor het uitstaande bedrag thans USD 1.421,36 is.

2.2.

De schuldeiser verzoekt het Gerecht de schuldenaar te veroordelen om aan de schuldeiser te betalen het verschuldigde bedrag van USD 1.421,36, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de datum van verzuim, zijnde 28 maart 2023, dan wel datum van indiening van het verzoekschrift, tot de dag der algehele voldoening, dan wel een ander door het Gerecht te bepalen bedrag. Tevens wordt verzocht de schuldenaar te veroordelen in de proceskosten, waaronder de betaalde griffierechten, zegels en kosten van uittreksels van de burgerlijke stand, gemachtigdensalaris en nakosten waaronder ook de deurwaarderskosten.

2.3.

Het Gerecht begrijpt dat de vordering is gebaseerd op het niet nakomen van de schuldbekentenis/betalingsregeling van 9 maart 2023. Het is het Gerecht echter niet zonder meer duidelijk waar het gevorderde bedrag van USD 1.421,36 uit voortkomt. De hoofdsom was immers USD 2.783,76. Er zijn kennelijk 9 betalingen van USD 200,00 gedaan. Ook rekening houdend met USD 15,00 administratiekosten per betaling, wordt dan niet op het gevorderde bedrag uitgekomen. Niet inzichtelijk is of er wellicht nog incassokosten of boeterente mee zijn gevorderd. En voor zover dat het geval is, geldt dat in de oorspronkelijke hoofdsom al incassokosten zijn meegenomen en dat ook wettelijke rente wordt gevorderd.

2.4.

De schuldeiser zal daarom in de gelegenheid worden gesteld bij akte haar vordering alsnog deugdelijk te specificeren.

3 De beslissing

Het Gerecht:

3.1.

laat de schuldenaar toe om op de rolzitting van 26 augustus 2026 te 09.00 een akte te nemen als bedoeld onder 2.4.;

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 24 juni 2026 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.