Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 25 maart 2026
ECLI:NL:OGEABES:2026:82Zaaknummer BON202600058
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 25 maart 2026
- Publicatiedatum
- 29 juni 2026
- Zaaknummer
- BON202600058
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Kinderalimentatie, overeenstemming ouders hoogte van het bedrag.
3 De beslissing
Het gerecht:
bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats], met ingang van 1 april 2026 op totaal $ 150,00 per maand.
bepaalt dat de man de kinderalimentatie maandelijks voor de eerste van de maand door middel van een bankoverschrijving naar de bankrekening van de vrouw overmaakt.
wijst het meer of anders verzochte af;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202600058
Datum beslissing: 25 maart 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats],
hierna: [de minderjarige],
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
wonend op Bonaire,
hierna: de moeder,
en als gerekwestreerde wordt aangemerkt:
[de vader],
wonend op Bonaire,
hierna: de vader.
1 Het procesverloop
Het verzoekschrift met bijlagen van de Voogdijraad is op 9 februari 2026 op de griffie van dit gerecht ingediend.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. De moeder en de vader zijn verschenen. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker voogdijraad] verschenen.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2 Het verzoek en de beoordeling
Het verzoek
De Voogdijraad verzoekt het vaststellen van een bijdrage van de vader in de kosten van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige].
Op basis van de door partijen ingeleverde inkomensgegevens heeft de Voogdijraad een berekening opgesteld. Uit deze berekening volgt dat een bedrag van $ 122,00 per maand, door de vader aan de moeder te betalen, als redelijk en in overeenstemming met zijn draagkracht kan worden beschouwd.
Per e-mailbericht van 18 februari 2026 heeft de Voogdijraad het gerecht geïnformeerd dat partijen onderling tot overeenstemming zijn gekomen de kinderalimentatie op een bedrag van $ 150,00 per maand vast te stellen.
De beoordeling
Het gerecht is van oordeel dat beide ouders naar draagkracht moeten bijdragen aan de kosten voor verzorging en opvoeding van [de minderjarige]. Ter zitting is door de vader en de moeder bevestigd dat zij een bedrag van $ 150,00 per maand zijn overeengekomen en dat de man dit sinds de vorige maand al aan de vrouw betaalt door middel van een bankoverschrijving. Het gerecht zal de kinderalimentatie daarom dienovereenkomstig vaststellen. De datum waarop de door het gerecht vast te stellen kinderalimentatie ingaat zal worden bepaald op de eerste van de maand volgend na de datum van deze beschikking, dus op 1 april 2026.
De vader moet de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand betalen. Het gaat namelijk om een bijdrage in de kosten die in de daarop volgende maand worden gemaakt en dan zou het te laat zijn als de alimentatie pas later in die maand wordt betaald.
3 De beslissing
Het gerecht:
bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats], met ingang van 1 april 2026 op totaal $ 150,00 per maand.
bepaalt dat de man de kinderalimentatie maandelijks voor de eerste van de maand door middel van een bankoverschrijving naar de bankrekening van de vrouw overmaakt.
wijst het meer of anders verzochte af;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.