Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 25 maart 2026
ECLI:NL:OGEABES:2026:79Zaaknummer BON202600017
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 25 maart 2026
- Publicatiedatum
- 29 juni 2026
- Zaaknummer
- BON202600017
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
VERSTEK Overeenkomst van opdracht. Betaling achterstallige facturen.
4 De beslissing
Het gerecht,
veroordeelt Blue Bird om aan [eiseres] een bedrag van USD 6.180,42 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 december 2025 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt Blue Bird in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] begroot op USD 1.137,00, te vermeerderen met USD 84,00 als Blue Bird niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
veroordeelt Blue Bird tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW BES over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202600017
Datum uitspraak: 25 maart 2026
VONNIS (bij verstek)
in de zaak van
[eiseres]
(handelend onder de naam No Limits Bonaire)
wonende te Bonaire,
eiseres,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel,
tegen
de besloten vennootschap BLUE BIRD TOURS & TRAVEL B.V,
statutair gezeteld in Nederland,
gevestigd en kantoorhoudend te Bonaire,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook [eiseres] en Blue Bird worden genoemd.
1 De procedure
Het procesverloop blijkt uit:
- het verzoekschrift (met producties) van 15 januari 2026.
Op de rolzitting van 25 februari 2026 is Blue Bird niet verschenen, waarna vonnis is bepaald op heden.
2 De vordering
eiseres] vordert dat het gerecht Blue Bird veroordeelt tot betaling van USD 6.180,42, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 december 2025, met veroordeling van Blue Bird in de proceskosten.
eiseres] voert daartoe – kort gezegd – aan dat zij in het kader van een overeenkomst van opdracht tussen partijen werkzaamheden aan Blue Bird heeft gefactureerd, maar dat Blue Bird in verzuim is met betaling van de facturen over de maanden september tot en met november 2025.
3. De beoordeling
Blue Bird is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen en er heeft zich ook geen gemachtigde voor haar gesteld. Tegen haar zal dan ook verstek worden verleend.
De vordering van [eiseres] komt niet ongegrond of onrechtmatig voor en zal daarom worden toegewezen.
Blue Bird zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van [eiseres] begroot op USD 1.137,00 (USD 419,00 aan griffierecht, USD 159,00 aan kosten deurwaarder en USD 559,00 aan salaris gemachtigde). Ook de nakosten zijn toewijsbaar als hierna te melden.
De beslissingen in dit vonnis worden, zoals gevraagd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Van kenbare bezwaren van Blue Bird tegen uitvoerbaar bij voorraadverklaring is niet gebleken. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als Blue Bird in verzet gaat. De beslissingen in deze uitspraak gelden in dat geval tot in de verzetprocedure een andere beslissing genomen wordt.
4 De beslissing
Het gerecht,
veroordeelt Blue Bird om aan [eiseres] een bedrag van USD 6.180,42 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 december 2025 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt Blue Bird in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] begroot op USD 1.137,00, te vermeerderen met USD 84,00 als Blue Bird niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
veroordeelt Blue Bird tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW BES over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.