Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 25 maart 2026
ECLI:NL:OGEABES:2026:72Zaaknummer BON202600060 en BON202600061
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 25 maart 2026
- Publicatiedatum
- 29 juni 2026
- Zaaknummer
- BON202600060 en BON202600061
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Raadsonderzoek naar gezag.
4 De beslissing
Het gerecht:
verzoekt de Voogdijraad om een onderzoek in te stellen naar de hiervoor onder 3.3. genoemde vraag met het verzoek om uiterlijk op 17 juni 2026 a.s. te rapporteren en te adviseren,
houdt de behandeling van de verzoeken aan tot de mondelinge behandeling van 24 juni 2026 om 14.00 uur,
draagt de griffier op om partijen en de Voogdijraad voor deze mondelinge behandeling op te roepen.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op schrift gesteld op 2 april 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600060 en BON202600061
datum beslissing: 25 maart 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
[de vader]
verzoeker, hierna ook: de vader,
wonende te Bonaire,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel,
tegen
[de moeder]
verweerster, hierna ook: de moeder,
wonende te Bonaire,
in persoon verschenen.
Deze zaak gaat over de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] (hierna ook: [de minderjarige]).
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES is in de procedure gekend: de Voogdijraad.
1 Het procesverloop
Het verzoekschrift met bijlagen van de vader is op 10 februari 2026 ingediend.
De moeder heeft op 20 maart 2026 een stuk ingediend.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 maart 2026. Daarbij zijn de vader met zijn gemachtigde en de moeder verschenen. Namens de Voogdijraad was de heer [medewerker voogdijraad] aanwezig.
Na de mondelinge behandeling is meteen mondeling uitspraak gedaan.
2 De feiten
Uit de – inmiddels verbroken – relatie van partijen is [de minderjarige] geboren. De vader heeft hem erkend. De moeder is van rechtswege alleen belast met het gezag over [de minderjarige].
Sinds 2022 woont [de minderjarige] bij de vader en zijn partner.
2 De verzoeken
De vader verzoekt, zo begrijpt het gerecht, primair om hem te belasten met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] en subsidiair om de ouders met gezamenlijk gezag over [de minderjarige] te belasten en de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij hem te bepalen.
De moeder heeft verweer gevoerd. Zij staat open voor gezamenlijk gezag en wil graag dat de omgang tussen haar en [de minderjarige] wordt opgebouwd.
3 De beoordeling
De vader heeft aan zijn verzoeken ten grondslag gelegd dat hij sinds 2022 de volledige verantwoordelijkheid voor de dagelijkse verzorging en opvoeding van [de minderjarige] draagt. [de minderjarige] woont sindsdien bij de vader en de vader onderhoudt de contacten met betrokken instanties, zoals de school en de dokter. De moeder zoekt alleen contact met [de minderjarige] als het haar uitkomt. Elk overleg tussen de ouders ontbreekt. De moeder weigert volgens vader regelmatig toestemming te geven wanneer dit nodig is. Op deze manier kunnen er geen gezagsbeslissingen worden genomen, aldus de vader.
De moeder heeft naar voren gebracht dat zij veel aan haar hoofd heeft. Zij heeft nog drie andere minderjarige kinderen die bij haar wonen, waarvan er een extra zorg nodig heeft, zij werkt en gaat naar school. Zij vindt het goed dat [de minderjarige] bij de vader woont, maar vindt het wel moeilijk dat zij [de minderjarige] nauwelijks ziet. Ze zou het contact met [de minderjarige] graag opbouwen, zo nodig met begeleiding van ZJCN.
Het overweegt als volgt. Aangezien [de minderjarige] bij de vader woont en de moeder het daarmee eens is zal [de minderjarige] bij de vader blijven wonen en zal de vader ook met het gezag over hem belast worden. Dat vindt het gerecht in zijn belang. Het gerecht acht zich op dit moment alleen nog onvoldoende geïnformeerd over de vraag of eenhoofdig gezag van de vader of gezamenlijk gezag van de vader samen met de moeder het meest in het belang van [de minderjarige] is. Het gerecht verzoekt de Voogdijraad, die zich hiertoe tijdens de mondeling behandeling reeds bereid heeft verklaard, om daar onderzoek naar te doen en daarover te rapporten. Afhankelijk van de uiteindelijke beslissing over het gezag zal het gerecht de hoofdverblijfplaats nog formeel bij de vader te bepalen. Dat is alleen nodig als de ouders uiteindelijk samen worden belast met het gezag over [de minderjarige]. Gelet op alles wat hiervoor is overwogen zullen de beslissingen op de verzoeken worden aangehouden in afwachting van het rapport van de Voogdijraad over het gezag. Dat rapport zal op de zitting van 24 juni 2026 om 14 uur worden besproken en moet een week daarvoor zijn ingediend.
Verder hebben de ouders zich tijdens de mondelinge behandeling bereid verklaard om met hulp van ZJCN te kijken of er mogelijkheden zijn om de omgang tussen de moeder en [de minderjarige] op te bouwen en zo ja, hoe dat op zorgvuldige wijze zou kunnen. Tijdens de zitting op 24 juni 2026 om 14 uur zal ook het verloop van het traject bij ZJCN worden besproken. Het zou goed zijn als bij die zitting ook iemand van ZJCN aanwezig is die op de hoogte is van het verloop van dit traject.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4 De beslissing
Het gerecht:
verzoekt de Voogdijraad om een onderzoek in te stellen naar de hiervoor onder 3.3. genoemde vraag met het verzoek om uiterlijk op 17 juni 2026 a.s. te rapporteren en te adviseren,
houdt de behandeling van de verzoeken aan tot de mondelinge behandeling van 24 juni 2026 om 14.00 uur,
draagt de griffier op om partijen en de Voogdijraad voor deze mondelinge behandeling op te roepen.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op schrift gesteld op 2 april 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.