Uitspraak · Civiel recht

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 25 maart 2026

ECLI:NL:OGEABES:2026:67Zaaknummer BON202500409

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
BON202500409
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gerechtelijke vaststelling vaderschap.

2 De beslissing

Het gerecht:

2.1.

stelt het vaderschap vast van [de man], geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats], [geboorteland], ten aanzien van de minderjarige:

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats],

2.2.

bepaalt dat de griffier van het gerecht, zodra deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, dus niet eerder dan zes weken na de dag van deze beschikking en slechts indien geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de beschikking doet toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in Aruba,

2.3.

ontslaat de bijzonder curator van zijn taak, behalve in het geval dat tegen de beslissing tot vaststelling van het vaderschap hoger beroep wordt ingesteld,

2.4.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500409

datum beslissing: 25 maart 2026

BESCHIKKING

in de zaak van:

[de moeder],

wonende te Bonaire,

verzoekster, hierna ook: de moeder,

gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,

tegen

[de man],

wonende te Bonaire,

verweerder, hierna te noemen: de man,

procederend in persoon,

betreffende de minderjarige:

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] (hierna: [de minderjarige]), vertegenwoordigd door de Voogdijraad CN in zijn hoedanigheid als bijzonder curator.

1 De verdere beoordeling

1.1.

Voor het verloop van de procedure tot 29 oktober 2025 verwijst het gerecht naar de beschikking van dit gerecht van die datum.

1.2.

Bij die beschikking van 29 oktober 2025 is de man toegelaten tot het leveren van tegenbewijs van de voorshands bewezen stelling dat hij de verwekker is van [de minderjarige], bijvoorbeeld met DNA-bewijs waaraan de moeder haar medewerking zal verlenen. In diezelfde beschikking is de man voor het leveren van tegenbewijs de tijd gegund tot 28 januari 2026. Iedere overige beslissing is aangehouden. Daarbij is vermeld dat als de man van deze mogelijkheid geen gebruik maakt, het gerecht zonder nadere zitting een eindbeschikking zal geven.

1.3.

Omdat man geen gebruik heeft gemaakt van de hem geboden mogelijkheid om tegenbewijs te leveren van de voorshands bewezen stelling dat hij de verwekker is van [de minderjarige], zal het gerecht onder verwijzing naar rechtsoverwegingen 4.1. tot en met 4.5. van de hiervoor genoemde beschikking van 29 oktober 2025 het vaderschap van de man gerechtelijk vaststellen, zoals de moeder heeft verzocht.

1.4.

Met deze uitspraak acht het gerecht de werkzaamheden van de bijzondere curator beëindigd, behalve in het geval dat tegen de beslissing tot vaststelling van het vaderschap van de man hoger beroep wordt ingesteld.

1.5.

Ten overvloede overweegt het gerecht nog het volgende. Het gerecht gaat er in deze beschikking van uit dat [de minderjarige] sinds (het in kracht van gewijsde gaan van) de vernietiging van de erkenning door de ex-partner van de moeder (zie r.o. 2.2. van de hiervoor genoemde beschikking van 29 oktober 2025) weer de geslachtsnaam van de moeder draagt (zie artikel 1:5 jo. artikel 1:206 lid 1 BW BES). Volgens de in deze procedure overgelegde kopie van de geboorteakte van 27 mei 2024 is de geslachtsnaam van de moeder ‘[de moeder]’. Het gerecht is bij de beslissing onder 2.1. van die informatie uitgegaan. Ambtshalve is het gerecht ermee bekend dat de moeder al enige tijd bezig is met het wijzigen van haar geslachtsnaam op de betreffende aktes van de burgerlijke stand naar ‘[de moeder]’. Het gerecht gaat ervan uit dat dat nog niet is gebeurd. Mocht dat wel het geval zijn, dan is de beslissing onder 2.1. niet bedoeld om de geslachtsnaam opnieuw te wijzigen.

2 De beslissing

Het gerecht:

2.1.

stelt het vaderschap vast van [de man], geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats], [geboorteland], ten aanzien van de minderjarige:

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats],

2.2.

bepaalt dat de griffier van het gerecht, zodra deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, dus niet eerder dan zes weken na de dag van deze beschikking en slechts indien geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de beschikking doet toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in Aruba,

2.3.

ontslaat de bijzonder curator van zijn taak, behalve in het geval dat tegen de beslissing tot vaststelling van het vaderschap hoger beroep wordt ingesteld,

2.4.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.