Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 11 maart 2026
ECLI:NL:OGEABES:2026:64Zaaknummer BON202500603
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 11 maart 2026
- Publicatiedatum
- 18 juni 2026
- Zaaknummer
- BON202500603
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Kinderalimentatie, beide ouders akkoord met hoogte van het bedrag.
3 De beslissing
Het gerecht:
bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] (Nederland), met ingang van 1 april 2026 op $ 200,00 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen aan de Belastingdienst Caribisch Nederland;
wijst het meer of anders verzochte af;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500603
datum beslissing: 11 maart 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] (Nederland),
hierna: [de minderjarige],
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
wonend op Bonaire,
hierna: de moeder,
en als gerekwestreerde wordt aangemerkt:
[de vader],
wonend op Bonaire,
hierna: de vader.
1 Het procesverloop
Het verzoekschrift met bijlagen van de Voogdijraad, tot vaststelling van bijdrage door vader in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] is op 25 november 2025 op de griffie van dit gerecht ingediend.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 februari 2026. De moeder en de vader zijn verschenen. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker voogdijraad] verschenen. Van deze mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt, waarin abusievelijk Bonaire als de geboorteplaats van [de minderjarige] is genoemd terwijl dit [geboorteplaats] (Nederland) had moeten zijn.
Op de rolzitting van 25 februari 2026 is door de Voogdijraad een herberekening ingediend. Omdat de vader en de moeder aan de Voogdijraad hebben laten weten dat zij akkoord gaan met het geadviseerde bedrag, heeft de rechter bepaald dat een nieuwe mondelinge behandeling achterwege kon blijven.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2 Het verzoek en de beoordeling
Het verzoek
De Voogdijraad verzoekt het vaststellen van een bijdrage van de vader in de kosten van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige].
Op basis van de door partijen ingeleverde inkomensgegevens heeft de Voogdijraad een berekening opgesteld. Uit deze berekening volgt dat een bedrag van $ 200,00 per maand, door de vader aan de moeder te betalen, als redelijk en in overeenstemming met zijn draagkracht kan worden beschouwd.
De beoordeling
De door de Voogdijraad gemaakte berekening komt het gerecht deugdelijk voor. Uit het schriftelijk advies van de Voogdijraad volgt ook dat de vader en de moeder zich kunnen verenigen met het geadviseerde alimentatiebedrag. Naar het oordeel van het gerecht is het bedrag van $ 200,00 per maand in overeenstemming met de wettelijke maatstaven voor het bepalen van kinderalimentatie. Het gerecht zal de verzochte kinderalimentatie daarom dienovereenkomstig vaststellen. De datum waarop de door het gerecht vast te stellen kinderalimentatie ingaat zal worden bepaald op de eerste van de maand volgend na de datum van deze beschikking, dus op 1 april 2026.
De vader moet de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand betalen. Het gaat namelijk om een bijdrage in de kosten die in de daarop volgende maand worden gemaakt en dan zou het te laat zijn als de alimentatie pas later in die maand wordt betaald.
3 De beslissing
Het gerecht:
bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] (Nederland), met ingang van 1 april 2026 op $ 200,00 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen aan de Belastingdienst Caribisch Nederland;
wijst het meer of anders verzochte af;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.