Uitspraak · Strafrecht

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 27 oktober 2026

ECLI:NL:OGEABES:2026:262Zaaknummer 400.00008/25, 400.00165/25 en 400.00222/25

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
27 oktober 2026
Publicatiedatum
29 oktober 2026
Zaaknummer
400.00008/25, 400.00165/25 en 400.00222/25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. De 15-jarige broer van de medeverdachte is hierbij om het leven gekomen. Tweede schietpartij een half uur later. Het Gerecht gaat ervan uit dat de tweede schietpartij een wraakactie was voor het neerschieten van de broer. Veroordeling voor poging moord. Overwegingen over medeplegen en inwisselbaarheid van rollen. Verder veroordeling in een andere zaak (Corsica) voor openlijke geweldpleging door te schieten tijdens een buurtfeest, en twee keer vuurwapenbezit. Gevangenisstraf van 14 jaar.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak CORSICA (400.00008/25) onder 1 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de in de zaak GALAPAGOS (400.00222/25) ten laste gelegde feiten, de in zaak CORSICA (400.00008/25) onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten en het in de zaak ELM (400.00165/25) ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 14 (veertien) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave van een mobiele telefoon (IBN-code: [code 1]), een mobiele telefoon (IBN-code: [code 2]) en een iPad (IBN-code: [code 3]) aan de verdachte;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] geleden schade toe tot een bedrag van USD 750,00 (zegge: zevenhonderdvijftig Amerikaanse dollar) aan immateriële schade, en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van USD 750,00 (zegge: zevenhonderdvijftig Amerikaanse dollar), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

bepaalt dat indien en voor zover een van de mededaders van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partij of de Staat, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal bijgestaan door mr. J.J. Scholte ter Horst, griffier, en op 27 oktober 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. ONDERZOEK VAN DE ZAAK
  2. VOORVRAGEN
  3. OORDEEL VAN HET GERECHT IN DE ZAAK GALAPAGOS (400.00222/25)
  4. OORDEEL VAN HET GERECHT IN DE ZAAK CORSICA (400.00008/25)
  5. Vrijspraak feit 1 – poging doodslag
  6. Overwegingen over feit 2 – openlijk geweld
  7. BEWEZENVERKLARINGEN
  8. BEWIJSMIDDELEN
  9. STRAFBAARHEID EN KWALIFICATIE
  10. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE
  11. OPLEGGING VAN STRAF
  12. IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN
  13. DE VORDERINGEN TOT SCHADEVERGOEDING
  14. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Parketnummer: 400.00008/25 (CORSICA), 400.00165/25 (ELM) en 400.00222/25 (GALAPAGOS), ter terechtzitting gevoegd

Uitspraak: 27 oktober 2026 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteland],

wonende op Bonaire, [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring op Bonaire.

ONDERZOEK VAN DE ZAAK

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 25, 27 en 28 augustus 2026 en 27 oktober 2026. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.J. Winkel, advocaat op Bonaire.

De benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] hebben zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

De officier van justitie, mr. D.C. Smits, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht:

  • het onder parketnummer 400.00222/25 (zaak GALAPAGOS) als feit 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren;
  • het onder parketnummer 400.00008/25 (zaak CORSICA) als feit 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren;
  • het onder parketnummer 400.00165/25 (zaak ELM) ten laste gelegde bewezen zal verklaren;

De officier van justitie heeft gevorderd dat het Gerecht aan de verdachte een gevangenisstraf zal opleggen van 18 jaren, met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen heeft de officier van justitie gevorderd te beslissen zoals vermeld op de door hem overgelegde beslaglijst. Zijn vordering behelst voorts de (gedeeltelijke) toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het in de zaak CORSICA ten laste gelegde. In de zaak GALAPAGOS heeft de raadsman vrijspraak bepleit voor feit 1. De raadsman heeft voorts een strafmaatverweer gevoerd.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte zijn de feiten ten laste gelegd die zijn vermeld op de dagvaardingen in de drie zaken. Afschriften van de dagvaardingen zijn aan dit vonnis gehecht. Kort gezegd zijn de verdenkingen als volgt:

400.00222/25 (GALAPAGOS)

  • Poging tot moord op [medeverdachte 1] en/of [slachtoffer 1] in Nort Salina op 8 juni 2025.
  • Het voorhanden hebben van een vuurwapen op 8 juni 2025.

400.00008/25 (zaak CORSICA)

  • Poging tot doodslag op [slachtoffer 2] en/of [benadeelde partij 2] op 11 januari 2025.
  • Openlijke geweldpleging tegen personen op 11 januari 2025.
  • Het voorhanden hebben van een vuurwapen op 11 januari 2025.

40.00165/25 (ELM)

Openlijke geweldpleging tegen personen op 22 juli 2025.

VOORVRAGEN

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

OORDEEL VAN HET GERECHT IN DE ZAAK GALAPAGOS (400.00222/25)

Inleiding en standpunten

In de nacht van 8 juni 2025 heeft rondom Club Rush een schietpartij plaatsgevonden van een omvang die op Bonaire ongekend is. Die nacht is door verschillende personen bij een drukke uitgaansgelegenheid veelvuldig geschoten. De vijftienjarige [slachtoffer 3] is hierdoor overleden.

Na de schietpartij bij Club Rush heeft die nacht nog een schietpartij plaatsgevonden, ditmaal in Nort’i Saliña waarbij [slachtoffer 1] in zijn rug werd geraakt.

De verdachte heeft verklaard dat hij in de omgeving van Club Rush aanwezig was ten tijde van het schieten daar. Hij heeft daar een wapen aan iemand overgedragen op de parkeerplaats van de Top Supermarkt. De verdachte ontkent dat hij na het gebeuren bij Club Rush in Nort’i Saliña is geweest. Na het schieten bij Club Rush is hij naar de vissershaven gerend, waar hij is gebleven. Met de schietpartij in Nort’i Saliña heeft hij niets te maken.

De officier van justitie heeft betoogd dat de verdachte samen met zijn medeverdachten naar Nort’i Saliña is gereden met het vooropgezette plan om daar [slachtoffer 1] neer te schieten. De officier van justitie gaat ervanuit dat dit een wraakactie is geweest als reactie op de dood van de van medeverdachte [medeverdachte 2]. Daarmee vindt de officier van justitie medeplegen van een poging moord wettig en overtuigend bewezen.

De raadsman heeft bepleit dat het dossier onvoldoende bewijsmiddelen bevat waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte betrokken is geweest bij het schietincident in Nort’i Saliña. Hij voert daartoe aan dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte in de witte Toyota Yaris heeft gezeten. Enkel het aanstralen van een telefoon binnen een theoretisch dekkingsgebied plaatst de verdachte in Nort’i Saliña. De raadsman concludeert dan ook dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 ten laste gelegde.

Feiten en omstandigheden

Op basis van het dossier en wat op de zitting is besproken gaat het Gerecht uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Schieten bij Club Rush

In de nacht van 7 op 8 juni 2025 treedt de Curaçaose rapper [naam rapper] op in Club Rush. Club Rush is gelegen aan de Kaya Princess Marie, ten noorden van de club ligt Restaurant Latino’s en ten zuiden de Kaya L.D. Gerharts. Het optreden trekt veel bezoekers: het is druk zowel binnen als buiten de club. Na afloop van het optreden van [naam rapper] ontstaat in Club Rush een vechtpartij. De vechtpartij verplaatst zich naar buiten, en gaat voor de ingang van de club verder. Het is dan iets voor 3.00 uur in de ochtend. De vechtpartij is voor een deel vastgelegd op de beveiligingscamera van Club Rush, die bij de ingang van de club hangt en op de straat is gericht.

Kort nadat de vechtpartij zich naar buiten heeft verplaatst zijn twee schoten te horen, die buiten het beeld worden gelost. Twee andere schoten volgen, eveneens buiten beeld. Aan de overkant van Club Rush staat een groep jongens, onder wie de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Zij zijn vastgelegd op de beveiligingscamera van Club Rush. Na de eerste schoten trekt [medeverdachte 2] een vuurwapen en schiet een aantal keer in de lucht. [medeverdachte 3] volgt niet veel later en vuurt een aantal schoten in de lucht af, waarna hij een salvo in de richting van Latino’s afvuurt. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat er vanuit die kant door verschillende mensen op hen werd geschoten. Op de beelden is te zien dat het latere slachtoffer [slachtoffer 3] midden op de weg loopt. Dan is een schot met een zwaardere klank te horen, en vrijwel direct daarna valt [slachtoffer 3] tussen twee auto’s neer. Hij is in zijn hoofd geraakt en overlijdt later aan zijn verwondingen.

De verdachte is niet te zien op de beelden van Club Rush, maar wel op de beelden van de Top Supermarkt. Op die beelden is te zien dat terwijl er even verderop voor Club Rush wordt geschoten, op de parkeerplaats een man in een geel T-shirt een vuurwapen overdraagt aan een ander. De man in het gele T-shirt blijkt later de verdachte te zijn.

Uit de verklaringen volgt dat rondom Club Rush onder andere een groep uit de wijk Den Tera aanwezig was; dit is de groep waar de verdachte toe behoort. Ook was een groep uit de wijk Nort’i Saliña aanwezig. Tussen beide wijken c.q. groeperingen zou al jaren een vete bestaan.

Schieten in Nort’i Saliña

Rond 03:25 uur, ongeveer een halfuur na de schietpartij bij Club Rush, vindt de schietpartij in Nort’i Saliña plaats. Uit de verklaringen volgt dat na de schietpartij bij Club Rush een aantal mannen uit Nort’i Saliña bij elkaar kwam in Nort’i Saliña. Onder hen ook de medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1], en latere aangever [slachtoffer 1]. Deze groep mannen bevond zich op straat in de buurt van een snack en daarna bij de woning van [medeverdachte 1], aan de [straatnaam 1], hoek [straatnaam 2].

Verschillende getuigen verklaren dat zij over straat liepen, dat er een witte auto kwam aanrijden, waarschijnlijk een Toyota Yaris of Vitz, en dat vanuit die witte auto is geschoten. Op camerabeelden is te zien dat een witte Toyota Yaris over [straatnaam 3] Nort’i Saliña binnen komt rijden. De witte Yaris slaat dan linksaf de [straatnaam 1] in, keert daar en slaat vervolgens rond 03:25 de [straatnaam 2] in. De witte Yaris remt iets af en passeert een groep mannen. Buiten beeld zijn schoten te horen. Na een aantal seconden zijn nog drie schoten te horen.

Letsel [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan. Hij is door een kogel geraakt en naar het ziekenhuis gebracht. Vanuit het ziekenhuis op Bonaire is [slachtoffer 1] met de ambulancevlucht naar Curaçao overgebracht, om daar meer specialistische medische zorg te krijgen. Uit de medische informatie volgt dat [slachtoffer 1] een schotwond had in zijn rug (linkerflank), waarbij een nier, zijn lever en zijn longen zijn geperforeerd. De kogel is uiteindelijk in de spier onder zijn oksel terecht gekomen en daar gebleven. [slachtoffer 1] is geopereerd en heeft het overleefd. Of hij blijvend letsel heeft overgehouden is het Gerecht niet bekend.

Forensisch onderzoek – Glock

Aan de [straatnaam 2] zijn door de politie vijf hulzen aangetroffen. Uit onderzoek door het NFI volgt dat deze vijf hulzen met één vuurwapen zijn verschoten, en dat de hulzen passen bij een Glock. Bij Club Rush zijn hulzen (25 stuks) aangetroffen die hoogstwaarschijnlijk uit ditzelfde wapen komen, aldus de bevindingen van het NFI. Het Gerecht gaat er op die basis vanuit dat in Nort’i Saliña met een Glock is geschoten vanuit de witte auto, en dat diezelfde Glock eerder die nacht is gebruikt bij Club Rush.

Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij bij Club Rush een Glock had en daarmee ook heeft geschoten. Uit de camerabeelden van Club Rush volgt dat [medeverdachte 3] bij Club Rush 26 schoten heeft gelost. Mogelijk heeft hij daarbij gebruik gemaakt van een verlengde patroonhouder.

Uit de camerabeelden volgt ook dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] elkaar direct na het schieten bij Rush tegenkomen, waarbij [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 3] roept: “Hey laten we gaan, laten we naar de mannen gaan, man”. Hierna verdwijnen beiden achter een rode container op de parkeerplaats van de Top supermarkt. Te horen is dat [medeverdachte 2] direct voordat hij achter de container verdwijnt, roept: “Laten we de Glock lange patroonhouder gaan laden man”. Nadat zij achter de container vandaan komen is bij [medeverdachte 3] geen vuurwapen meer zichtbaar. Of [medeverdachte 2] het vuurwapen van hem heeft overgenomen, is op de beelden niet te zien.

Bijeenkomen op [adres 1]

Na de schietpartij bij Club Rush hebben de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] telefonisch contact gehad. In het gesprek om 3.07 uur zegt de verdachte dat hij bij de vissershaven is. [medeverdachte 2] zegt dat hij eraan komt, en dat hij iedereen gaat vermoorden. Om 3.11 uur belt de verdachte [medeverdachte 2], en vraagt waar hij is. [medeverdachte 2] is bij de ‘waf’ (vissershaven). De verdachte zegt hem: “kom, kom bij [bijnaam 2]”.

Uit het dossier volgt dat een aantal van de mannen van de groep Den Tera na het schieten bij Club Rush bij elkaar zijn gekomen in de woning van [betrokkene]. Die woning is gelegen aan de [adres 1]. [betrokkene] wordt ook wel ‘[bijnaam 2] of [bijnaam 3]’ genoemd. Het Gerecht gaat er daarom vanuit dat de verdachte met “kom bij [bijnaam 2]” bedoelt: kom naar de [adres 1].

Een getuige heeft verklaard dat hij [medeverdachte 2] kort na het schieten tegenkwam voor het ziekenhuis, naast de parkeerplaats van Top. Hij heeft de verdachte op diens verzoek afgezet op de [straatnaam adres 1], ter hoogte van het huis van [betrokkene]. Een andere getuige heeft verklaard dat hij naar de woning van ‘[bijnaam 3]’ is gegaan, een oma die aan de [straatnaam adres 1] woont. Bij die woning was een aantal jongens. Op een gegeven moment kwam een witte Vitz aanrijden, waar ongeveer 4 jongens zijn ingestapt.

Witte Toyota

Medeverdachte [medeverdachte 5] had in de nacht van 8 juni 2025 de beschikking over de witte Toyota Yaris van zijn vader. [medeverdachte 5] is eerder die avond vastgelegd op camerabeelden rijdend in deze auto, samen met zijn moeder en een vriendin. De witte Yaris is om 03:15 uur te zien rijdend in de richting van het ziekenhuis. De auto lijkt even te stoppen bij het ziekenhuis en rijdt vervolgens om 03:16 uur weer weg. Uit de camerabeelden volgt dat de witte Yaris naar de [straatnaam adres 1] is gereden, wat wordt bevestigd door de zojuist genoemde getuigenverklaring over een witte Vitz[_1e5a8af8-98c9-4c41-9403-a6ee2ee0becc] bij de [straatnaam adres 1].

Diezelfde witte Toyota Yaris is vervolgens te zien om 3.20 uur, wegrijdend bij de [adres 1], via de [straatnaam 3] in de richting van Nort’i Saliña. De auto stopt even op de [straatnaam 4] en rijdt dan verder richting Nort’i Saliña, waar de auto even later op de camerabeelden van de snek verschijnt.

Door het Gerecht te beantwoorden vragen met betrekking tot feit 1

De vragen die het Gerecht achtereenvolgens moet beantwoorden om een oordeel te kunnen vellen over feit 1, zijn de volgende:

  • Zat de verdachte in de witte Yaris in Nort’i Saliña?
  • Is sprake van medeplegen?
  • Is sprake van voorbedachte raad?
  • Wie was het beoogde slachtoffer?

Het gerecht zal deze vragen hierna een voor een bespreken.

Zat de verdachte in de witte Yaris?

Uit de bewijsmiddelen volgt dat zowel de verdachte als de witte Yaris op de [adres 1] waren kort na het schieten bij Club Rush. Uit de bewijsmiddelen volgt ook dat het dezelfde Yaris is, die vervolgens naar Nort’i Saliña is gereden en van waaruit is geschoten op de [straatnaam 2].

[medeverdachte 5] bestuurde de auto die nacht. De telefoons van zowel de verdachte als die van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] bewegen met de auto mee. De telefoons van alle drie de verdachten stralen ten tijde van de schietpartij in Nort’i Saliña, tussen 3.22 en 3.27 uur, masten aan met een dekkingsgebied dat de plaats delict ([straatnaam 2]) omvat. Masten die niet aangestraald kunnen worden vanuit de wijk Den Tera of bij het ziekenhuis. Vanaf 3.27 uur worden weer masten in Den Tera / Playa Pabou aangestraald.

Het Gerecht leidt hier uit af dat alle drie de verdachten zich in de witte Yaris bevonden en naar Nort’i Saliña zijn gereden.

Medeplegen

Hoewel niet is komen vast te staan wie van de drie verdachten de trekker heeft overgehaald, is het Gerecht van oordeel dat de rollen in dit geval zodanig inwisselbaar zijn geweest, dat alle drie de verdachten als medepleger kunnen worden aangemerkt.

Dit leidt het Gerecht af uit de volgende feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien. Allereerst de door [medeverdachte 2] gedane uitlatingen direct na de schietpartij bij Club Rush over het laden van de Glock en het iedereen willen vermoorden. Voorts verklaart getuige [getuige 1] dat [medeverdachte 2] na het zien van het lichaam van zijn broertje zegt: “Kom we gaan naar noord[_14d6bc7a-ed75-49f5-82e8-bc26a9c387d1]. Nu gaan ze zien wie is wie”. Hieruit leidt het Gerecht af dat een plan bestond om degenen te beschieten die de verdachte verantwoordelijk hield voor de dood van zijn broertje. Niet veel later verzamelen de verdachte en [medeverdachte 2] bij de [adres 1], waarna ook [medeverdachte 5] in de witte Yaris bij dat adres arriveert.

Van belang is verder dat de groep de beschikking had over wapens, bij diverse gelegenheden met wapens poseerde, en wapens ook onderling uitwisselde. De verdachte had eerder die nacht een wapen, zo verklaart hij zelf. [medeverdachte 2] had bij Club Rush een revolver, en heeft later waarschijnlijk de Glock van [medeverdachte 3] overgenomen. Zijn telefoon staat vol met foto’s met wapens, foto’s die hij ook postte, ook nog kort voor de schietpartij bij Rush. Ook op de telefoon van de verdachte staan selfies met wapens. Van [medeverdachte 5] is niet bekend dat hij die nacht een wapen had. Maar hij was wel betrokken bij de groep en wist wat er aan de hand was.

Tenslotte is van belang dat de witte Yaris vanaf de [adres 1] in een rechte lijn naar Nort’i Saliña gereden. Een wijk waar de verdachten op dat moment niets te zoeken hadden. De auto rijdt naar de [straatnaam 2], er wordt geschoten vanuit de auto, en de auto rijdt verder, de wijk weer uit, terug naar Playa. Het optreden van de verdachten laat zich samenvatten als een aankomen, het vuur openen en vertrekken. Deze gang van zaken wijst op een doelgerichte actie.

Het Gerecht kan niet vaststellen wat de rol van de afzonderlijke verdachten precies is geweest. Heeft [medeverdachte 5] de auto bestuurd, of een van de anderen? Had [medeverdachte 2] het wapen van [medeverdachte 3] overgenomen en heeft hij daarmee geschoten? Heeft de verdachte geschoten? Waren er meer wapens in de auto aanwezig? Dat is allemaal niet bekend. Maar dat doet naar het oordeel van het Gerecht ook niet ter zake. De hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden hebben de uiterlijke verschijningsvorm van een in bewuste en nauwe samenwerking uitgevoerde poging tot moord, waarbij elk van de deelnemers een, wat betreft het gewicht van zijn bijdrage aan dat misdrijf, vergelijkbare en in die zin onderling inwisselbare rol heeft vervuld. Op grond van een plan dat alle deelnemers vooraf duidelijk was. Mede in aanmerking genomen dat de door de verdachte en zijn mededaders afgelegde verklaringen geenszins aanleiding geven iets anders te veronderstellen, gaat het Gerecht van die uiterlijke verschijningsvorm uit.

Het Gerecht vindt op die basis dat medeplegen is bewezen voor alle drie de inzittenden van de witte Toyota.

Voorbedachte raad

Ten aanzien van de voorbedachte raad overweegt het Gerecht het volgende. Uit de hiervoor beschreven feiten en omstandigheden blijkt van een vooropgezet plan van de verdachten om in Nort’i Saliña een of meer personen van het leven te beroven. Tussen het telefoongesprek, het verzamelen bij de [straatnaam adres 1] en het schieten aan de [straatnaam 2], hebben de verdachten voldoende gelegenheid gehad zich te beraden op het voorgenomen besluit en de gevolgen daarvan te overzien. Van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling is dan ook geen sprake. Het tijdsverloop tussen de gebeurtenissen bood ruimschoots gelegenheid om van het voornemen af te zien, hetgeen geen van de verdachten heeft gedaan. Daarmee is sprake van voorbedachte raad.

Beoogde slachtoffers

Anders dan de officier van justitie leidt het Gerecht uit de bewijsmiddelen af dat het opzet van de verdachten niet specifiek was gericht op [slachtoffer 1], maar op de groep jongens uit Nort’i Saliña als geheel. Dat blijkt onder meer uit de uitlatingen van [medeverdachte 2] voorafgaand aan de schietpartij, waarbij hij het heeft over ‘de mannen’ en ‘ze’. Het past ook bij het feit dat op dat moment niet bekend was wie op [slachtoffer 3] had geschoten, of wie daarvan werd verdacht. Er gingen wel namen rond, maar dat betrof behalve [slachtoffer 1] in elk geval ook ‘[bijnaam 1]’ ([medeverdachte 1]), die zich eveneens in de groep bevond.

Uit de verklaringen volgt dat de jongens uit Nort’i Saliña in een groep liepen van ongeveer zeven personen, zij liepen dicht bij elkaar. De witte Toyota passeerde de gehele groep (inclusief [slachtoffer 1]) en vervolgens is vanuit de rijdende auto meerdere malen naar achteren geschoten. Een getuige verklaart dat het wapen op het moment dat de auto langs hem reed leek te weigeren. Het Gerecht gaat er daarom vanuit dat het feit dat de witte auto een aantal jongens voorbij reed zonder te schieten niet het gevolg was van een doelbewuste keuze, maar van het feit dat het wapen in eerste instantie niet af ging.

Het meermalen schieten vanuit een rijdende auto, op korte afstand, op een groep dicht bij elkaar staande mannen, is naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het dodelijk raken van elk van die mannen, dat daaruit opzet volgt op de hele groep. Op zijn minst in de zin van voorwaardelijk opzet.

Conclusie ten aanzien van feit 1

Al met al vindt het Gerecht bewezen dat de verdachte samen met twee anderen in een witte Toyota naar Nort’i Saliña is gereden om daar te schieten op ‘de mannen uit Nort’i Saliña’, als doelbewuste wraakactie. De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het medeplegen van poging tot moord.

OORDEEL VAN HET GERECHT IN DE ZAAK CORSICA (400.00008/25)

Inleiding en standpunten

Op 11 januari 2025 werd in de wijk Amboina een buurtfeest gehouden, waarbij veel personen waaronder kinderen aanwezig waren. Die avond kwamen zes personen, verdeeld over vier motoren, feveren bij de plek waar er werd gefeest. De groep werd door omstanders op hun gedrag aangesproken en hen werd gevraagd ergens anders te gaan feveren. Hierover ontstond een ruzie tussen de groep en de omstanders. De ruzie ontaardde in een schietpartij, waarbij slachtoffer [slachtoffer 2] in zijn rug werd geraakt en slachtoffer [benadeelde partij 2] in zijn benen.

De camerabeelden van het incident zijn erg onduidelijk. De schutters zijn niet in beeld gebracht.

Verschillende aanwezigen hebben terughoudend of helemaal niets verklaard. Eén getuige verklaart wel vrij gedetailleerd over de verdachte, die zij goed zegt te kennen. Zij verklaart dat zij zag hoe de verdachte een vuurwapen uit zijn roze of oranje buiktasje haalde en in de lucht schoot. Hij schoot snel achter elkaar, het klonk als automatisch vuur.

Op de plaats delict zijn vijf hulzen en twee kogelfragmenten aangetroffen. De hulzen en kogelfragmenten zijn door het NFI onderzocht. Uit dat onderzoek volgt dat de hulzen met twee verschillende vuurwapens zijn verschoten. Het NFI heeft de hulzen vervolgens vergeleken met hulzen uit andere onderzoeken. Daaruit komt naar voren dat twee hulzen overeenkomsten vertonen met hulzen uit een onderzoek waarin slachtoffer [slachtoffer 2] als verdachte is aangemerkt. De overige drie hulzen komt overeen met hulzen die zijn aangetroffen aan de Kaya Princess Marie in onderzoek Galapagos. Deze hulzen zijn waarschijnlijk verschoten met dezelfde Glock waarmee ook is geschoten zowel bij Club Rush als in Nort’i Saliña op 8 juni 2025.

Tijdens een huiszoeking de dag na het schietincident, is kleding van de verdachte in beslag genomen, te weten een oranje shirt en broek, schoenen, en ook een tas. Deze goederen zijn door het NFI op schotresten onderzocht. Uit dat onderzoek volgt dat op de broek, het shirt, de schoenen en de tas schotresten aanwezig waren.

De verdachte heeft verklaard dat hij inderdaad aanwezig was in Amboina die dag, samen met anderen die kwamen om te feveren. Maar hij heeft niet geschoten. Hij stelt dat slachtoffer [slachtoffer 2] juist op hem heeft geschoten. De verdachte heeft verder verklaard dat hij een oranje shirt en een oranje broek droeg die dag, en een tasje om had.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van alle 3 de feiten. Hij heeft aangevoerd dat de getuigenverklaringen onbetrouwbaar en/of niet-identificerend zijn ten aanzien van het schieten door de verdachte. De aangetroffen schotresten kunnen ook zijn veroorzaakt door het schieten door anderen. Dat de verdachte heeft geschoten, of een andere geweldshandeling heeft verricht, kan dus niet worden bewezen, aldus de raadsman.

Vrijspraak feit 1 – poging doodslag

Met de officier van justitie en de raadsman is het Gerecht van oordeel dat het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging doodslag. Het Gerecht stelt vast dat er die avond in Amboina door meerdere personen is geschoten. Niet is komen vast te staan in welke richting precies is geschoten, of onder welke omstandigheden dat is gebeurd. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van poging doodslag.

Overwegingen over feit 2 – openlijk geweld

Het Gerecht stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat die avond in Amboina sprake is geweest van openlijke geweldpleging tegen personen, (onder andere) door te schieten met vuurwapens. Er was immers sprake van twee groepen die tegenover elkaar kwamen te staan op de openbare weg, waarbij door in elk geval twee personen is geschoten.

Het Gerecht leidt uit de bewijsmiddelen af dat de verdachte die avond in Amboina niet alleen ter plaatse was, maar ook een van de personen is die met een vuurwapen heeft geschoten. Dit volgt allereerst uit de – gedetailleerde – verklaring van de getuige hierover. De getuige heeft het specifiek over een buiktasje, wat past bij de verklaring van de verdachte dat hij inderdaad een tasje droeg die dag. De getuigenverklaring wordt verder ondersteund door het schotrestenonderzoek. Het aantreffen van schotresten op zowel de shirt en de broek, als op het tasje als op de schoenen van de verdachte past veel beter bij een scenario waarin de verdachte zelf heeft geschoten, dan bij een scenario waarin op al deze plekken schotresten terecht zijn gekomen door het schieten door anderen.

Dit betekent dat de verdachte niet alleen aanwezig is geweest bij de openlijke geweldpleging, maar hieraan ook een significante en gewelddadige bijdrage heeft geleverd, door te schieten. Daarmee is het met verenigde krachten plegen van openlijk geweld bewezen, evenals het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie.

BEWEZENVERKLARINGEN

Het Gerecht vindt wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak GALAPAGOS (400.00222/25) ten laste gelegde, het in zaak CORSICA (400.00008/25) onder feiten 2 en 3 ten laste gelegde, en het in zaak ELM (400.00165/25) ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Parketnummer 400.00222/25 (GALAPAGOS)

Feit 1

hij op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, [medeverdachte 1] en [slachtoffer 1] en andere personen opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met zijn medeverdachten in een auto naar de [straatnaam 2] te Nort Salina is gereden en vanuit die rijdende auto met een vuurwapen meermalen in de richting van voornoemde [medeverdachte 1] en [slachtoffer 1] en andere personen die aldaar op de [straatnaam 2] aanwezig waren heeft geschoten, waarbij [slachtoffer 1] in zijn rug werd geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Feit 2

hij, op 8 juni 2025 op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met een ander, voorhanden heeft gehad een vuurwapen en scherpe patronen, in elk geval een of meer scherpe patronen, zijnde een vuurwapen en munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES.

Parketnummer 400.00008/25 (CORSICA)

Feit 2

hij op 11 januari 2025 op het eiland Bonaire openlijk op de openbare weg in de wijk Amboina met verenigde krachten geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten [slachtoffer 2] en [benadeelde partij 2] en aanwezige omstanders, bestaande dat geweld uit meermalen schieten met een vuurwapen.

Feit 3

hij op 11 januari 2025 op het eiland Bonaire voorhanden heeft gehad een vuurwapen en scherpe patronen, zijnde een vuurwapen en munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES.

Parketnummer 400.00165/25 (ELM)

hij op 22 juli 2025 op het eiland Bonaire openlijk, te weten aan de Kaya J.N.E. Craane, met verenigde krachten geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde partij 1], door die [benadeelde partij 1] meermalen op het hoofd en lichaam te slaan tengevolge waarvan die [benadeelde partij 1] op de grond is gevallen.

Het Gerecht vindt niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

BEWIJSMIDDELEN

Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.

STRAFBAARHEID EN KWALIFICATIE

Het in zaak Galapagos onder feit 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 302 juncto artikel 47 en 49 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van poging tot moord.

Het in zaak Galapagos onder feit 2 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES.

Het in zaak Corsica onder feit 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 147 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Openlijk met verenigde krachten geweld plegen tegen personen.

Het in zaak Corscia onder feit 3 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES.

Het in zaak Elm bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 147 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Openlijk met verenigde krachten geweld plegen tegen personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

OPLEGGING VAN STRAF

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het Gerecht gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij heeft het Gerecht in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige strafbare feiten. De verdachte is in de nacht van 8 juni 2025 gewapend naar de omgeving van Club Rush gegaan. Toen daar door verschillende personen werd geschoten, heeft hij een ander in staat gesteld bij te dragen aan deze geweldsexplosie door zijn vuurwapen aan hem over te dragen.

Na het vuurwapengeweld in de omgeving van Club Rush is de verdachte samen met twee anderen naar Nort’i Saliña gereden om te schieten op de groep van Nort’i Saliña. Als vergelding voor het schieten op [slachtoffer 3] bij Club Rush. Dat hierbij niemand is overleden, is een gelukkige omstandigheid die niet aan de verdachte is te danken.

De gebeurtenissen van 8 juni 2025 hebben diepe sporen nagelaten in de samenleving van Bonaire. Het vuurwapengeweld van die nacht was excessief en voor Bonaire ongekend, en heeft de gemeenschap ernstig geschokt. Dat blijkt onder meer uit de reacties in de media en uit de grote belangstelling voor de behandeling van deze zaak. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens onder jongeren is een groot probleem op Bonaire. Hoe zwaar de gevolgen daarvan kunnen zijn, is in deze zaak pijnlijk duidelijk geworden. Het overlijden van het slachtoffer heeft bij zijn nabestaanden onherstelbaar en blijvend leed veroorzaakt.

Het Gerecht rekent het de verdachte zwaar aan dat hij ook al in januari 2025 in het bezit was van een vuurwapen en er kennelijk niet voor terugschrok om dit ook daadwerkelijk te gebruiken. De verdachte heeft tijdens een buurtfeest in de wijk Amboina, waarbij ook kinderen aanwezig waren, een vuurwapen ter hand genomen en deze afgevuurd. Daarmee heeft hij een uiterst gevaarlijke situatie in het leven geroepen. Dat de verdachte kennelijk bereid was dit risico te nemen, rekent het Gerecht hem ernstig aan.

Persoonlijke omstandigheden

Naast de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze gepleegd zijn, houdt het Gerecht ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het Gerecht heeft kennisgenomen van de strafkaart van de verdachte. Hieruit komt naar voren dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Het Gerecht heeft kennisgenomen van het door de Stichting Reclassering Caribisch Nederland opgemaakte rapport van 1 juli 2026. Uit dit rapport blijkt dat de verdachte een relatief gezien stabiel leven heeft, met vaste huisvesting en een inkomen. Uit het rapport blijkt verder dat de verdachte impulsief reageert en moeite heeft met emotieregulatie en niet weet hoe hij moet handelen in stressvolle situaties. De verdachte toont enig probleembesef.

Hoogte van de straf

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot moord, twee openlijke geweldplegingen, en het voorhanden hebben van vuurwapens. De ernst van de bewezenverklaarde feiten rechtvaardigt zonder meer het opleggen van een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur.

Het Gerecht heeft gekeken naar de oriëntatiepunten straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof, en naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Voor een poging tot moord door te schieten is het uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 8 tot 10 jaar. Voor de openlijke geweldpleging in Amboina gaat het Gerecht uit van een gevangenisstraf van 3 jaar. Voor vuurwapenbezit op straat, tijdens een evenement, is de gebruikelijke straf 21-24 maanden, met een deel voorwaardelijk. In dit geval zit er echter deels overlap tussen de feiten.

Alles afwegende is het Gerecht van oordeel dat een gevangenisstraf van 14 jaren passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast, te weten:

  • Mobiele telefoon, IBN-code: [code 1];
  • Mobiele telefoon, IBN-code: [code 2]; en
  • iPad, IBN-code: [code 3].

DE VORDERINGEN TOT SCHADEVERGOEDING

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

  • [benadeelde partij 1], tot een bedrag van USD 750,00; en
  • [benadeelde partij 2], tot een bedrag van USD 3.000,00.

De vordering van [benadeelde partij 1] ziet op vergoeding van immateriële schade in de zaal ELM.

De vordering van [benadeelde partij 2] ziet op vergoeding van immateriële schade als gevolg van het schieten op hem, in de zaak CORSICA.

Standpunten

De officier van justitie heeft gevorderd beide vorderingen hoofdelijk toe te wijzen.

De verdediging heeft de vorderingen niet betwist.

Oordeel van het Gerecht

Ad 1. Vordering van [benadeelde partij 1]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij 1] als gevolg van het handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het Gerecht vindt een bedrag van $ 750,00 aan immateriële schade redelijk en billijk voor de pijn en het letsel die de benadeelde partij heeft geleden en wijst dit bedrag aan schadevergoeding toe.

Hoofdelijkheid en oplegging schadevergoedingsmaatregel

Het Gerecht stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De vordering wordt daarom hoofdelijk toegewezen.

Het Gerecht zal ook de schadevergoedingsmaatregel zoals bedoeld in artikel 38f van het Wetboek van Strafrecht BES opleggen om te bevorderen dat de schade vergoed wordt. Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.

Proceskosten

Het Gerecht veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ad 2. De vordering van [benadeelde partij 2]

Voor het Gerecht staat buiten twijfel dat de benadeelde partij leed heeft ondervonden doordat hij in zijn eigen buurt is beschoten en daarbij ook is geraakt.

Maar voor toewijzing van de vordering is vereist dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezenverklaarde feit, en dat de verdachte daarvoor civielrechtelijk aansprakelijk is. Die civielrechtelijke aansprakelijkheid kan het Gerecht in deze zaak niet zonder meer vaststellen. Het is immers niet duidelijk geworden wie verantwoordelijk is voor de kogels die de benadeelde partij hebben geraakt.

Het Gerecht zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 31, 38f, en 59 van het Wetboek van Strafrecht BES, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak CORSICA (400.00008/25) onder 1 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de in de zaak GALAPAGOS (400.00222/25) ten laste gelegde feiten, de in zaak CORSICA (400.00008/25) onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten en het in de zaak ELM (400.00165/25) ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 14 (veertien) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave van een mobiele telefoon (IBN-code: [code 1]), een mobiele telefoon (IBN-code: [code 2]) en een iPad (IBN-code: [code 3]) aan de verdachte;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] geleden schade toe tot een bedrag van USD 750,00 (zegge: zevenhonderdvijftig Amerikaanse dollar) aan immateriële schade, en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van USD 750,00 (zegge: zevenhonderdvijftig Amerikaanse dollar), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

bepaalt dat indien en voor zover een van de mededaders van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partij of de Staat, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal bijgestaan door mr. J.J. Scholte ter Horst, griffier, en op 27 oktober 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.

Voetnoten

  1. De Toyota Yaris en de Toyota Vitz zijn vergelijkbare modellen en kunnen gemakkelijk met elkaar verward worden, hetgeen volgt uit een kort onderzoek op internet, maar ook uit de verklaringen in dit dossier.
  2. De wijk Nort’i Saliña wordt op Bonaire ook wel aangeduid als ‘noord’.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.